<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:14011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T10:52:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/637544 / JE RK 22-2299</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14011">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:14011</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T10:52:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:14011 Rechtbank Den Haag , 15-11-2022 / C/09/637544 / JE RK 22-2299</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14011:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:14011:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank DEN HAAG
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd- en Zorgrecht
<?linebreak?>
</para>
<para>
Zaaksgegevens: C/09/637544 / JE RK 22-2299
</para>
<para>
Datum uitspraak: 15 november 2022
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter
</bridgehead>
<bridgehead role="bold">
Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak naar aanleiding van het op 3 november 2022 ingekomen verzoekschrift van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
- [minderjarige01]
</emphasis>
, geboren op [geboortedatum01] 2007 te [geboorteplaats01] ,
</para>
<para>
hierna te noemen: [minderjarige01] ,
</para>
<para>
advocaat: mr. J. Gravesteijn, gevestigd te Den Haag.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[de vrouw01] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de moeder,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] .
</para>
<para>
<?linebreak?>
De kinderrechter merkt als informant aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[de man01] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de stiefvader,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] .
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
Bij beschikking d.d. 3 november 2022 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een spoedmachtiging verleend om [minderjarige01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 3 november 2022 tot 17 november 2022, en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
</para>
</parablock>
<para>
- voornoemde beschikking van 3 november 2022;
</para>
<para>
- de instemmingsverklaring d.d. 7 november 2022 van een gedragswetenschapper als
</para>
<parablock>
<para>
bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort
</para>
<para>
tevoren heeft onderzocht.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op 15 november 2022 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
</para>
</parablock>
<para>
- [naam01] , namens de gecertificeerde instelling;
</para>
<para>
- [minderjarige01] , bijgestaan door zijn advocaat;
</para>
<para>
- de moeder;
</para>
<para>
- de stiefvader.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
[minderjarige01] is op 15 november 2022 in het bijzijn van zijn advocaat ook in raadkamer gehoord.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Verzoek
</title>
<para>
Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van één jaar.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige01] heeft lange tijd gesloten gezeten en na lang zoeken was er een geschikte plek voor hem gevonden bij een open groep van AmbiQ. [minderjarige01] was enthousiast na het kennismakingsgesprek, maar is daarna toch weggelopen. Hij moest starten met een aantal beperkende maatregelen en heeft zich dagelijks onttrokken aan de groep. Hij is in een maand tijd slechts twee nachten aanwezig geweest of kwam laat terug. Hij heeft veel dingen uitgehaald waar niet alles van bekend is, maar dat hij heeft gedeald en gehandeld in drugs, heeft gestolen en meiden seksueel lastig heeft gevallen is duidelijk. Opnieuw moet bekeken gaan worden wat hij nodig heeft en er moet een plan gemaakt worden. Het is lastig omdat hij voor de plaatsing bij AmbiQ een totaal ander beeld heeft laten zien dan daarvoor. Het is verzoek is voor de duur van twaalf maanden gedaan omdat er nog geen plan is en er nog veel uitgezocht moet worden en de ervaring leert dat dit lang kan duren. Als [minderjarige01] zo ver is dat hij terug kan naar AmbiQ mag hij daar weer heen, maar op de korte termijn is dat niet wenselijk en haalbaar.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
[minderjarige01] heeft, mede bij monde van zijn advocaat, ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. [minderjarige01] heeft naar voren gebracht dat hij het liefst naar een besloten setting gaat. Een open setting kan hij niet aan. Hij wil kijken of hij binnen de gesloten setting langzaamaan naar een besloten of open setting kan werken. De advocaat heeft namens [minderjarige01] naar voren gebracht dat hij realistisch is en een open setting op dit moment niet aan kan omdat het dan fout gaat. Hij wil zelf terug naar [verblijfplaats01] . De advocaat benadrukt dat het van belang is dat er snel een duidelijk plan komt en dat er gekeken wordt naar verdere diagnostiek. De advocaat stelt daarom voor om de machtiging voor zes maanden toe te wijzen en aan te houden voor het overige.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De moeder hoopt dat [minderjarige01] op een plek komt waar ze hem meer richting volwassenheid kunnen helpen en hij een andere mindset krijgt. Topt op heden is dat nog niet gelukt en lijkt hij steeds weer terug te vallen in hetzelfde gedrag. De moeder is geschrokken van het criminele gedrag en had niet verwacht dat hij daartoe in staat zou zijn en dat hij geen berouw zou tonen. Binnenkort staat er een expertisetafel gepland met diverse instellingen om een plan te maken.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
Beoordeling
</title>
<para>
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige01] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige01] zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige01] vanaf het moment dat hij op een open groep van AmbiQ was geplaatst zich dagelijks heeft onttrokken en is weggelopen. Hij heeft onder andere drank en drugs gebruikt, gestolen en meisjes seksueel lastig gevallen. Hij is niet bang voor de negatieve consequenties van zijn gedrag en lijkt zich aangetrokken te voelen tot het criminele circuit. Het is van belang dat er nu wordt ingegrepen. De kinderrechter acht een gesloten setting noodzakelijk om te voorkomen dat [minderjarige01] zichzelf en zijn omgeving in onveiligheid blijft brengen. De kinderrechter zal de machtiging toewijzen voor zes maanden en aanhouden voor het overige om een vinger aan de pols te houden ten aanzien van zijn perspectief nu er nog geen duidelijk plan is gemaakt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Daarom zal als volgt worden beslist.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verleent een machtiging [minderjarige01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, van 15 november 2022 tot 15 mei 2023;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige tot een nader te bepalen zitting die gelegen is
<emphasis role="bold underline">
vóór 15 mei 2023
</emphasis>
;
<?linebreak?>
</para>
<para>
gelast de gecertificeerde instelling voorafgaand aan de nader te bepalen zitting aan de kinderrechter en de belanghebbenden een
<emphasis role="bold underline">
schriftelijke update
</emphasis>
toe te zenden waarin zij haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
gelast de gecertificeerde instelling, indien zij het aangehouden deel van het verzoek handhaaft, een
<emphasis role="bold underline">
nieuwe instemmingsverklaring
</emphasis>
van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, toe te zenden;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
</para>
</parablock>
<para>
- Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;
</para>
<para>
- [minderjarige01] ;
</para>
<para>
- de advocaat van [minderjarige01] , mr. J. Gravesteijn;
</para>
<para>
- de moeder;
</para>
<para>
- de stiefvader (als informant).
</para>
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2022 door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 december 2022.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
</para>
<para>
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
</para>
<para>
het gerechtshof Den Haag.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>