<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:15926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-22T14:45:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.15845</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:15926">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:15926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-22T14:14:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:15926 Rechtbank Den Haag , 07-12-2022 / NL22.15845</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:15926:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig niet-ontvankelijk – asiel – alsnog een besluit genomen – bestuurlijke dwangsom – beroep tegen alsnog genomen besluit ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:15926:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.15845 V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, belanghebbende, (gemachtigde: mr. R. Achttienribbe),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad. Verweerder heeft de aanvraag van belanghebbende ingewilligd. <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis></para>
      <para>Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst</para>
      <para>de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. <emphasis role="underline">Is de beslistermijn overschreden?</emphasis></para>
      <para>☒ Ja</para>
    </parablock>
    <para>☐ Nee</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☒ Ja</para>
    </parablock>
    <para>☐ Nee</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☒ Nee. Omdat verweerder een besluit heeft genomen op de asielaanvraag, heeft belanghebbende geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para>☐ Ja</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is van rechtswege een beroep ontstaan tegen het alsnog genomen besluit?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☒ Ja, want belanghebbende maakt aanspraak op de bestuurlijke dwangsom.</para>
    </parablock>
    <para>☐ Nee</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>☐ Ja</para>
    <para>☒ Nee</para>
    <para>☐ De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>☐ Ja</para>
    <para>☒ Nee</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☒ Ja</para>
    </parablock>
    <para>☐ Nee</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?</emphasis> De volgende proceskosten worden toegekend:</para>
      <para>☒ 1 punt voor het indienen van het beroepsschrift</para>
    </parablock>
    <para>1 punt voor de nadere reactie(s)</para>
    <parablock>
      <para>☒ 0,5 punt voor een nadere reactie</para>
      <para>met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>☒ verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk.</para>
      <para>☒ verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit, ongegrond;</para>
      <para>☒ veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van</para>
      <para>€ 569,25.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>E.P.W. Kwakman, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.1</para>
      <para>07 december 2022</para>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.2 Het beroepschrift</para>
      <para>kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="6006e60f-9649-4d67-bab6-8bfbfe9f2a38" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="665fb509-b9af-4e8a-9755-67cebf2821d8" depth="82" width="251" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.</para>
      <para>OpMgrr.onMd. vGarneaerbtiekel 6:20, derde lid, van de AlgemeEn.eP.wWe.t Kbewsatukumrsarencht (Awb) heeft het</para>
      <para>Rechter Griffier</para>
      <para>berRoeepchmtbedaenbkeAtrmeksktiengrdoapmhet alsnog genomen besRlueitc,httebnazinj kdiAt mgeshteeerldaaamn het beroep tegemoet komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per</para>
      <para>dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. 4</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Documentcode: DSR23567251</emphasis>
      </para>
      <para>Met de tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 24 maart 2022.5</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.6 De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="66838037-4a39-4dc7-a6c8-607bfd4499d5" depth="1" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    <para>2 Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
    <para>3 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
    <para>4 Artikel 4:17 van de Awb.</para>
    <para>5 ECLI:NL:RBDHA:2022:2641. De Afdeling heeft in gelijke zin beslist op 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.</para>
    <para>6 Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>