<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:2928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:55:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL:TZ:0000146028:B001</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2022/179</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:2928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:2928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-31T15:19:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:2928 Rechtbank Den Haag , 16-02-2022 / NL:TZ:0000146028:B001</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:2928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschermingsbewindvoerder verzoekt de kantonrechter om machtiging te verlenen om een advocaat te mogen inschakelen. Betrokkene dient als verdachte in een strafprocedure te verschijnen. Hij wil zijn verdediging zelf voeren en wil zich niet laten bijstaan door een advocaat. De kantonrechter wijst het verzoek af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:2928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toezicht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie 's-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>toezichtnummer</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>NL:TZ:0000146028:B001</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>beschikkingsnummer</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>002</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>datum</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>16 februari 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking van de kantonrechter</title>
    <para>
      <?linebreak?>op verzoek van</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [beschermingsbewindvoerder]
    </title>
    <parablock>
      <para> ,<?linebreak?>[adres] ,<?linebreak?>Kamer van Koophandel-nummer [nummer kvk] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster,</para>
      <para>
        <?linebreak?>met betrekking tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [rechthebbende] ,<?linebreak?>wonende te [plaats] ,<?linebreak?>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,<?linebreak?>hierna te noemen: betrokkene.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek, ontvangen op 9 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster vraagt machtiging om, tegen de wil van betrokkene, een advocaat in te schakelen.</para>
      <para>Ter onderbouwing van het verzoek stelt verzoekster, samengevat, het volgende.</para>
      <para>Betrokkene is aangehouden wegens winkeldiefstal en heeft zich verzet bij aanhouding. Hij moet op 8 maart 2022 voorkomen. Vanuit het piket is aan betrokkene een advocaat toegewezen. De eigen bijdrage van de toevoeging bedraagt € 675,--.</para>
      <para>Verzoekster is van mening dat betrokkene zelf zijn verdediging niet kan voeren en dat een advocaat daarom noodzakelijk is. Hij heeft de financiële middelen om dit te betalen. Betrokkene wil echter zichzelf verdedigen. Verzoekster vraagt daarom om machtiging om betrokkene verplicht te laten verdedigen door een advocaat. Verzoekster kan niet overzien wat de strafmaat zal zijn bij een dergelijk vergrijp. De advocaat kan dit ook niet inschatten omdat zij nog geen inzage heeft gehad in het dossier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de strafprocedure is de bijstand door een advocaat niet verplicht. De vraag is of de beschermingsbewindvoerder bevoegd is om voor betrokkene toch bijstand door een advocaat te regelen, ondanks dat betrokkene die bijstand zelf niet wil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende, maar aan de bewindvoerder, met inachtneming van de in de wet vermelde voorwaarden (artikel 1:438 leden 1 en 2 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (artikel 1:441 lid 1 BW). Hiermee strookt dat de bewindvoerder in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed optreedt als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende (Hoge Raad, 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafprocedure gaat in beginsel niet over een onder bewind gesteld goed en de beschermingsbewindvoerder is dan ook geen partij in die procedure. Dat mogelijk een boete en/of andere financiële maatregel zal kunnen worden opgelegd door de strafrechter, maakt nog niet dat de procedure over een onder bewind gesteld goed gaat. Ook uit artikel 51f, vierde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering volgt dat ten aanzien van de verdachte de bepalingen betreffende bijstand of vertegenwoordiging, nodig in burgerlijke zaken, niet van toepassing zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande is er geen wettelijke basis om, tegen de wil van betrokkene, machtiging te verlenen om een advocaat in te schakelen in de strafprocedure. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier,						de kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:<?linebreak?>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;<?linebreak?>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>