<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:3742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-22T15:52:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.13104</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3742">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3742</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-22T15:51:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:3742 Rechtbank Den Haag , 19-04-2022 / NL21.13104</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3742:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet beschikken over stukken uit eerdere procedure. In strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb passeren. Verweerder in de overgelegde brieven geen aanleiding hoeven zien voor de conclusie dat eiser tijdens de gehoren medisch gezien niet in staat zou zijn om consistent, coherent of volledig te verklaren. beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3742:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.13104</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: L. Rossingh). </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 20 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht vooraf, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Angolese nationaliteit te bezitten. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij, net zoals zijn vader was, aanhanger is van de politieke partij [naam2]. Zijn vader is vermoord door militairen van de regeringspartij MPLA. In 2019 heeft eiser een video opgenomen waarin hij slecht spreekt over de president. Die video heeft hij vervolgens via WhatsApp gedeeld, waarop hij is bedreigd met de dood. </para>
    <para />
    <para>2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: </para>
    <para />
    <paragroup>
      <para>Identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>Betrokkenheid bij [naam2];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>De dood van de vader van betrokkene;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>Bedreigingen vanwege een video.</para>
      <para />
      <para>3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.<footnote-ref linkend="_9662414b-3095-44c7-bc53-69430f917af2" /> Daarnaast is aan eiser uitstel van vertrek verleend. </para>
      <para>Eisers verklaringen over zijn identiteit en nationaliteit en zijn betrokkenheid bij [naam2] zijn geloofwaardig geacht. Eisers herkomst is niet geloofwaardig geacht. Verweerder verwijst in dit verband naar overwegingen uit het voornemen van 7 februari 2002 en de beschikking van 8 maart 2002, die in 2005 bij uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_2a8203f8-5c26-42e0-872a-926790e5a35f" /> in rechte is komen vast te staan. Verder zijn eisers verklaringen over de dood van zijn vader ongeloofwaardig geacht, aangezien hij tegenstrijdig heeft verklaard. In de eerste procedure heeft eiser namelijk verklaard dat zijn vader door leden van [naam2] is vermoord. Verweerder stelt vast dat eiser de tegenstrijdigheid in de zienswijze niet inhoudelijk betwist. Ook eisers verklaringen over de bedreigingen vanwege de door hem gemaakte video zijn ongeloofwaardig geacht, omdat eiser hierover vaag, wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard. Daarbij komt dat eiser niet in staat is gebleken om de genoemde video te tonen, of aan te geven waar deze te vinden zou zijn. De door eisers gemachtigde geopperde mogelijkheid dat eiser vanwege psychiatrische problematiek niet coherent kan verklaren is onvoldoende om anders te oordelen. Uit het medisch advies van het FMMU blijkt dat eiser in staat is om gehoord te worden, zij het dat hij soms moeite kan hebben om zijn verhaal te reproduceren. Niet is gebleken dat eiser in zijn geheel zijn verhaal niet naar voren zou kunnen brengen. Dat eiser in zijn jeugd aanhanger is geweest van [naam2] leidt niet tot gerechtvaardigde vrees, aangezien eiser nooit activiteiten voor [naam2] heeft verricht en niet valt in te zien dat het zijn van aanhanger ruim twintig jaar later tot actieve vervolging zou leiden.</para>
      <para />
      <para>4. Eiser voert aan dat hij niet beschikt over de stukken uit de eerste procedure waar verweerder in het voornemen naar verwijst, zodat hij niet goed op de gestelde tegenstrijdigheid kan ingaan. Eiser verwijst naar de zienswijze waarin hij heeft aangegeven dat hij vanwege zijn psychiatrische stoornis niet in staat is samenhangend te verklaren. Het FMMU-rapport vermeldt dat hij soms moeite kan hebben om zijn verhaal te reproduceren als gevolg van geheugenproblemen, maar schizofrenie leidt volgens eiser tot meer problemen dan alleen geheugenproblemen. Eiser verwijst hierbij naar wat op Wikipedia hierover is te vinden. Verweerder gaat daarnaast voorbij aan de overgelegde brief van eisers psycholoog van 2 februari 2021. In beroep heeft eiser een brief van zijn behandelaars van 6 augustus 2021 bijgevoegd. Eiser stelt dat het de vraag is of hij kon worden gehoord, gezien zijn stoornis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Bij zienswijze van 6 juli 2021 heeft eiser meegedeeld dat hij niet over de stukken uit de eerdere procedure beschikt en dat hij daarom niet inhoudelijk kan ingaan op de tegenwerping dat hij tegenstrijdig heeft verklaard. Verweerder had dit moeten opvatten als een verzoek om het desbetreffende gehoorverslag toe te sturen. Nu verweerder dit niet heeft gedaan en heeft volstaan met de vaststelling dat eiser niet betwist dat hij tegenstrijdig heeft verklaard, is in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel. Nu eiser in beroep alsnog kennis heeft kunnen nemen van deze stukken en dit niet heeft geleid tot inhoudelijke betwisting van de tegenwerping, ziet de rechtbank aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb<footnote-ref linkend="_c7fce650-812b-4265-9c2f-b922a7f5c4c2" /> te passeren. </para>
      <para />
      <para>6. Eiser is op 20 oktober 2020 voor een medisch onderzoek gezien door FMMU, die verweerder vervolgens heeft geadviseerd dat eiser kon worden gehoord. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat uit het medisch advies van het FMMU van 28 oktober 2020 slechts volgt dat eiser soms moeite kan hebben met het reproduceren van zijn verhaal, maar dat hieruit niet volgt dat eiser in zijn geheel zijn verhaal niet naar voren zou kunnen brengen. Uit de door eiser overgelegde brief van psycholoog [naam3] van 2 februari 2021 volgt dat eiser een psychotische stoornis, te weten schizofrenie, heeft en een verleden met middelenmisbruik (in remissie). Hiervoor wordt hij behandeld en ontvangt hij ondersteuning. Tevens wordt in deze brief meegedeeld dat eiser vanwege zijn geheugenproblematiek op de wachtlijst staat voor neuropsychologisch onderzoek naar mogelijke cognitieve achteruitgang. Verweerder heeft in deze brief geen aanleiding hoeven zien voor de conclusie dat eiser op dat moment niet in staat was om coherente verklaringen af te leggen. In de brief van 6 augustus 2021 merken psychologen [naam3] en [naam4] op dat de dreigende afwijzing van de asielaanvraag bij eiser voor een toename van spanningsklachten zorgt, die erin kunnen resulteren dat eiser weer terugvalt in middelengebruik en psychose. Ook uit deze brief volgt daarom niet dat eiser tijdens de gehoren medisch gezien niet in staat zou zijn om consistent, coherent of volledig te verklaren. </para>
      <para />
      <para>7. Verweerder heeft verder terecht overwogen dat BMA geen medisch oordeel geeft over het al dan niet adequaat kunnen verklaren, zodat hij ook geen aanleiding heeft hoeven zien om het advies van BMA over het (verder) verlenen van uitstel van vertrek af te wachten. </para>
      <para />
      <para>8. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>9. Gelet op het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit, wordt verweerder veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759 (zevenhonderdnegenenvijftig euro). <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9662414b-3095-44c7-bc53-69430f917af2" label="1">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a8203f8-5c26-42e0-872a-926790e5a35f" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7fce650-812b-4265-9c2f-b922a7f5c4c2" label="3">
    <para> Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>