<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14671</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T08:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10247832 RL EXPL 22-20144</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14671">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14671</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-16T08:36:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14671 Rechtbank Den Haag , 22-12-2022 / 10247832 RL EXPL 22-20144</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14671:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontbinding en ontruiming, verstek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14671:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Grosse afgegeven aan de eisende partij op</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnr.: 10247832 RL EXPL 22-20144</para>
      <para>Extern kenmerk: 52101567</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gezamelijke erfgenamen van wijlen [erflaatster] , zijnde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [eiser 1] </emphasis>te [woonplaats] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [eiser 2] </emphasis>te [woonplaats] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. [eiser 3] </emphasis>te [woonplaats] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4. [eiser 4] </emphasis>te [woonplaats] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">5. [eiseres] </emphasis>te [woonplaats] ,<?linebreak?>eisende partij,<?linebreak?>gemachtigde BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [gedaagde 1] </emphasis>thans zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen en/of buiten  </para>
    <para>    Nederland,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] </emphasis>thans zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen en/of buiten Nederland,<?linebreak?>gedaagde partij.<?linebreak?></para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 14 december 2022 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
      <para>Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd.             De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <para>De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden, met dien verstande dat de rente zal worden toegewezen als hierna vermeld en dat aan gedaagde partij een ontruimingstermijn van 14 dagen zal worden gegeven. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter,</para>
    <para />
    <para>1. ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [plaats] ;</para>
    <para />
    <para>2. veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis met al de zijnen/haren en het zijne/hare te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de eisende partij te stellen;</para>
    <para />
    <para>3. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 12.816,37 vermeerderd met de wettelijke rente over € 12.196,66 vanaf 15 december 2022 tot de dag der voldoening en voorts te betalen een bedrag van € 716,50, dan wel het bedrag dat gedaagde partij na huurprijswijziging verschuldigd zou zijn bij voortzetting van de huurovereenkomst, voor iedere maand gedurende welke gedaagde partij het gehuurde na 31 december 2022 in bezit zal houden, een ingegane maand voor een volle gerekend;</para>
    <para />
    <para>4. veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 1.211,32, waaronder € 373,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;</para>
    <para />
    <para>5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>6. wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier,	de kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>