<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-25T10:11:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/621287 / KG ZA 21-1132 verbetervonnis</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:387">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-25T10:04:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:387 Rechtbank Den Haag , 19-01-2022 / C/09/621287 / KG ZA 21-1132 verbetervonnis</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:387:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verbetervonnis behorend bij p-v mondelinge uitspraak in kort geding van 10 januari 2022.</para>
        <para>zie ecli:nl:rbdha:2022:386</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:387:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak- / rolnummer: C/09/621287 / KG ZA 21-1132</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERBETERVONNIS van 19 januari 2022</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">behorende bij het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 10 januari 2022, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nu Theorie B.V. </emphasis>te Den Haag,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.W. Fakiri te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het zelfstandig bestuursorgaan</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen </emphasis>te Rijswijk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S.G. Tichelaar te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Nu Theorie’ en ‘het CBR’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	de brief van 17 januari 2022 van mr. Fakiri, ingekomen ter griffie op 17 januari 2022;</para>
        <para>-	de e-mail van 17 januari 2022 van mr. Tichelaar.	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij brief van 17 januari 2022 heeft mr. Fakiri namens Nu Theorie verzocht om verbetering van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 10 januari 2022, in die zin dat het in de beslissing onder 2.1 uitgesproken gebod gericht had moeten zijn aan het CBR in plaats van aan Nu Theorie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij e-mail van 17 januari 2022 heeft mr. Tichelaar namens het CBR bericht dat dit ook volgens hem een kennelijke verschrijving is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter constateert dat dictumonderdeel 2.1 van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak een fout bevat, aangezien ter zitting is uitgesproken dat het gebod aan het CBR wordt gegeven en niet aan Nu Theorie. Dit volgt bovendien ook uit de in het proces-verbaal onder 1. weergegeven gronden van de beslissing. Daarmee is sprake van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom als volgt toewijzen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verbetert voormeld proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 10 januari 2022 in die zin dat onderdeel 2.1 van de beslissing komt te luiden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“gebiedt het CBR met onmiddellijke ingang om zich te onthouden van de aangekondigde maatregel van 48 uur blokkade dan wel iedere andere maatregel in verband met de in het geding zijnde video’s die door Nu Theorie op haar website zijn gepubliceerd;”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>handhaaft het proces verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 10 januari 2022 voor het overige;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 19 januari 2022 wordt vermeld op de minuut van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 10 januari 2022;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 10 januari 2022 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">sg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>