<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-07T12:15:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2022:10277</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.21652</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2024:1240" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2024:1240, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14590">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-10T14:53:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14590 Rechtbank Den Haag , 21-11-2022 / NL22.21652</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14590:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Polen, eiser is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat er ten aanzien van Polen niet meer van interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser heeft niet te maken gehad met pushbacks en gesteld noch gebleken is dat eiser hier bij overdracht mee te maken zal krijgen. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat Polen vreemdelingen met de Belarussische nationaliteit, in strijd met het verbod op refoulement, uitzet naar Belarus of dat eiser geen deugdelijke asielprocedure zal kunnen doorlopen. Ten slotte is de gestelde duurzame relatie niet onderbouwd en heeft verweerder daar ook geen rekening mee hoeven houden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14590:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.21652</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.S. van den Anker).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 24 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht verweerder te verbieden eiser uit te zetten totdat op het beroep is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening<footnote-ref linkend="_e082dc17-e7d7-4732-ae80-ae58d91496da" />, op 7 november 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. Mustafazade, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Achtergrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Eiser is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Belarussische nationaliteit. Eiser heeft op 7 april 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hij heeft een echt bevonden paspoort overgelegd. Hieruit is gebleken dat Polen een visum heeft verleend aan eiser met een geldigheidsduur van 20 augustus 2021 tot 9 februari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Eiser stelt voor zijn komst zeven maanden te hebben gewerkt in Polen. Eiser heeft Polen verlaten omdat hij wegens zijn achtergrond door Polen wordt bestempeld als mede-agressor in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland. Hij is om die reden ook ontslagen door zijn werkgever in Polen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_b7b3cfd5-05ce-4886-8a86-100536f20345" />; daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen als op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_853ad178-7324-4e2e-9a32-195517ae6eb9" /> is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland de Poolse autoriteiten verzocht eiser over te nemen op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. De Poolse autoriteiten hebben dit verzoek op 23 juni 2022 aanvaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beroepsgronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Eiser voert aan dat verweerder de asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. Eiser stelt dat verweerder ten aanzien van Polen niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan omdat Polen zich niet houdt aan zijn internationale verplichtingen. Eiser wijst in dit kader in het bijzonder op de problematische rechtstatelijke verhoudingen door het gebrek aan onafhankelijke rechtspraak. Daarnaast vinden er illegale pushbacks plaats aan de grens met Belarus. Eiser heeft in dit kader ook verzocht de zaak aan te houden in afwachting van de antwoorden van het HvJEU<footnote-ref linkend="_8fbfb4c9-8582-4e4e-b85c-ee852c899401" /> op de prejudiciële vragen die deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch in de verwijzingsuitspraak van 15 juni 2022<footnote-ref linkend="_1bc2e77a-abeb-4572-a277-ef890fc24652" /> heeft gesteld.</para>
      <para>Bovendien vreest eiser voor discriminatie en uitsluiting door de Poolse autoriteiten en dat door het negatieve sentiment in Polen jegens Belarussen zijn aanvraag afgewezen zal worden, die dan niet bij een onafhankelijk gerecht kan worden aangevochten. Ten slotte doet eiser een beroep op artikel 9 van de Dublinverordening en stelt en liefdesrelatie te hebben met Oekraïense vrouw waarmee hij samenwoont in de opvanglocatie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Interstatelijk vertrouwensbeginsel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Polen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat betekent dat Nederland erop mag vertrouwen dat Polen zijn internationale verplichtingen tegenover eiser nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit niet langer het geval is. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft in een uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juni 2022<footnote-ref linkend="_a1530f1c-ac83-4858-aed0-59b693d5ec41" /> geoordeeld dat ten aanzien van Polen in zijn algemeenheid nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Dit is bevestigd in de uitspraak van de meervoudige kamer van diezelfde zittingsplaats van 1 juli 2022<footnote-ref linkend="_a685b9e5-8cf0-430c-8ce7-8b283787fcfb" />. Eiser heeft geen stukken overgelegd die een ander beeld geven over de situatie in Polen, dan in deze uitspraken is beoordeeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om hierover in deze zaak anders te oordelen dan in genoemde uitspraken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding de beantwoording van de prejudiciële vragen zoals gesteld op 15 juni 2022 door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch aan het HvJEU, af te wachten. Deze vragen hebben betrekking op de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In die zaak is naar voren gebracht dat aan de buitengrenzen pushbacks plaatsvinden en dat de betreffende vreemdeling zelf driemaal na inreis in Polen door middel van een zogenoemde pushback van het grondgebied van Polen naar Belarus was verwijderd. Mede gelet op de pushbacks waarmee de vreemdeling voorafgaand aan zijn overdracht was geconfronteerd, rees de vraag waarop, gelet op de concrete omstandigheden van zijn individuele geval, het vertrouwen is gebaseerd dat Polen jegens hem in de toekomst zijn verdragsverplichtingen zal nakomen. In het geval van eiser is niet gebleken dat hij zelf met pushbacks te maken heeft gehad. Hij is Polen op grond van een visum rechtmatig binnengekomen en heeft niet te maken gehad met een pushback. Ook is niet gesteld of gebleken dat eiser, na zijn overdracht in het kader van de Dublinverordening door middel van een pushback zal worden teruggestuurd naar een derde land. De rechtbank ziet daarom geen reden om de beslissing in deze zaak aan te houden totdat de prejudiciële vragen beantwoord zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voor zover eiser vreest voor discriminatie en uitsluiting door de Poolse autoriteiten overweegt de rechtbank dat eisers stelling berust op vermoedens. Eisers vrees, dat hij direct zal worden uitgezet naar Belarus ofwel zonder dat zijn asielmotieven op adequate wijze zullen zijn beoordeeld, heeft eiser op geen enkele wijze met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Ook anderszins is niet gebleken dat Polen Belarussen in strijd met het verbod van refoulement uitzet naar Belarus, als zij in hun land van herkomst worden gezocht of vanwege de ontwikkelingen aan de grens tussen Polen en Belarus en die met Oekraïne. Daarbij komt dat de Poolse autoriteiten het verzoek om de overname van eiser hebben geaccepteerd. Hiermee hebben zij zich verantwoordelijk geacht voor de behandeling van eisers asielverzoek en toegezegd dat zij dit verzoek zullen behandelen met inachtneming van de EU-richtlijnen. Als Polen niet conform het bepaalde in de Procedure<footnote-ref linkend="_f308a185-378e-4d95-8735-ba5576551527" />-, Opvang<footnote-ref linkend="_473e7b98-a8d9-4cc6-ae0f-97d85b9afe63" />-, of Kwalificatierichtlijn<footnote-ref linkend="_f55ec913-fe8b-4f96-9a02-9fb70271cfb6" /> handelt, kan en moet daarover geklaagd worden bij de Poolse (hogere) autoriteiten, en zo nodig bij het EHRM<footnote-ref linkend="_34553ec7-e799-40f1-bbeb-5e40e8a3fc85" />. Niet is gebleken dat dat niet mogelijk of op voorhand zinloos is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Verweerder heeft zich dan ook met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel op het standpunt mogen stellen dat ervan kan worden uitgegaan dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt. Ook heeft verweerder in het door eiser aangevoerde redelijkerwijs geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te treken. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 9 van de Dublinverordening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De rechtbank overweegt in dit verband dat eiser zijn relatie met zijn partner niet heeft onderbouwd. De ingebrachte foto, verklaring van eisers partner en de niet onderbouwde stelling ter zitting dat het COA<footnote-ref linkend="_7699889b-e805-4d10-9eff-60ccc5583268" /> hen aanmerkt als koppel is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van een duurzame relatie in de zin van artikel 2, aanhef en onder g, van de Dublinverordening. Om die reden was verweerder ook op grond van artikel 9 van de Dublinverordening verantwoordelijk voor eisers asielaanvraag. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Lopar, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e082dc17-e7d7-4732-ae80-ae58d91496da" label="1">
    <para> Zaaknummer: NL22.21653.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7b3cfd5-05ce-4886-8a86-100536f20345" label="2">
    <para>Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_853ad178-7324-4e2e-9a32-195517ae6eb9" label="3">
    <para>Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8fbfb4c9-8582-4e4e-b85c-ee852c899401" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bc2e77a-abeb-4572-a277-ef890fc24652" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2022:5724.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1530f1c-ac83-4858-aed0-59b693d5ec41" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2022:5327.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a685b9e5-8cf0-430c-8ce7-8b283787fcfb" label="7">
    <para>ECLI:NL:RBGEL:2022:3346.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f308a185-378e-4d95-8735-ba5576551527" label="8">
    <para> Richtlijn 2013/32/EU.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_473e7b98-a8d9-4cc6-ae0f-97d85b9afe63" label="9">
    <para> Richtlijn 2013/33/EU.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f55ec913-fe8b-4f96-9a02-9fb70271cfb6" label="10">
    <para> Richtlijn 2011/95/EU.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34553ec7-e799-40f1-bbeb-5e40e8a3fc85" label="11">
    <para> Europees Hof voor de Rechten van de Mens.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7699889b-e805-4d10-9eff-60ccc5583268" label="12">
    <para> Centraal Orgaan opvang asielzoekers.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>