<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-17T09:16:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/782</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14643">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-17T09:16:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14643 Rechtbank Den Haag , 23-09-2022 / AWB 22/782</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14643:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Visum kort verblijf / procesbelang / visum verstrekt naar aanleiding van een nieuwe aanvraag / niet tijdig verzocht om vergoeding van de kosten gemaakt in bezwaar / eiseres kan zich wenden tot verweerder voor de vergoeding van de kosten gemaakt voor de nieuwe aanvraag / beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14643:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 22/782 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: P. van der Wal),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Buitenlandse Zaken, (verweerder)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.R. Scholtens).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een visum voor kort verblijf afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 25 augustus 2022 op zitting behandeld. Hieraan is deelgenomen door de gemachtigden van eiseres en verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 2003 en bezit de Keniaanse nationaliteit. Zij heeft op 2 november 2021 verzocht om afgifte van een visum voor kort verblijf voor familiebezoek bij haar oom en tante. Haar oom is haar referent. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft met het primaire besluit de aanvraag afgewezen, omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende zijn aangetoond.<footnote-ref linkend="_a676d817-f7a5-4fe9-94dd-0782a158c757" /> Zo is de relatie met referent niet aannemelijk gemaakt of aangetoond met objectiveerbare bewijsstukken. Ook stelt verweerder dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum te verlaten, omdat de sociale en economische binding van eiseres met Kenia gering is.<footnote-ref linkend="_a7565c63-8278-4b6e-a912-ade5e1132ae3" /> In bezwaar heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het standpunt van verweerder in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft in beroep medegedeeld dat eiseres op 24 mei 2022 een nieuwe visumaanvraag heeft ingediend, waarna haar een visum is verleend voor de periode van 2 juni 2022 tot en met 15 september 2022. Eiseres heeft volgens verweerder daarom geen belang meer bij deze beroepsprocedure, zodat het beroep niet-ontvankelijk is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarom is eiseres het niet eens met verweerder?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiseres voert aan dat zij wel procesbelang heeft, omdat verweerder haar eerder een visum had kunnen verstrekken als hij de juiste waarde had toegekend aan de gelegaliseerde garantstelling waaruit haar familierechtelijke relatie met haar referent blijkt. Verder heeft zij kosten gemaakt voor het indienen van een nieuwe aanvraag. Deze kosten waren volgens haar niet nodig geweest als verweerder meteen een juist besluit had genomen op haar eerste aanvraag. Referent voegt hieraan toe dat hij grote moeite heeft met een passage in het bestreden besluit die in zijn ogen de suggestie wekt dat hij zou meewerken aan illegaal verblijf van eiseres in Nederland. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het is vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat de bestuursrechter een bij hem ingediend beroep alleen inhoudelijk hoeft te beoordelen als dit van betekenis is voor de beslechting van het geschil over het voorliggende besluit. Daarbij geldt dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is. Met andere woorden, de indiener dient een actueel en reëel belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.<footnote-ref linkend="_98ed0b9f-2dc7-4ab0-afb8-f9f2efe3c19f" /> Rechtsmiddelen zijn niet bedoeld om kwesties van louter principiële aard te beslechten. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen actueel en reëel belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, omdat verweerder haar inmiddels een visum heeft verstrekt. Zij heeft dus reeds bereikt wat zij met dit beroep voor ogen had, namelijk het verkrijgen van een visum. Eiseres kan zodoende met een gegrond beroep niet in een voor haar gunstiger positie worden gebracht. <?linebreak?>Hoewel een geschil over de gemaakte kosten in de bezwaarfase procesbelang kan opleveren,<footnote-ref linkend="_a548bfa2-4e4a-4cee-9a19-a01f7aefed69" /> is dat in dit geval niet zo. Hiervoor is namelijk vereist dat is verzocht om vergoeding van de proceskosten voordat het bestuursorgaan op het bezwaar beslist.<footnote-ref linkend="_3418962f-626e-4b24-81f2-9beb5104a948" /> Eiseres heeft dit niet gedaan. </para>
    <para>Voor zover eiseres heeft verzocht om vergoeding van de kosten voor de nieuwe visumaanvraag (waaronder de leges), brengt dit de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het Besluit proceskosten bestuursrecht voorziet niet in de vergoeding van deze kosten.<footnote-ref linkend="_1a5d8dba-23b9-4dbc-862f-30bddecaa5c0" /> Voor zover eiseres meent dat zij recht heeft op vergoeding van deze kosten, zal zij zich met een hiertoe strekkend verzoek tot verweerder moeten wenden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Nu uit het bovenstaande volgt dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling van dit beroep, verklaart de rechtbank het beroep nietontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft eiseres geen proceskosten te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a676d817-f7a5-4fe9-94dd-0782a158c757" label="1">
    <para> Zie artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a en ii, van de Visumcode.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7565c63-8278-4b6e-a912-ade5e1132ae3" label="2">
    <para> Zie artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, van de Visumcode. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_98ed0b9f-2dc7-4ab0-afb8-f9f2efe3c19f" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 28 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1145, r.o. 3.2).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a548bfa2-4e4a-4cee-9a19-a01f7aefed69" label="4">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2022 (ECLI:N:RVS:2022:920, r.o. 1 ). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3418962f-626e-4b24-81f2-9beb5104a948" label="5">
    <para> Zie artikel 7:15, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a5d8dba-23b9-4dbc-862f-30bddecaa5c0" label="6">
    <para> Zie artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>