<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:3478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T09:36:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 4071</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3478">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:3478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T09:36:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:3478 Rechtbank Den Haag , 06-04-2022 / AWB - 21 _ 4071</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3478:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft de functie niet aan eiser toegewezen, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde dat hij, uitgaande van de peildatum 21 januari 2021, een functieduur van maximaal 5 jaar te vervullen heeft tot aan de ingangsdatum van zijn LOM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:3478:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/4071</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2022 de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D. van Zoelen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Defensie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. drs. A.J. Verdonk).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten de functie van medior selecteur voorlichter niet aan eiser toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2022. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser, adjudant-onderofficier, heeft op 13 oktober 2020 zijn belangstelling getoond voor de vacature van medior selecteur voorlichter bij de sectie Aanstelling van de afdeling Recruitment van het DienstenCentrum Personeelslogistiek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de vacaturepublicatie, in de rubriek wie kan solliciteren, wordt bij de rang van adjudant-onderofficier de volgende eisen genoemd:</para>
    </parablock>
    <para>1. op genoemde peildatum voldoen aan de functie-eisen zoals vermeld in de functiebeschrijving en de vacaturetekst en;</para>
    <para>2. op de genoemde peildatum een volledige functieduur in de rang van adjudant­ onderofficier hebben voltooid en;</para>
    <para>3. op genoemde peildatum maximaal een functieduur (5 jaar) te vervullen hebben tot aan datum LOM (leeftijdsontslag militairen). Tijdens de administratieve voorselectie wordt op basis van de huidige einddatum van de aanstelling (contract) in relatie tot de peildatum van deze vacature in Peoplesoft getoetst of de sollicitant voldoende rendement heeft</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de functie niet aan eiser toegewezen, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde dat hij, uitgaande van de peildatum 21 januari 2021, een functieduur van maximaal 5 jaar te vervullen heeft tot aan de ingangsdatum van zijn LOM: 1 juni 2026.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien de voorselectie geen geschikte kandidaten heeft opgeleverd, heeft verweerder de functie omgebouwd naar een startersfunctie. Deze functie wordt inmiddels vervuld door een militair in rang van adjudant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser kan zich niet vinden in de afwijzing en voert- samengevat weergegeven- aan dat deze voorwaarde leeftijdsdiscriminatie tot gevolg heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Wat betreft het selectiecriterium dat de vacature bij adjudant-onderofficieren alleen is opengesteld voor personen die maximaal 5 jaar tot aan datum LOM te vervullen hebben, overweegt de rechtbank dat verweerder op het gebied van functietoewijzing, met inbegrip van de te hanteren functie-eisen, een discretionaire bevoegdheid toekomt. Bij de gebruikmaking van deze bevoegdheid heeft verweerder een grote vrijheid. Dit betekent dat de rechtbank een besluit terughoudend toetst.</para>
    <para />
    <para>6. Aangezien niet in geschil is dat eiser niet voldoet aan deze eis van 5 jaar, heeft verweerder in redelijkheid de sollicitatie van eiser voor de geambieerde functie kunnen afwijzen. Verweerder hanteert specifieke eisen op het gebied van een evenwichtige opbouw van het personeelsbestand en heeft de geambieerde functie om die reden voor adjudant-onderofficieren alleen opengesteld voor personen die maximaal 5 jaar tot aan datum LOM te vervullen hebben.<footnote-ref linkend="_78520832-318b-40be-bab7-7c9a62d5a316" />Eiser is niet uitgenodigd voor een selectiegesprek omdat hij niet voldeed aan deze voorwaarde. Zijn leeftijd heeft hierin geen rol gespeeld. De omstandigheid dat verweerder de functie, na de eerste administratieve voorselectie, heeft omgebouwd naar een startersfunctie in rang van adjudant, kan, gelet op de discretionaire bevoegdheid van verweerder, niet tot het oordeel leiden dat verweerder verplicht was de functie aan eiser toe te wijzen. </para>
    <para />
    <para>7. In hetgeen eiser voor het overige naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder dit selectiecriterium niet in redelijkheid mocht hanteren. Van strijd met artikel 19 van het AMAR is dan ook geen sprake.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter is verhinderd te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_78520832-318b-40be-bab7-7c9a62d5a316" label="1">
    <para> Uitspraak van 6 augustus 2020 van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), ECLI:NL:CRVB:2020:1770.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>