<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:16052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-05T09:00:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22_2901</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:16052">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:16052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-04T15:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:16052 Rechtbank Den Haag , 02-06-2022 / 22_2901</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:16052:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo. Elektra huisje is reeds geplaatst. Het bouwwerk staat er dus al. Het doel van het vovo, te voorkomen dat het elekra huisje wordt gerealiseerd, kan dus niet meer worden bereikt. Spoedeisend belang is komen te vervallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:16052:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:  SGR 22/2901</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: C. Kuijt van Klaveren).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 22 maart 2022 (primaire besluit) <emphasis role="italic">(gepubliceerd in het Gemeenteblad op</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25 maart 2022)</emphasis> heeft verweerder aan Stedin Netbeheer B.V. de gevraagde instemming verleend voor het aanpassen van een laagspannings- en middenspanningsnet, het plaatsen van een station en het nemen van verkeersmaatregelen ter hoogte van [adres] [nummer] in [plaats] (conform de bij dit besluit behorende tekeningen), onder verwijzing naar artikel 2:10A, eerste lid, en artikel 2:11, eerste lid, van de APV.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 16 mei 2022 de gedingstukken overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het primaire besluit heeft verweerder aan Stedin Netbeheer B.V. de gevraagde instemming verleend voor het aanpassen van een laagspannings- en middenspanningsnet, het plaatsen van een station en het nemen van verkeersmaatregelen ter hoogte van [adres] [nummer] in [plaats].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift van 6 mei 2022 aangegeven dat onmiddellijk gestopt moet worden met de bouw van het elektra huisje pal achter zijn huis en dat er overleg gevoerd moet worden over een alternatieve locatie van het huisje. Verzoeker is volledig tegen deze plaatsing en hij gaat er alles aan doen om dit te voorkomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Blijkens telefonische informatie van 18 mei 2022 van verweerder is het elektra huisje op 13 mei 2022 reeds geplaatst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat het plaatsen van het elektra huisje (plaatsen station), waartegen het verzoek om voorlopige voorziening is gericht, reeds is gerealiseerd; het bouwwerk staat er dus al. Het doel van het verzoek om voorlopige voorziening, te voorkomen dat het elektra huisje wordt gerealiseerd, kan dus niet meer worden bereikt. </para>
      <para />
      <para>4. De conclusie is dat het spoedeisend belang van verzoeker volledig is komen te vervallen. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom afwijzen.</para>
      <para />
      <para>5. Ter voorlichting van verzoeker merkt de voorzieningenrechter op dat overleg over een alternatieve locatie, als daarvan al sprake zou kunnen zijn, niet afdwingbaar is en dat daarbij bovendien geen sprake is van een voorlopige voorziening. </para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>2 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>