<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:5051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-08T11:32:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.6863</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5051">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-08T11:31:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:5051 Rechtbank Den Haag , 25-05-2022 / NL22.6863</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5051:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spoed voorlopige voorziening wordt toegewezen, omdat verweerder zich hiertegen niet verzet. Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster komt in aanmerking voor opvang en voorzieningen totdat op haar beroep is beslist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:5051:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.6863</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] , verzoekster, V-nummer [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Erik),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder ambtshalve beoordeeld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor opschorting van vertrek.<footnote-ref linkend="_84771638-8dce-4956-a2e2-8c8f9fd0041f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 mei 2022 heeft verzoekster de rechtbank verzocht om het verzoek om een voorlopige voorziening met spoed te behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 mei 2022 heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is er een spoedeisend belang?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist en kan als partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, ook uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd voor een zitting.<footnote-ref linkend="_4d060c04-2956-4d7c-9493-f3cb863af680" /></para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (het COA) heeft verzoekster op 18 mei 2022 een brief gestuurd, waarin is medegedeeld dat haar opvang op 30 mei 2022 beëindigd zal worden. Verzoekster dient op deze datum dan ook de COA-opvanglocatie te verlaten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden partijen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verzoekster stelt dat zij ernstige medische klachten heeft en dat zij zich zonder behandeling niet kan handhaven. Daarom heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort – en dat zij aldus ook in aanmerking komt voor voorzieningen van het COA – totdat op het beroep is beslist.</para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening, zodat de opvang en voorzieningen aan verzoekster worden gecontinueerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Aangezien tussen partijen niet in geschil is dat verzoekster gedurende de beroepsprocedure in aanmerking moet komen voor opvang en verstrekkingen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoekster in aanmerking komt voor opvang en voorzieningen van het COA totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe.</para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb<footnote-ref linkend="_05230b2a-f7de-4c89-9df5-bfa644fec20f" /> voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster in aanmerking komt voor opvang en voorzieningen van het COA totdat is beslist op het beroep;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_84771638-8dce-4956-a2e2-8c8f9fd0041f" label="1">
    <para> Op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d060c04-2956-4d7c-9493-f3cb863af680" label="2">
    <para> Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 8:83, vierde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05230b2a-f7de-4c89-9df5-bfa644fec20f" label="3">
    <para> Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>