<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:4271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-06T11:51:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.5772</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:4271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-06T11:49:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:4271 Rechtbank Den Haag , 02-05-2022 / NL22.5772</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep tegen ophouding. Geen sprake van discriminatoir optreden. Geen overschrijding van termijn voor ophouding. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:4271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.5772</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft eiser op 29 maart 2022 opgehouden.<footnote-ref linkend="_ee1ae2cd-92fb-4469-b28a-8abf10f65669" /> Eiser is vervolgens op 30 maart 2022 in vrijheid gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen de ophouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Op 28 april 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1998 en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat de vreemdelingrechtelijke staandehouding onrechtmatig is, waardoor de ophouding eveneens onrechtmatig moet worden geacht. Niet is gebleken dat sprake is van een naar objectieve maatstaven gemeten redelijk vermoeden van illegaal verblijf, aldus eiser. Eiser verbleef op een metroperron in Rotterdam en had rechtmatig verblijf in verband met zijn asielaanvraag Ook is door de Koninklijke Marechaussee (KMar) aan eisers gemachtigde meegedeeld dat eiser en de twee andere staande gehouden vreemdelingen niet in bewaring zijn gesteld vanwege de gebreken in de staandehouding. Tot slot volgt uit het proces-verbaal niet wanneer eiser in vrijheid is gesteld en daarmee ook niet of de toegestane maximumduur van de ophouding is overschreden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Uit het proces-verbaal van staandehouding blijkt dat de ambtenaren belast met grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen in de avond van 29 maart 2022 om 21:15 uur een melding ontvingen dat vier personen zich rondom het noodperron van het metrostation Hoek van Holland bevonden. Deze locatie grenst direct aan het afgesloten terrein van ferrymaatschappij Stena Line. Dit afgesloten (kade)terrein is aangemerkt als buitengrens van het Schengengebied. In combinatie met de ervaringsgegevens die zijn genoemd in het proces-verbaal leverden deze feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van illegaal verblijf op. De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op de ervaringsgegevens die staan beschreven in het proces-verbaal van de staandehouding en ophouding, voldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren die naar objectieve maatstaven gemeten een redelijk vermoeden opleveren. Eisers stelling dat er sprake is van een discriminatoir optreden wordt dan ook niet gevolgd. </para>
    <para />
    <para>4. Tot slot heeft de gemachtigde van eiser in de gronden van beroep van 14 april 2022 vermeld dat eiser een nacht en een ochtend in een cel heeft doorgebracht. Weliswaar is in het proces-verbaal niet inzichtelijk gemaakt wanneer de ophouding is beëindigd, maar gelet op de mededeling van de gemachtigde van eiser houdt de rechtbank het ervoor dat de maximale termijn voor ophouding, met aftrek van de periode tussen middernacht en negen uur voormiddag<footnote-ref linkend="_2fcca597-92f4-480e-a110-e6370d748ebb" />,  niet is overschreden. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank de staandehouding en de daaropvolgende ophouding niet onrechtmatig. De niet onderbouwde stelling dat de KMar heeft laten weten dat sprake is van een gebrekkige staandehouding kan niet tot een ander oordeel leiden.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ee1ae2cd-92fb-4469-b28a-8abf10f65669" label="1">
    <para> Op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2fcca597-92f4-480e-a110-e6370d748ebb" label="2">
    <para> Op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>