<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:31:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">MB VERZ 22-2083</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14046">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-23T12:31:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14046 Rechtbank Den Haag , 22-12-2022 / MB VERZ 22-2083</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14046:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wahv. Verkeersboete. Volledige toetsingsbevoegdheid. De kantonrechter mag afwijken van een mondeling standpunt van een vertegenwoordiger van de officier van justitie, ingenomen ter zitting, indien hij dat standpunt onjuist acht, ook als dat standpunt overeenkomt met de visie van een betrokkene of diens gemachtigde. In het verlengde hiervan staat het de kantonrechter vrij om het beroep – in weerwil van wat partijen vinden – ongegrond te verklaren indien hij van oordeel is dat de verkeersboete gehandhaafd moet blijven. Afwijking van het arrest van 19 augustus 2022 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:7258). Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14046:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CJIB-nummer: [CJIB-nummer]</para>
      <para>Registratienummer team straf: 9893283 MB VERZ 22-2083</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 22 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Houweling (Verkeersboete.nl)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: verkeersboete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 14 december 2022. De gemachtigde en de vertegenwoordiger van de officier van justitie (hierna: vertegenwoordiger) zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene wordt het verwijt gemaakt dat op 11 mei 2021 met het voertuig met [kenteken] op de Fruitweg te ’s-Gravenhage niet is gestopt voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht, terwijl betrokkene op dat moment de kentekenhouder van genoemd voertuig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een verkeersboete opgelegd van € 259,00, inclusief administratiekosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft namens betrokkene beroep ingesteld en heeft in het beroepschrift aangevoerd dat betrokkene ten onrechte niet is staande gehouden. De verbalisant heeft niet goed onderbouwd waarom staande houding niet mogelijk was. De mededeling dat men bezig was met een “statische controle” is niet voldoende. Daarom is artikel 5 van de Wahv geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de gemachtigde hieraan toegevoegd dat de mededeling dat staande houden afbreuk zou doen aan de controle onvoldoende is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gegrond te verklaren en de verkeersboete te vernietigen. Zij is het eens met de gemachtigde dat de verklaring van de verbalisant te summier is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft op basis van de standpunten van partijen ter zitting besproken in hoeverre hij nog ruimte heeft om eventueel een ander oordeel te vellen. Hierover bestaat in de praktijk discussie. De gemachtigde geeft aan dat de vertegenwoordiger de verkeersboete wil intrekken en er kennelijk geen heil in ziet de zaak door te zetten. Volgens de gemachtigde is de kantonrechter verplicht het voorstel van de vertegenwoordiger te volgen. De vertegenwoordiger geeft hierop aan dat zij de kantonrechter slechts in overweging heeft gegeven om het beroep gegrond te verklaren. Zij trekt de verkeersboete niet in.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Volledige toetsingsbevoegdheid van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet zich in deze zaak gesteld voor de situatie waarin de vertegenwoordiger een standpunt heeft ingenomen dat in de kern overeenkomt met wat de gemachtigde met het kantonberoep beoogt te bereiken, namelijk: vernietiging van de verkeersboete. Toch mag de kantonrechter een eigen beoordeling van de zaak maken. De wetgever heeft met de Wahv namelijk een volledige toetsingsbevoegdheid aan de kantonrechter toegekend.<footnote-ref linkend="_37bfb11e-ee56-4267-88f5-0f7100f41631" /> Dit brengt mee dat de kantonrechter mag afwijken van een mondeling standpunt van een vertegenwoordiger, ingenomen ter zitting, indien hij dat standpunt onjuist acht, ook als dat standpunt overeenkomt met de visie van een betrokkene of diens gemachtigde. In het verlengde hiervan staat het de kantonrechter vrij om het beroep – in weerwil van wat partijen vinden – ongegrond te verklaren indien hij van oordeel is dat de verkeersboete gehandhaafd moet blijven.<footnote-ref linkend="_1c79bf80-64a8-4c82-9075-ddaed6cbbafe" /> Dit alles is slechts anders, indien voorafgaand aan of tijdens de zitting met een nieuw schriftelijk besluit kenbaar is gemaakt dat de officier van justitie de verkeersboete heeft ingetrokken of zal intrekken. In die situatie geldt artikel 6:19 van de Awb en mag de kantonrechter nog slechts beoordelen of een betrokkene belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep (zie het zesde lid van die bepaling). Bij het ontbreken van een dergelijk belang moet niet-ontvankelijkverklaring van het beroep volgen.<footnote-ref linkend="_b9292058-e545-4a8a-8271-1130cdaba86b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is ambtshalve bekend met het ter zitting besproken arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 augustus 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7258. Dit arrest brengt de kantonrechter niet op andere gedachten. In dit arrest heeft het gerechtshof bovengenoemd artikel 6:19, zesde lid, van de Awb toegepast op de situatie waarin een vertegenwoordiger mondeling had voorgesteld het beroep gegrond te verklaren en had medegedeeld dat de verkeersboete wordt vernietigd. Op een dergelijke situatie is die bepaling evenwel niet van toepassing, reeds omdat een mondelinge mededeling geen schriftelijk besluit is in de zin van de Awb. Gelet hierop en op wat hierboven over de volledige toetsingsbevoegdheid is overwogen, zal de kantonrechter het arrest van 19 augustus 2022 en de daarin weergegeven lijn niet volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inhoudelijk over de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het zaakoverzicht staat de verklaring van de verbalisant, die de belofte heeft afgelegd. Die verklaring houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Ik, verbalisant, zag bestuurder reed baan 2 voor rechtsaf na de verkeerslicht naar baan 1 rechtdoor gereden. Overtreden artikel 62 jo. 68 lid 1 suc C RVV 1990. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reden geen staandehouding: Geen staandehouding omdat statische controle was op het kenteken geschreven. (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2021 heeft de verbalisant het volgende verklaard:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Op dinsdag 11 mei 2021, omstreeks 16:29 uur werd door mij, [verbalisant] een statische “roodlicht controle” uitgevoerd op de voor het openbaar rij- en ander verkeerd openstaande weg, de Fruitweg te Den Haag. (…) Ik bevond mij daartoe op de Fruitweg, ter hoogte van perceel 6, waarbij ik vrij en rechtstreeks zicht had op de verkeerslichten van de Fruitweg met de kruising Groenteweg te Den Haag en op de verkeerslichten van de Fruitweg met de Parallelweg te Den Haag. Ik bevind mij toen in een niet opvallend politievoertuig. (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zag dat betrokkene op de kruising van de Fruitweg met de Groenteweg over het voorsorteervak voor 2x rechtsaf reed, terwijl het verkeerslicht in zijn rijrichting rood licht uitstraalde. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daar het een statische “roodlicht controle” betrof werd betrokkene niet staande gehouden. Het staande houden van betrokkenen doet afbreuk aan de aard van de controle. De verkeerslichten ter plaatse worden veelvuldig genegeerd door weggebruikers.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 5 Wahv houdt in dat de verkeersboete wordt opgelegd aan de kentekenhouder, indien niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is van het motorvoertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden. Deze bepaling moet zo worden verstaan dat de verkeersboete aan de bestuurder van het motorvoertuig moet worden opgelegd ingeval zich een reële mogelijkheid voordoet tot staande houding van die bestuurder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaringen van de verbalisant moet worden afgeleid dat staande houding misschien feitelijk wel mogelijk was, maar dat besloten is om daarvan af te zien en dat de reden daarvoor is dat een statisch controle werd gehouden in verband met een vaker voorkomende situatie van niet-naleving van een specifieke verkeersregel ter plekke (in dit geval: negeren van rood licht). De kantonrechter begrijpt uit deze verklaring voorts dat in dat kader is gekozen voor bekeuren op kenteken met de bedoeling dat meer verkeersboetes kunnen worden opgelegd, wat bijdraagt aan het (sneller) beëindigen van de niet-naleving van de verkeersregel. De kantonrechter is van oordeel dat dit voldoende grond vormt voor de conclusie dat er geen reële mogelijkheid was tot staande houding van de bestuurder. De verkeersboete is dus terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.<footnote-ref linkend="_9faad3c6-a7fa-4d03-a578-9fd9465cd7d9" /> De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder staat op basis van het dossier de gedraging vast. Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die leiden tot afzien van boeteoplegging of tot matiging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door</para>
      <para>D.C. Carsten, griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of</para>
    <para>b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.</para>
      <para>De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_37bfb11e-ee56-4267-88f5-0f7100f41631" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 1987/88, 20329, nr. 3, p. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c79bf80-64a8-4c82-9075-ddaed6cbbafe" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II </emphasis>1987/88, 20329, nr. 3, p. 46.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9292058-e545-4a8a-8271-1130cdaba86b" label="3">
    <para>Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2810.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9faad3c6-a7fa-4d03-a578-9fd9465cd7d9" label="4">
    <para> Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:5921.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>