<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:16270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T15:30:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10101782 RL EXPL 22-15042</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:16270">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:16270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T15:25:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:16270 Rechtbank Den Haag , 19-10-2022 / 10101782 RL EXPL 22-15042</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:16270:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verstek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:16270:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>V. Tekelenburg</para>
    <para>Grosse afgegeven aan de eisende partij op</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnr.: 10101782 RL EXPL 22-15042</para>
      <para>Extern kenmerk: RZ22046</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisers] , verbonden in een maatschap en handelend onder de naam [naam] Advocaten </emphasis>te [vestigingsplaats] ,<?linebreak?>eisende partij,<?linebreak?>gemachtigde mr. R.A.J. Zomer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde] te [woonplaats] ,<?linebreak?>gedaagde partij.<?linebreak?></bridgehead>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 13 september 2022 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
      <para>Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd.             De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <para>De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden. De gevorderde nakosten zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter,</para>
    <para />
    <para>1. veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 8.172,04 vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.375,19 vanaf </para>
    <para>4 mei 2022 en tot betaling van de verschuldigde wettelijke rente te berekenen vanaf 20 juni 2022 over het verschuldigde bedrag van € 1.796,85, tot de dag der voldoening;</para>
    <para />
    <para>2. veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 693,76 (declaratie 22092) en € 269,53 (declaratie 22126);</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 658,33, waaronder € 311,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij, en bepaalt dat dit bedrag binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis moet zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para>4. veroordeelt gedaagde partij tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover eisende partij daadwerkelijk nakosten zal maken, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van het vonnis;</para>
    <para />
    <para>5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>6. wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier,	de kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata depth="0" width="0" fileref="" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold" />
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title />
    <para>Voor grosse</para>
    <para> Afgegeven aan en ten verzoeke van</para>
    <para>eisende partij.</para>
    <para>De Griffier van de rechtbank Den Haag,</para>
    <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>