<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:13968</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T16:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.23992</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13968">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13968</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T16:54:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13968 Rechtbank Den Haag , 21-12-2022 / NL22.23992</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13968:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker heeft sinds augustus 2021 internationale bescherming in Bulgarije. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat er bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) twee hoger beroepsprocedures aanhangig zijn waarin sprake is van een vergelijkbare casuspositie als die van verzoeker. In de procedures bij de Afdeling zal onder meer worden ingegaan op de vraag of voor personen aan wie de Bulgaarse autoriteiten een internationale beschermingsstatus hebben verleend nog steeds geldt dat kan worden uitgegaan interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op de Bulgaarse wetgeving. Uit navraag bij de Afdeling blijkt dat de behandeling van deze procedures vermoedelijk in het eerste kwartaal van 2023 zal plaatsvinden. Het oordeel van de Afdeling in de hoger beroepsprocedures kan van belang zijn voor het beroep van verzoeker. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker er belang bij heeft om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13968:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.23992</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , verzoeker</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L.M. Weber),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Chamkh).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 23 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nietontvankelijk verklaard.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep (NL22.23990), op 13 december 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk was aanwezig de heer [de persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoeker heeft op [datum 1] een verzoek om internationale bescherming ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat hij sinds [datum 2] internationale bescherming heeft in Bulgarije. Met het besluit van 28 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van [datum 1] niet-ontvankelijk verklaard. Hij heeft tegen dat besluit geen beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>2. Op 17 oktober 2022 heeft verzoeker een nieuwe asielaanvraag ingediend. Om die aanvraag gaat het in deze procedure. Verweerder heeft de tweede asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen relevante nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd. </para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft als nieuwe feiten en omstandigheden verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 22 juli 2022<footnote-ref linkend="_ca5de719-fa15-4a32-a448-4289b5d63bf2" /> en naar het AIDA-rapport, update 2021, over Bulgarije van 23 februari 2022. Daarnaast heeft verzoeker aangegeven dat hij met de IND heeft gesproken en dat aan hem is medegedeeld dat hij opnieuw asiel moet aanvragen. Bij de nieuwe asielaanvraag heeft verzoeker aangegeven dat de situatie in Bulgarije voor statushouders is verslechterd en dat in Bulgarije een wet is aangenomen die in strijd is met het Unierecht. Bij terugkeer naar Bulgarije zal hij in een situatie terecht komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_d9493542-2777-41cb-8516-5ebbece5a674" /> en artikel 4 van het Handvest<footnote-ref linkend="_3c75e575-7f23-49d1-801d-fba38226fbec" />. </para>
    <para />
    <para>4. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat er bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) twee hoger beroepsprocedures<footnote-ref linkend="_f299c85b-92d0-4e32-ac89-b851ef2269df" /> aanhangig zijn waarin sprake is van een vergelijkbare casuspositie als die van verzoeker. In de procedures bij de Afdeling zal onder meer worden ingegaan op de vraag of voor personen aan wie de Bulgaarse autoriteiten een internationale beschermingsstatus hebben verleend nog steeds geldt dat kan worden uitgegaan interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op de Bulgaarse wetgeving. Uit navraag bij de Afdeling blijkt dat de behandeling van deze procedures vermoedelijk in het eerste kwartaal van 2023 zal plaatsvinden. Het oordeel van de Afdeling in de hoger beroepsprocedures kan van belang zijn voor het beroep van verzoeker.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker er</para>
    <parablock>
      <para>belang bij heeft om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. Niet op</para>
      <para>voorhand valt uit te sluiten dat dit beroep een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst</para>
      <para>het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Tegelijkertijd zal de rechtbank de behandeling van het beroep met zaaknummer NL22.23990 heropenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,00 (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,00, en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <para>- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Bulgarije totdat is beslist op het beroep;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,00.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ca5de719-fa15-4a32-a448-4289b5d63bf2" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2022:7460.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9493542-2777-41cb-8516-5ebbece5a674" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c75e575-7f23-49d1-801d-fba38226fbec" label="3">
    <para> Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f299c85b-92d0-4e32-ac89-b851ef2269df" label="4">
    <para> Zaaknummers: 202203963/1/V2 en 202206284/1/V3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>