<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:3613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T09:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 4437</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3613">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3613</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-21T13:48:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:3613 Rechtbank Den Haag , 15-04-2022 / AWB - 20 _ 4437</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3613:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bodemprocedure. Wob. Beroep van de Stichting Rookpreventie Jeugd. Niet ontvankelijk. Niet tijdig bezwaar gemaakt. Artikel 6:13 van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3613:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 20/4437</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Rookpreventie Jeugd, te Amsterdam, eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.H.J. van den Biesen)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. J.D. Eillyas).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: <emphasis role="bold">Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-Instituut (NEN)</emphasis> en <emphasis role="bold">International Organization for Standardization (ISO)</emphasis><?linebreak?>(hierna: aangeduid als NEN/ISO)</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E. Dans).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 december 2018 (het primaire besluit, kenmerk DWJZ-2018.069) heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>NEN/ISO hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 februari 2020 (het bestreden besluit, kenmerk DWJZ-2019-000035) heeft verweerder het bezwaar van de derde partijen ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>NEN/ISO hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (procedurenummer  SGR 20/1653).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van eiseres, met toepassing van artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), doorverwezen naar deze rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben nadere stukken ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2022. </para>
      <para>Deze zaak is gevoegd behandeld met de beroepen met de procedurenummers SGR 20/4320 en SGR 20/1653.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eiseres is drs. [A] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. </para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn tevens verschenen [B] en mr. [C] . </para>
      <para>Voor NEN/ISO zijn verschenen [D] , [E] en [F] , vertegenwoordigd door de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. In elke zaak is afzonderlijk uitspraak gedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>2 Vaststaat dat alleen NEN/ISO bezwaar hebben gemaakt tegen het primaire besluit van 21 december 2018. Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat geen verklaring kan worden gegeven voor het feit dat zij destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit. Nu niet gebleken is dat het eiseres redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt is het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk.</para>
    <para />
    <para>3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzitter, mr. M.J.L. van der Waals en mr. H.G. Molenaar-Geurtsen, leden, in aanwezigheid van mr. B.M. van der Meide, griffier. <?linebreak?>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>