<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:33:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">MB VERZ 22-2441</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14047">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14047 Rechtbank Den Haag , 22-12-2022 / MB VERZ 22-2441</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14047:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Verkeersboete. Overschrijding redelijke termijn. Volstaan met constatering daarvan. Geen reden om de verkeersboete te matigen. Ongegrond + afwijzing verzoek toekenning immateriële schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14047:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CJIB-nummer: [CJIB-nummer]</para>
      <para>Registratienummer team straf: 9942740 MB VERZ 22-2441</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 22 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Houweling (Verkeersboete.nl)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: verkeersboete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft een nader stuk ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 14 december 2022. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (hierna: vertegenwoordiger) zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene wordt het verwijt gemaakt dat hij op 2 mei 2020 met het voertuig met [kenteken] op het Azaleaplein te ’s-Gravenhage niet is gestopt voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht, terwijl betrokkene op dat moment de bestuurder van genoemd voertuig was. Hierop is betrokkene staande gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd van € 259,00, inclusief administratiekosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft namens betrokkene beroep ingesteld en heeft in het beroepschrift aangevoerd dat betrokkene de gedraging niet heeft begaan en dat hij al bij de staande houding heeft ontkend. De verklaring van de verbalisant is summier en een aanvullend proces-verbaal had niet misstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het aanvullend stuk heeft de gemachtigde aangevoerd dat de redelijke termijn is overschreden. Om die reden moet immateriële schadevergoeding worden toegekend. Verder moet de verkeersboete worden gematigd met een passend percentage (in elk geval 25%, zoals het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft gedaan wanneer de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de gemachtigde toegelicht dat collega’s van de vertegenwoordiger in andere zaken wel hebben voorgesteld om verkeersboetes te matigen in geval van overschrijding van de redelijke termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren. Volgens haar is de verklaring van de verbalisant voldoende duidelijk. De enkele ontkenning leidt niet tot twijfel. Verder is het vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat bij schending van de redelijke termijn wordt volstaan met de constatering dat daarvan sprake is. Voor matiging bestaat ook geen aanleiding. De vertegenwoordiger is er niet mee bekend dat collega’s van haar in andere zaken wel zouden hebben voorgesteld om tot matiging over te gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Staat de gedraging vast?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het zaakoverzicht staat de verklaring van de verbalisant, die de belofte heeft afgelegd. Die verklaring houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat betrokkene ongeveer 20 meter verwijderd was van het verkeerslicht op het moment dat dit rood licht ging stralen. Betrokkene negeerde dit verkeerslicht en vervolgde zijn weg. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verklaring betrokkene: Ik was al langs het verkeerslicht gereden toen die groen was. Ik moet vervolgens wachten op voetgangers en de auto voor mij. Toen de auto voor mij doorreed ben ik achter die auto aangereden.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter acht de verklaring van de verbalisant voldoende specifiek. Wat betrokkene heeft aangevoerd, leidt niet tot twijfel aan de juistheid van die verklaring. De gedraging staat dus met voldoende zekerheid vast. Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die leiden tot afzien van boeteoplegging of tot matiging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overschrijding van de redelijke termijn</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de gemachtigde stelt de kantonrechter vast dat de redelijke termijn in deze zaak is overschreden. In lijn met vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volstaat de kantonrechter met de constatering dat daarvan sprake is.<footnote-ref linkend="_a5b3a668-a573-45ab-87b0-1ac9e0c774f9" /> Verder ziet de kantonrechter in de overschrijding van de redelijke termijn geen reden om de verkeersboete te matigen. De verwijzing van de gemachtigde naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) gaat niet op, omdat dit arrest over een heel andere situatie gaat. De stelling van de gemachtigde dat collega’s van de vertegenwoordiger in andere zaken wel hebben voorgesteld om een verkeersboete te matigen in geval van overschrijding van de redelijke termijn, wat daar ook van zij, brengt de kantonrechter niet op andere gedachten. De kantonrechter is immers niet gebonden aan wat vertegenwoordigers van de officier van justitie ter zitting voorstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. Het verzoek tot toekenning van immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot toekenning van immateriële schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door</para>
      <para>D.C. Carsten, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.</para>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a5b3a668-a573-45ab-87b0-1ac9e0c774f9" label="1">
    <para> bijv. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2301.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>