<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:5148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T16:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/627575 / FT RK 22/266</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=285&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 285</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=288&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 288</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004815&amp;artikel=48&amp;g=2019-01-01">Wet op het consumentenkrediet 48</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5148">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T16:15:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5148 Rechtbank Den Haag , 30-05-2022 / C/09/627575 / FT RK 22/266</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5148:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing geen minnelijk traject.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5148:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="a0f76784-5fc3-4218-a748-f2cf2e95f444" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="170a7966-dea6-49c5-897a-a7c37667b83f" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 	C/09/627575 / FT RK 22/266</para>
      <para>uitspraakdatum: 	30 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verzoeker],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>[postcode en woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft op 5 april 2022 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft tevens op 27 mei 2022 een emailbericht met bijlagen ontvangen van [de schuldhulpverlener], schuldhulpverlener bij Zuidweg &amp; Partners. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 30 mei 2022 behandeld. Aanwezig was [de schuldhulpverlener]. Verzoeker is niet verschenen, hoewel hij daartoe behoorlijk is opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting is gebleken dat verzoeker de schuldhulpverlener te kennen heeft gegeven het verzoek te willen handhaven, ondanks de hem door de schuldhulpverlener kenbaar gemaakte beletselen voor toewijzing van het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet (Fw) bepaalt dat indien er geen buitenrechte-lijke schuldregeling tot stand gekomen is, er door of namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar een met reden omklede verklaring wordt afgegeven dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een dergelijke regeling te komen. Zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen kan de regeling niet van toepassing worden verklaard (Kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672, nr. 3). Hieruit volgt dat eerst een buitengerechtelijke schuldregeling moet worden beproefd, alvorens een verzoek tot toepassing van de WSNP kan worden toegewezen. Een buitengerechtelijke schuldregeling dient te leiden tot een minnelijk voorstel aan de schuldeisers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van het doorlopen van een buitengerechtelijk schuldregelingstraject wordt ook tot uitdrukking gebracht in artikel 288 lid 2 onder b Fw. Dit artikel bepaalt dat een WSNP-verzoek moet worden afgewezen indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 lid 1 van de Wet op het consumentenkrediet. Hieruit volgt dat een dergelijk verzoek ook moet worden afgewezen indien geheel geen poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling is uitgevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de bij het verzoek gevoegde stukken bevindt het minnelijk schuldregelingstraject zich nog in de inventarisatie- en stabilisatiefase. De schuldenlast van verzoeker is niet volledig in kaart gebracht, de afloscapaciteit van verzoeker is niet vastgesteld en er is (daarom) geen voorstel aan de schuldeisers gedaan. Dit maakt dat de rechtbank er van uitgaat dat geen (volledige) buitengerechtelijke schuldregeling is uitgevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling dient dus te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. R. Cats, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2022 in tegenwoordigheid van N.B.H. Doorneveld, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeker heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>