<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:13534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T09:10:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.17726</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T09:08:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13534 Rechtbank Den Haag , 09-12-2022 / NL22.17726</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak, geen procesbelang, geen pkv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.17726</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>inmiddels geregistreerd onder de naam:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam],</emphasis>
      </para>
      <para>eiser</para>
      <para>v-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. de Bonth).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 6 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2022 op zitting behandeld. Eiser en verweerder zijn, met bericht vooraf, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of er sprake is van procesbelang. Eiser voert aan dat zijn naam en nationaliteit door verweerder niet goed zijn geregistreerd. Verweerder heeft in het briefverweer toegelicht dat inmiddels de juiste gegevens zijn overgenomen uit de Basisregistratie Personen. Eiser heeft dat ook niet bestreden. Maar los daarvan is de rechtbank van oordeel dat de asielprocedure niet de aangewezen weg is om te bereiken dat de juiste registratie van de naam en nationaliteit wordt verkregen.<footnote-ref linkend="_4572e144-e5f4-4310-bba1-f33037673066" /> Het oordeel is dan ook dat eiser geen procesbelang heeft om daarvoor door te procederen. </para>
    <para />
    <para>2. Verder staat vast dat verweerder bij het bestreden besluit aan eiser een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw<footnote-ref linkend="_28a2da50-b546-41ab-93bf-86b27077582f" /></para>
    <para>(b-grond) heeft toegekend. Het is vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_4a8c2917-a251-41c3-9b1a-9f892af5505b" /> dat een vreemdeling procesbelang heeft als hij met de door hem gewenste asielvergunning in een gunstiger positie komt. Het is ook vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_a79a4b0a-17be-4fc2-82df-885b8d511f42" /> dat daarvan geen sprake is als een vreemdeling aan wie een asielvergunning is verleend op de b-grond, zoals eiser, doorprocedeert voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw (de a-grond). Ook dat levert dus geen procesbelang op.</para>
    <para />
    <para>3. De slotsom is dat eiser geen procesbelang heeft bij dit beroep. Het beroep zal dus niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>4. Omdat eiser al vanaf het begin van dit beroep geen procesbelang heeft gehad, is er geen reden om verweerder in de proceskosten te veroordelen. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4572e144-e5f4-4310-bba1-f33037673066" label="1">
    <para> In dezelfde zin: de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2898.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28a2da50-b546-41ab-93bf-86b27077582f" label="2">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a8c2917-a251-41c3-9b1a-9f892af5505b" label="3">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 1 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3171.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a79a4b0a-17be-4fc2-82df-885b8d511f42" label="4">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State van 12 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2612, en die van 25 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:906.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>