<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:3560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T10:41:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.5640</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T10:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:3560 Rechtbank Den Haag , 12-04-2022 / NL22.5640</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod – geen zicht op uitzetting Algerije maakt niet dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is – artikel 8 EVRM - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.5640</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Bruin).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd, waarbij aan eiser een vertrektermijn is onthouden. Daarnaast heeft verweerder tegen eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 6 april 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en de Algerijnse nationaliteit te bezitten. Niet in geschil is dat eiser niet rechtmatig in Nederland verblijft.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt zich op het standpunt dat een terugkeerbesluit met een onmiddellijke vertrekplicht onrechtmatig is, nu er geen zicht op uitzetting is naar Algerije. In het geval een vertrektermijn van 28 dagen wordt gegund, bestaat nog de mogelijkheid dat de situatie in dit opzicht verandert, bij een onmiddellijk vertrektermijn niet, zo stelt hij.</para>
    <para />
    <para>3. Tegen de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft kan een terugkeerbesluit worden uitgevaardigd. Daarmee wordt vastgesteld dat het verblijf in Nederland niet rechtmatig is en dat op de vreemdeling een terugkeerverplichting rust.<footnote-ref linkend="_b3497401-62f2-4b73-9e41-4c95801bc7e3" /> Nu niet in geschil is dat eiser niet rechtmatig in Nederland verblijft, was verweerder bevoegd om tegen eiser een terugkeerbesluit uit te vaardigen. Eiser heeft evenmin betwist dat er sprake is van een risico op onttrekken aan het toezicht. Verweerder heeft vanwege dat risico een vertrektermijn aan eiser kunnen onthouden. Dat er momenteel geen zicht op uitzetting naar Algerije is, betekent niet dat op eiser niet langer een terugkeerverplichting rust. Ook als eiser stelt dat hij niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen, wordt van hem verwacht dat hij zich inspant om hieraan gevolg te geven. Voor zover eiser meent dat hij met inachtneming van die inspanningsverplichting, buiten zijn schuld, niet in staat is om Nederland te verlaten, kan hij een aanvraag doen om op die grond rechtmatig verblijf in Nederland te verkrijgen. </para>
    <para>Wat door eiser is aangevoerd biedt dan ook geen grond voor de conclusie dat ten onrechte is besloten dat eiser Nederland met onmiddellijke ingang dient te verlaten. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser stelt zich op het standpunt dat het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod in strijd is met artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_88cbaf00-b81b-4588-8d5f-c572b58651dd" /> Eiser heeft familie in Frankrijk, onder wie zijn vriendin die in verwachting is. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dit niet zou moeten leiden tot het afzien van een inreisverbod of het beperken van de duur ervan.</para>
    <para />
    <para>5. Nu aan eiser een vertrektermijn is onthouden, volgt uit de wet dat aan hem een inreisverbod wordt opgelegd.<footnote-ref linkend="_3099a705-1036-47fe-bea7-d26aede558d5" /> Het enkele feit dat eiser stelt dat hij een relatie heeft met een vrouw die in Frankrijk verblijft, maakt niet dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Voor zover eiser in verband met dit gestelde familieleven toegang tot en verblijf in Frankrijk wenst, dient hij daarvoor een aanvraag te doen bij de Franse autoriteiten, zodat zij dit kunnen onderzoeken. Indien een dergelijke aanvraag wordt ingewilligd, zal het inreisverbod ambtshalve worden opgeheven, zoals verweerder ter zitting ook heeft bevestigd. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b3497401-62f2-4b73-9e41-4c95801bc7e3" label="1">
    <para> Artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88cbaf00-b81b-4588-8d5f-c572b58651dd" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3099a705-1036-47fe-bea7-d26aede558d5" label="3">
    <para> Artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>