<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:2078</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T10:31:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.2905, NL22.2907 en NL22.2912</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:2078">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:2078</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T10:24:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:2078 Rechtbank Den Haag , 08-03-2022 / NL22.2905, NL22.2907 en NL22.2912</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:2078:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring. Eerste beroep. Gezin met minderjarigen. Geen aanleiding voor hogere schadevergoeding. Proceskostenveroordeling. Beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:2078:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: NL22.2905, NL22.2907 en NL22.2912</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam 1], eiseres, V-nummer: [Nummer 1]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 2]
        </emphasis>, eiser 1, V-nummer: [Nummer 2]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 3]
        </emphasis>, eiser 2, V-nummer: [Nummer 3]</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F. Boone),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L. Verhaegh).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij drie afzonderlijke besluiten van 17 februari 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder aan eisers de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Deze beroepen moeten tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 23 februari 2022 de maatregelen van bewaring opgeheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van de beroepen. Op 24 februari 2022 hebben eisers de gronden van de beroepen ingediend. Op 25 februari 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 7 maart 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [Geb. datum 1] 1992, [Geb. datum 2] 2018 en [Geb. datum 3] 2020 en de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten. Eiseres stelt de moeder van eiser 1 en eiser 2 te zijn.</para>
    <para />
    <para>2. Omdat de maatregelen van bewaring al zijn opgeheven, hebben eisers in zoverre geen procesbelang meer bij de behandeling van de beroepen. Ook heeft verweerder al aan eisers aangeboden een schadevergoeding te willen betalen. De rechtbank ziet zich nog gesteld voor de vraag of aan eisers een hogere schadevergoeding moet worden toegekend dan is aangeboden. In dit verband moet worden beoordeeld of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan zodanig onrechtmatig is geweest dat een hogere schadevergoeding aangewezen is. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers voeren aan dat de belangen van het kind met zich brengen dat aan hen een hogere schadevergoeding moet worden toegekend dan het standaardbedrag van 100 euro per dag dat door verweerder is aangeboden. Daarbij wijzen zij erop dat eiser 1 en eiser 2 minderjarig zijn.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank volgt eisers niet in deze stelling. In de beleidsregels van verweerder zijn aanvullende waarborgen opgenomen bij het in bewaring stellen van minderjarigen. Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op de beperkte termijn van inbewaringstelling en plaatsing in een op kinderen aangepaste gezinsvoorziening. De rechtbank verwijst hierbij naar onderdeel A5/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij in het bijzonder zijn geschaad door de bestreden besluiten, dan wel dat aan hen ten onrechte waarborgen zijn onthouden die toekomen aan in bewaring gestelde minderjarige vreemdelingen.</para>
    <para />
    <para>5. De beroepen, voor zover gericht op het verkrijgen van schadevergoeding, zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Eisers hebben verder verzocht verweerder te veroordelen in de door hen gemaakte proceskosten. Omdat niet in geschil is dat de bestreden besluiten onrechtmatig zijn genomen, zijn de beroepen in zoverre terecht ingediend en zal de rechtbank tot een dergelijke veroordeling overgaan. Verweerder heeft al aangeboden een bedrag van 2244 euro aan proceskosten te vergoeden. Dit heeft verweerder kennelijk gebaseerd op een bedrag van 748 euro in een drietal zaken. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bestaat de waarde per punt echter uit 759 euro. Daarnaast is sprake van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Bpb. De rechtbank stelt de proceskosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand dan ook vast op 759 euro, bestaande uit één punt voor het indienen van drie samenhangende beroepschriften met een waarde per punt van 759 euro en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart de beroepen, voor zover gericht tegen de maatregelen van bewaring, niet-ontvankelijk;</para>
      <para> verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;</para>
      <para> veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ten bedrage van € 759 (zevenhonderdnegenenvijftig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>