<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:3923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-28T10:24:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.6107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3923">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-28T10:23:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:3923 Rechtbank Den Haag , 22-04-2022 / NL22.6107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3923:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewaring, artikel 59a Vw, lichter middel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3923:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.6107</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P. Scholtes),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 7 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_253343ff-4fb5-4997-a986-9238b0751b3e" />opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2022 op zitting behandeld in Breda. Eiser heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.A. Budak. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt dat hij de Turkse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [Geb. datum] 1991.</para>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal  onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vb<footnote-ref linkend="_a3ab2475-ce9a-4c69-875c-190ce72a88a7" />, als zware gronden<footnote-ref linkend="_efd00c49-b553-43b0-a8a6-7085a2656189" /> vermeld dat eiser:<?linebreak?>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</para>
    <parablock>
      <para>3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</para>
      <para>3g: in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten,<?linebreak?>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_65743c1e-7235-43a0-8b66-d0be6d8d056f" /> vermeld dat eiser:<?linebreak?>4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;<?linebreak?>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;<?linebreak?>4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</para>
      <para>4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de zware grond 3g ter zitting laten vallen. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser betwist allereerst de zware grond 3a, waarbij hij erop wijst dat aan hem als asielzoeker niet mag worden tegengeworpen dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. Nu echter niet in geschil is dat eiser zonder reisdocument Nederland is ingereisd, is deze grond feitelijk juist. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_185c4e4c-f9e8-4350-aac9-b4be26190156" /> blijkt dat verweerder daarmee kan volstaan.<footnote-ref linkend="_cf5a2cd6-2a44-43ef-a243-0dbb6006f68f" /> Verder betwist eiser de zware grond 3b, waarbij hij erop wijst dat hij voornemens was om asiel aan te vragen maar dat hij afhankelijk was van familieleden om naar Ter Apel af te kunnen reizen. Nu echter niet in geschil is dat eiser volgens zijn eigen verklaringen op de dag van zijn aanhouding al tenminste zeventien dagen in Nederland verbleef, is ook deze grond feitelijk juist. </para>
    <para />
    <para>5. Daarnaast betwist eiser de lichte gronden 4c, 4d en 4f. Ten aanzien van de gronden 4c en 4d wijst eiser erop dat hij inmiddels ook in Nederland asiel heeft aangevraagd, waardoor hij recht heeft op toegang tot de asielopvang. In dat geval beschikt eiser over zowel een vast adres als over voldoende middelen van bestaan. Volgens vaste rechtspraak  geldt het verblijf in een AZC echter niet als vaste woon- of verblijfplaats. Verder is niet in geschil dat eiser niet is ingeschreven in de BRP.<footnote-ref linkend="_076205d7-f7a3-478b-8bdf-d4d535f0365e" /> Daarnaast geldt, eveneens volgens vaste rechtspraak, het leefgeld voor asielzoekers niet als voldoende middelen van bestaan.</para>
    <para />
    <para>6. Het voorgaand betekent dat er reeds voldoende gronden zijn om een significant risico op onttrekking aan te nemen. Deze gronden kunnen de maatregel ook dragen. Wat eiser verder tegen de gronden heeft aangevoerd, behoeft daarom geen bespreking. </para>
    <para />
    <para>7. Ten slotte voert eiser aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel dan inbewaringstelling omdat hij asiel heeft aangevraagd en zijn familie in Nederland woont. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de maatregel van bewaring voldoende heeft gemotiveerd dat in het geval van eiser geen lichter middel dan bewaring doeltreffend kon worden toegepast. Dat eiser (naaste) familie in Nederland heeft, is bovendien niet onderbouwd. Daarnaast heeft eiser zijn asielprocedure in Duitsland niet afgewacht. De enkele omstandigheid dat eiser in Nederland in de asielopvang kan verblijven, betekent tegen deze achtergrond niet dat verweerder van de inbewaringstelling van eiser heeft moeten afzien. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_253343ff-4fb5-4997-a986-9238b0751b3e" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3ab2475-ce9a-4c69-875c-190ce72a88a7" label="2">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efd00c49-b553-43b0-a8a6-7085a2656189" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_65743c1e-7235-43a0-8b66-d0be6d8d056f" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_185c4e4c-f9e8-4350-aac9-b4be26190156" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf5a2cd6-2a44-43ef-a243-0dbb6006f68f" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:829).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_076205d7-f7a3-478b-8bdf-d4d535f0365e" label="7">
    <para> Basis registratie personen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>