<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:15310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-17T13:32:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.14137</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:15310">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:15310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-17T13:32:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:15310 Rechtbank Den Haag , 02-12-2022 / NL21.14137</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:15310:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>intrekken vovo en verzoek om pkv; tegemoetgekomen; pkv toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:15310:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL21.14137</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , verzoeker</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E. Ceylan),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: C.W.M. van Breda).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 6 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van verzoeker ingetrokken vanaf 6 augustus 2021. Daarbij heeft verweerder bepaald dat dit besluit een terugkeerbesluit is en verzoeker Nederland en de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten. Verder heeft verweerder aan verzoeker een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd. <?linebreak?></para>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder op 3 september 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en te bepalen dat verzoeker de behandeling van de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten. <?linebreak?></para>
      <para>Bij bericht van 13 januari 2022 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. <?linebreak?></para>
      <para>Bij besluit van 1 februari 2022 heeft verweerder verder het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning regulier en tegen de uitvaardiging van het inreisverbod gegrond verklaard. <?linebreak?></para>
      <para>Bij bericht van 10 maart 2022 heeft de gemachtigde van verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verweerder verzocht de proceskosten van verzoeker te vergoeden. <?linebreak?></para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2022. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter laten weten dat de zaak zonder zitting kan worden afgedaan. Hij is vervolgens, met bericht van verhindering, niet verschenen. Namens verweerder is een toehoorder niet zijnde de zaaks behandelaar verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft na de zitting bij brief van 10 maart 2022 meegedeeld niet bereid te zijn de proceskosten te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft bij brief van 11 maart 2022 hierop gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend naar aanleiding van het primaire besluit waarin staat dat hij niet langer rechtmatig verblijf had in Nederland en aan hem een terugkeerbesluit is opgelegd met de mededeling dat hij kon worden uitgezet als hij Nederland niet onmiddellijk zou verlaten. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De voorzieningenrechter stelt ook vast dat verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingetrokken nadat verweerder het bezwaar gegrond heeft verklaard en verzoeker aldus niet langer met uitzetting werd bedreigd. Verzoeker had geen reden meer om de voorlopige voorzieningenprocedure voort te zetten, noch om een beroepsprocedure te starten. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:84, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat nu verweerder bij brief van 13 januari 2022 de rechtbank heeft bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening, de proceskosten inzake de voorlopige voorzieningenprocedure voor vergoeding in aanmerking komen. Dit omdat het bericht van verweerder een tegemoetkomen impliceert in die zin dat verzoeker vanaf dat moment niet langer met uitzetting werd bedreigd. Gelet hierop krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift) met een wegingsfactor 1. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De voorzieningenrechter bepaalt verder dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 181,- vergoedt. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,00;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan verzoeker te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S. Sari, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>