<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:4301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-25T09:00:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 21/2340</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4301">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-24T13:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:4301 Rechtbank Den Haag , 09-05-2022 / AWB 21/2340</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4301:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De beroepsgronden zijn hetzelfde als wat eiser in bezwaar naar voren heeft gebracht. Hier is verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd op ingegaan. Reeds hierom is het beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4301:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/2340</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Süzen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben toestemming verleend om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1991 en heeft de Turkse nationaliteit. Hij beoogt verblijf bij zijn gestelde partner, mevrouw [referente] (hierna: referente). Tijdens de eerdere aanvragen van eiser heeft verweerder vastgesteld dat er sprake is van een schijnrelatie tussen eiser en referente. Deze besluiten staan inmiddels in rechte vast. </para>
    <para />
    <para>2. Op 5 augustus 2020 heeft eiser nogmaals een aanvraag ingediend om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij referente. Deze aanvraag ligt nu ter beoordeling aan de rechtbank voor. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die tot een andere beslissing dienen te leiden.<footnote-ref linkend="_f27a30fd-b8b6-417e-b9bb-6f483cf7aac5" /> Verweerder stelt zich hierbij primair op het standpunt dat eiser geen rechten kan ontlenen aan de Verblijfsrichtlijn<footnote-ref linkend="_5f76e416-df1f-49fc-8b02-cddb21807dea" />, nu referente uit Nederland is vertrokken. Verder heeft eiser niet met nieuwe feiten en omstandigheden aangetoond dat er thans aan het huwelijk een oprechte relatie ten grondslag ligt. Een brief waarin wordt vermeld dat eiser en referente voornemens zijn gezamenlijk een woning te kopen is daartoe onvoldoende. Bovendien verricht referente geen reële en daadwerkelijke arbeid. Ook het enkele tijdsverloop levert geen novum op. De afwijzing betekent geen schending van artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_285b2758-6d99-4b2c-940c-ac1ec1a5e262" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert aan dat er wel sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Eiser verwijst daarbij naar de brief van  [bedrijf] assurantiën, getekend in juli 2020, waarin wordt vermeld dat eiser en referente voornemens zijn een woning te kopen. Bovendien valt niet uit te sluiten dat, indien in rechte vaststaat dat partijen een schijnhuwelijk zijn aangegaan, nadien alsnog een oprechte relatie kan worden aangegaan. Verweerder had in dat kader opnieuw onderzoek moeten doen. Het lange tijdsverloop is op zichzelf al een novum. Tot slot is de afwijzing in strijd met artikel 8 van het EVRM en de Gezinsherenigingsrichtlijn<footnote-ref linkend="_5dbccc84-811f-497f-9149-3967bda58a31" />. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat de gronden van beroep precies hetzelfde zijn als wat eiser in bezwaar naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daarop in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan. Vervolgens heeft verweerder het bezwaar van eiser op goede gronden ongegrond verklaard. Wat eiser in beroep heeft aangevoerd biedt daarom geen grond voor vernietiging van dit besluit.</para>
    <para>Reeds hierom is het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
  </section>
  <footnote id="_f27a30fd-b8b6-417e-b9bb-6f483cf7aac5" label="1">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 4:6 Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f76e416-df1f-49fc-8b02-cddb21807dea" label="2">
    <para> Richtlijn 2004/38/EG. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_285b2758-6d99-4b2c-940c-ac1ec1a5e262" label="3">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5dbccc84-811f-497f-9149-3967bda58a31" label="4">
    <para>Richtlijn 2003/86/EG.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>