<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:4928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-24T15:39:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/629167 / FT RK 22/354 en C/09/629171 / FT RK 22/356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 287</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287b&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 287b</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=305&amp;g=2008-01-01">Faillissementswet 305</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-24T15:32:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:4928 Rechtbank Den Haag , 17-05-2022 / C/09/629167 / FT RK 22/354 en C/09/629171 / FT RK 22/356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing moratoriumverzoek in verband met het niet voldoen aan de financiële verplichting. De lopende huurpenningen worden niet tijdig voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5031b337-9b27-4047-9ca8-06a10a9ca994" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8a747a9a-d0bd-4844-8c1f-16b12ab2cf2a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: C/09/629167 / FT RK 22/354 en C/09/629171 / FT RK 22/356</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 17 mei 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verweerster].</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als verzoeker en verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 11 mei 2022 hebben verzoekers gevraagd om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b eerste lid van de Faillissementswet (Fw). Ook hebben verzoekers een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe dat aan verweerster wordt verboden om de woning van verzoeker te ontruimen. De ontruiming staat gepland voor 18 mei 2022.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 17 mei 2022. Verschenen en gehoord zijn:</para>
        <para>- verzoekers;</para>
        <para>- [X], namens Kredietbank Nederland.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[gemachtigde] heeft namens verweerster voorafgaand aan de zitting op 11 mei 2022 een verweerschrift ingediend. Ook liet zij weten dat namens verweerster niemand ter zitting zal verschijnen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De gemachtigde van verweerster heeft zich in haar verweerschrift van 11 mei 2022 verzet tegen toewijzing van het verzoek. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de belangrijkste voorwaarde voor een toewijzing van het moratorium is dat de lopende huurpenningen worden voldaan en daarvan is geen sprake. Verzoekers hebben sinds 1 augustus 2021 alle huurbetalingen gestorneerd, er is in die periode geen enkele huurbetaling verricht. Verweerster stelt zich, gelet hierop, op het standpunt dat niet aannemelijk is dat de lopende huur kan en zal worden voldaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Bij vonnis van 16 maart 2022 is de huurovereenkomst tussen verzoekers en verweerder ontbonden en zijn verzoekers veroordeeld tot betaling van (onder meer) achterstallige huur. Dit vonnis is op 23 maart 2022 aan verzoekers betekend; hierbij is ook aangezegd dat de ontruiming zal plaatsvinden op 18 mei 2022. Er is dan ook sprake van een bedreigende situatie als bedoeld in artikel 287b Fw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De voorlopige voorziening kan worden toegewezen op voorwaarde dat de lopende huurpenningen tijdig worden voldaan. Dat volgt uit de wet (artikel 287b lid 4 Fw jo artikel 305 lid 2 Fw). Als hieraan wordt voldaan kan er door de rechtbank een belangenafweging worden gemaakt tussen het belang van de verhuurder en de huurder. In dit geval staat vast dat de laatste huurbetaling dateert van juli 2021. Ook de huurtermijnen die na het vonnis van 16 maart 2022 zijn vervallen, zijn niet betaald. Dat betekent dat de lopende termijnen niet worden voldaan. De toezegging dat er nu sprake is van budgetbeheer en dat vanaf juni 2022 de huur weer zal worden betaald, maakt dit niet anders. Nu er niet wordt voldaan aan de voorwaarde waaronder de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis kan worden opgeschort, dient het verzoek te worden afgewezen. Aan een belangenafweging wordt, gelet hierop, niet toegekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek ex artikel 287b af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. R.G.C. Veneman, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022 in tegenwoordigheid van Z.C.J. Hitipeuw, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>