<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T01:28:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/526980/ HA RK 17-74</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002761&amp;artikel=206&amp;g=2016-09-01">Burgerlijk Wetboek Boek 4 206</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002761&amp;artikel=208&amp;g=2003-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 4 208</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2023/13</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2023-0064</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-28T14:54:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14239 Rechtbank Den Haag , 15-12-2022 / C/09/526980/ HA RK 17-74</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beschikking rechter-commissaris vaststelling salaris vereffenaar nalatenschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="7457a65b-47a3-4277-b401-c663b4dca924" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="ee92ff3b-a0f9-46c1-bae6-ea2ec980ccf6" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
Beschikking ex art. 4:206 lid 3 BW j° art. 4:208 lid 2 onder a BW
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
RECHTBANK
</emphasis>
<emphasis role="bold smallcaps">
DEN HAAG
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team Handel – rechter-commissaris
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer : C/09/526980/ HA RK 17-74
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Beschikking van de rechter-commissaris van 15 december 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
op het
<emphasis role="bold">
verzoek d.d. 29 september 2022 tot vaststelling van het salaris
</emphasis>
van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
mr. S. van Wijk in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
</emphasis>
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[naam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
kantoor houdende te 2517 JR Den Haag, Johan de Wittlaan 15,
</para>
      <para>
verzoeker.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
Het verloop
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Bij beschikking van 23 februari 2017 heeft de rechtbank ir. J.W.J. van Oostrom tot
</para>
      <para>
vereffenaar benoemd van de nalatenschap van [naam01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1948, laatstelijk wonende te [laatste woonplaats01] , overleden te [plaats van overlijden01] .
</para>
      <para>
Bij beschikking van 14 september 2017 is ir. Van Oostrom op eigen verzoek ontslagen en is
mr. P.C. Rijken in zijn plaats tot vereffenaar benoemd. Bij diezelfde beschikking is
mr. G.H.M. Smelt tot rechter-commissaris benoemd. Bij beschikking van 5 maart 2020 is
mr. Rijken op eigen verzoek ontslagen en is mr. S. van Wijk tot opvolgend vereffenaar benoemd. Bij beschikking van 10 december 2020 is mr. Smelt op eigen verzoek ontslagen en
is mr. R. Cats in zijn plaats tot rechter-commissaris benoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2
</nr>
Het verzoek
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Mr. Van Wijk heeft bij brief van 29 september 2022 met bijlagen de rechter-commissaris verzocht de al gemaakte vereffeningskosten (inclusief salaris voormalig vereffenaar en huidige vereffenaar) vast te stellen en deze ten laste te brengen van de boedel.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
3
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Op grond van artikel 4:206 lid 3 BW heeft een door de rechter benoemde vereffenaar recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld.
</para>
      <para>
Op grond van artikel 4:208 lid 2 onder a BW worden de overeenkomstig afdeling 3 titel 6 BW aan de kantonrechter toekomende taken en bevoegdheden door de rechter-commissaris uitgeoefend. Hieruit volgt dat de rechter-commissaris kan overgaan tot vaststelling van het vereffenaarsloon.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar is in de door de Expertgroep Erfrecht van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel, Kanton en Toezicht (LOVCK&amp;T) ontwikkelde en op rechtspraak.nl gepubliceerde Richtlijnen vereffening nalatenschappen aansluiting gezocht bij in de wet geregelde overeenkomstige gevallen, zoals de beloning van een curator in een faillissement, zoals nader geregeld in de zogenaamde Recofa-richtlijnen. Deze richtlijnen worden in faillissementszaken door de rechtbanken tot uitgangspunt genomen bij de vaststelling van het salaris van curatoren. De wetgever heeft bij de vereffening van nalatenschappen op meer plaatsen verwezen naar de Faillissementswet. Op grond daarvan kan voor de vaststelling van het loon van de vereffenaar aansluiting worden gezocht bij de beloning van de curator conform de Recofa-richtlijnen.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Mr. Van Wijk heeft met ir. Van Oostrom afgesproken dat hij ook voor hem een salarisverzoek zal indienen, hetgeen hij heeft gedaan. De verzochte bedragen zijn gebaseerd op voormelde Recofa-richtlijnen. Het actief is onvoldoende om de volledige salarissen van beiden volledig te voldoen. Mr. Van Wijk en ir. Van Oostrom zijn blijkens het verzoekschrift overgekomen dat hun salarissen na rato van het beschikbare actief zullen worden vastgesteld, wat neerkomt op 89%.
</para>
      <para>
De erfgenamen, boedelnotaris en de voormalig vereffenaar hebben hiermee ingestemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechter-commissaris zal het verzoek toewijzen en de salarissen dienovereenkomstig vaststellen.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
4
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechter-commissaris:
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
- stelt het salaris van (de kantoormedewerkers van) de vereffenaar vast op € 327.409,31, waarbij reeds bij wijze van voorschot aan reiskostenvergoeding is opgenomen een bedrag van
€ 134,66, zodat resteert voor op te nemen salaris een bedrag van € 327.274,65;
</para>
    <para />
    <para>
- stelt het salaris van ir. Van Oostrom vast op € 30.734,67 waarbij reeds bij wijze van voorschot aan reiskostenvergoeding is opgenomen € 586,45, zodat resteert voor op te nemen salaris een bedrag van € 30.148,22.
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Deze beschikking is gegeven door mr. R. Cats, rechter-commissaris, bijgestaan door R. Becker, griffier en uitgesproken op 15 december 2022.
</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>