<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:13653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T15:09:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 22/7144</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#geheimhoudingsbeslissing">Geheimhoudingsbeslissing</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T15:08:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13653 Rechtbank Den Haag , 08-12-2022 / HAA 22/7144</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft twee gedingstukken in de procedure gebracht waarbij hij heeft aangegeven dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van die stukken. Het betreft een informatierapport van de Politie eenheid Amsterdam, Dienst Regionale Informatie Organisatie (DRIO-informatierapport) en een e-mail van de gemeente Amsterdam aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In beide documenten zijn de persoonsgegevens door verweerder onleesbaar gemaakt. De geheimhoudingskamer van deze rechtbank heeft geoordeeld dat er gewichtige redenen zijn die beperking van de kennisneming rechtvaardigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para>Zittingsplaats Haarlem </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 	AWB 22/7144</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing ex artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam] , eiser,<?linebreak?>V-nummer: [nummer]</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S. Pols, advocaat te Vogelenzang),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.V. de Kort).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanleiding</title>
    <parablock>
      <para>In het besluit van 3 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser geïnformeerd dat hij voor de duur van twee jaar staat gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS II) en hem voor die duur de toegang tot het Schengengebied ontzegd. </para>
      <para>Eiser heeft hiertegen op 15 november 2022 bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter op 21 november 2022 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.  </para>
      <para>De griffier heeft verweerder verzocht de op het verzoek van eiser betrekking hebbende stukken toe te zenden aan de rechtbank.</para>
      <para>Verweerder heeft hieraan gevolg gegeven. Hij heeft echter ten aanzien van twee nader genoemde gedingstukken bij brief van 2 december 2022 een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat verweerder aan de rechtbank heeft meegedeeld dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van deze stukken. </para>
      <para>De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft vervolgens op 7 december 2022 vragen gesteld aan verweerder.</para>
      <para>Verweerder heeft op 7 december 2022 het verzoek om vertrouwelijke kennisname voor één van de stukken voor een belangrijk deel laten vervallen en alsnog een document overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Partijen hebben in een procedure in beginsel recht op kennisneming van alle stukken uit het dossier. Dat neemt niet weg dat op dit recht uitzonderingen mogelijk zijn. Artikel 8:29 van de Awb geeft een regeling voor het geheel of gedeeltelijk geheimhouden van stukken in procedures bij de bestuursrechter. Het eerste lid van dit artikel houdt een beperking in van het recht op gelijke proceskansen. Deze beperking is slechts bij ‘gewichtige redenen’ mogelijk. Vindt de bestuursrechter de beperking gerechtvaardigd, dan is het op grond van het vijfde lid aan de andere partij om te beslissen of de rechter mede op de grondslag van de achtergehouden of geheimgehouden inlichtingen of stukken uitspraak kan doen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de bestuursrechter of de beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Dit is een andere rechter dan de rechter die het verzoek van eiser zal behandelen. De beslissing of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het bezwaar relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>3. Verweerder heeft in de brieven van 2 en 7 december 2022 aangegeven welke gewichtige redenen ten grondslag aan het verzoek om beperkte kennisneming hebben gelegen, te weten de bescherming van personen die op enige wijze zijn betrokken bij de primaire besluitvormingsfase. Verweerder is ervan overtuigd dat verstrekking van deze gegevens aan eiser kan leiden tot ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen.</para>
    <para>4. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken. Deze stukken betreffen, overeenkomstig met wat door verweerder in brief van 2 december 2022 is vermeld, een informatierapport van de Politie eenheid Amsterdam, Dienst Regionale Informatie Organisatie (DRIO) van 31 oktober 2022 en een e-mail van de gemeente Amsterdam aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In deze e-mail zijn delen van het document weggelakt. Op 7 december 2022 heeft verweerder het geanonimiseerde informatierapport van 31 oktober 2022 aan eiser verstrekt. </para>
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat in beide documenten (persoons)gegevens zijn vermeld van natuurlijke personen. Verzoeker heeft deze gegevens onleesbaar gemaakt. Voor wat betreft deze gegevens overweegt de rechtbank dat het belang van genoemde personen, bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang dat eiser heeft bij kennisneming van deze gegevens. De kenbaarheid van deze gegevens is ook niet direct van belang voor de beslissing in de hoofdzaak.  <?linebreak?>De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat de hier aan de orde zijnde belangen gewichtige redenen vormen die beperking van de kennisneming als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Awb rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing <?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank bepaalt dat beperking van de kennisneming van de genoemde stukken is gerechtvaardigd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. S. Mac Donald, lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken, op 8 december 2022 opgemaakt door drs. M.A.J. Arts, als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afschrift verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld, dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>