<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-08T11:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/625064 / HA ZA 22-156</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-05T11:45:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14206 Rechtbank Den Haag , 26-10-2022 / C/09/625064 / HA ZA 22-156</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Herstelvonnis.</para>
        <para>ZIE OOK ECLI:NL:RBDHA:2022:14463</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4167ec6f-6375-42a1-9c0b-1872fea3c041" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="455f0f36-5466-400d-ace8-321a0e073995" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/625064 / HA ZA 22-156</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 26 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HAUSCHILD GMBH &amp; CO. KG</emphasis>,</para>
      <para>te Hamm, Duitsland,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het bevoegdheidsincident,</para>
      <para>verweerster in het vrijwaringsincident,</para>
      <para>advocaat mr. G.S.P. Vos te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FLACKTEK INC.</emphasis>,</para>
      <para>te Landrum, Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het bevoegdheidsincident,</para>
      <para>advocaat mr. A. Ringnalda te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, handelend onder de naam <emphasis role="bold">[Handelsnaam gedaagde sub 2] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het vrijwaringsincident,</para>
      <para>advocaat mr. K. Meijer te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Hauschild, Flacktek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 21 oktober 2022 heeft [Handelsnaam gedaagde sub 2] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 19 oktober 2022 in deze zaak gewezen vonnis in de incidenten. [Handelsnaam gedaagde sub 2] heeft gemeld dat de rechtbank zijns inziens in het vrijwaringsincident een kennelijke fout heeft gemaakt in de zin van artikel 31 lid 1 Rv (althans, de rechtbank begrijpt dat [Handelsnaam gedaagde sub 2] dat bedoelt te stellen), door in r.o. 6.4 te spreken van een (verkorte) dagvaardingstermijn van zes weken, waarna in het dictum onder 8.5 is bepaald dat het [Handelsnaam gedaagde sub 2] wordt toegestaan om Flacktek in vrijwaring te dagvaarden tegen de terechtzitting van 30 november 2022. Aangezien tegen de terechtzitting van 30 november 2022 (zes weken vanaf 19 oktober 2022) moet worden gedagvaard, constateert [Handelsnaam gedaagde sub 2] dat een dagvaardingstermijn van zes weken niet mogelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft Hauschild in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Hauschild heeft bij e-mailbericht van 25 oktober 2022 van deze gelegenheid gebruik gemaakt en – met [Handelsnaam gedaagde sub 2] – geconstateerd dat sprake is van een kennelijke fout in r.o. 6.4 van het voornoemde vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 19 oktober 2022 sprake is van een kennelijke fout in r.o. 6.4, laatste zin. In plaats van "dagvaardingstermijn" had daar moeten staan "termijn waartegen Flacktek ter terechtzitting moet worden gedagvaard". Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verbetert het tussen [Handelsnaam gedaagde sub 2] en Flacktek op 19 oktober 2022 gewezen vonnis in het vrijwaringsincident in die zin dat r.o. 6.4, laatste zin, waar staat </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Nu het uit het oogpunt van proceseconomie gewenst is om de zaken zoveel mogelijk tegelijk te behandelen, zal de rechtbank in dit geval de dagvaardingstermijn op zes weken stellen.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wordt gewijzigd in </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Nu het uit het oogpunt van proceseconomie gewenst is om de zaken zoveel mogelijk tegelijk te behandelen, zal de rechtbank in dit geval de termijn waartegen Flacktek ter terechtzitting moet worden gedagvaard op zes weken stellen.”,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 26 oktober 2022 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 19 oktober 2022,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 19 oktober 2022 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken door mr. J.Th. van Walderveen op 26 oktober 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>