<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:13369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T15:16:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.18484</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2023:4727" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2023:4727, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13369">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:13369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T13:27:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:13369 Rechtbank Den Haag , 06-12-2022 / NL22.18484</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13369:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen aanhouding in afwachting van iMMO, vaag- en tegenstrijdigheden in relaas, dreiging mensensmokkelaar niet concreet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:13369:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.18484</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer 1]</para>
      <para>mede namens haar minderjarige kinderen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2] </emphasis>
        <?linebreak?>V-nummer: [nummer 2]</para>
      <para>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3]
        </emphasis>
        <?linebreak?>V-nummer: [nummer 3]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 9 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 24 november 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.K. Umar. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Haar kinderen zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 2] en [geboortedatum 3] en hebben eveneens de Nigeriaanse nationaliteit.</para>
    <para />
    <para>2. Op 5 augustus 2019 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 25 oktober 2019 heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het daartegen door eiseres ingestelde beroep bij uitspraak van 2 september 2021 ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_756baaef-ee03-48cc-aafc-1d228b992146" /> De Afdeling<footnote-ref linkend="_cd0a8042-13b0-4425-b33e-8d83eb72390d" /> heeft het hoger beroep bij uitspraak van 5 januari 2022 ongegrond verklaard. De op 17 februari 2022 geplande overdracht van eiseres aan Italië heeft niet plaatsgevonden, omdat eiseres een COVID-19 test geweigerd heeft. Eiseres is niet tijdig overgedragen aan Italië, zodat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van haar asielaanvraag. Zij is in de gelegenheid gesteld een nieuwe aanvraag in te dienen.</para>
    <para />
    <para>3. Op 13 maart 2022 heeft eiseres opnieuw een asielaanvraag ingediend. Bij het bestreden heeft verweerder de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.<footnote-ref linkend="_b5415e3c-b3f1-4a14-872b-e42e86cbe2af" /> Daarbij zijn de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Verweerder acht de door eiseres gestelde moord op haar stiefmoeder echter niet geloofwaardig. De lening en daaruit voortvloeiende problemen waar eiseres over heeft verklaard, worden evenmin geloofwaardig geacht. In afwachting van de beslissing op de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw is voorlopig uitstel van vertrek aan eiseres verleend van 9 september 2022 tot 9 maart 2023.</para>
    <para />
    <para>4. Eiseres voert aan dat zij iMMO<footnote-ref linkend="_e11c0296-5afc-4a6d-9f37-51310e0d8619" /> heeft verzocht onderzoek te doen naar haar psychische toestand. Het valt niet uit te sluiten dat deze toestand van invloed is geweest op haar geheugen en haar vermogen coherent te verklaren. Bovendien is door Medifirst niet gevraagd naar haar littekens. Er is dan ook geen sprake van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit. Ook stelt eiseres dat verweerder ten onrechte tegenwerpt dat zij geen bewijsstukken heeft aangeleverd ter onderbouwing van haar relaas. Eiseres heeft geen contact meer met personen uit Nigeria, zij is daar inmiddels ook al zes jaar weg. Verder stelt verweerder volgens eiseres ten onrechte dat haar gecorrigeerde verklaringen zonder uitleg niet kunnen worden geaccepteerd. Zij wijst daarbij op artikel 17, derde lid, van de Procedurerichtlijn.<footnote-ref linkend="_40b6ca64-9fb6-458c-8228-0411fcdd0774" /> Met de argumenten over het contact met de taxichauffeur illustreert verweerder bovendien dat hij niet op de hoogte is van de situatie in Nigeria. In aanvulling hierop heeft eiseres diverse passages uit het Algemeen Ambtsbericht Nigeria van maart 2021 aangehaald. Zij stelt dat hieruit blijkt dat vrouwen in Nigeria min of meer vogelvrij zijn. Verweerder heeft niet onderzocht of door de Nigeriaanse autoriteiten bescherming wordt geboden aan mensen die vrezen voor de wraak van een mensensmokkelaar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Ter zitting heeft eiseres verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van de door haar aangevraagde iMMO-rapportage. Ten tijde van de zitting was echter nog onzeker of dit onderzoek daadwerkelijk zou plaatsvinden en zo ja, waar dat onderzoek betrekking op heeft en wanneer dit afgerond zal zijn. Daarbij komt dat eiseres voor het nader gehoor is gezien door Medifirst. In het medisch advies van 1 juni 2022 heeft Medifirst vermeld dat rekening moet worden gehouden met de moeilijke gebeurtenissen die eiseres heeft meegemaakt. Gesteld noch gebleken is dat daar tijdens de gehoren onvoldoende rekening mee is gehouden. Eiseres heeft ook niet duidelijk gemaakt op welke wijze haar psychische toestand van invloed is geweest op de verklaringen die zij tijdens de gehoren heeft afgelegd. Verder is niet gebleken dat eiseres bij Medifirst melding heeft gemaakt van littekens. Eventuele littekens vormen bovendien geen onderbouwing voor de relevante elementen uit haar relaas. Daarnaast wordt van belang geacht dat eiseres al langere tijd in Nederland verblijft en dus ruimschoots de tijd heeft gehad (medische) documenten aan te leveren ter onderbouwing van haar klachten. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van een onderzoek door iMMO. Gelet op het voorgaande mocht verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling uitgaan van de verklaringen die eiseres tijdens de gehoren heeft afgelegd. </para>
    <para />
    <para>6. In het bestreden besluit heeft verweerder uiteengezet op welke punten in het relaas van eiseres vaagheden, tegenstrijdigheden en inconsistenties zijn geconstateerd. Daarvan is onder meer sprake bij de verklaringen van eiseres over de gebeurtenissen direct voorafgaand en na de gestelde moord op haar stiefmoeder, het contact met [naam 4] en het contact met de mensensmokkelaar. Met de correcties en aanvullingen heeft zij haar relaas op diverse punten zonder nadere verklaring aangevuld of aangepast. Verweerder heeft dit niet ten onrechte aan eiseres tegengeworpen. Ook stelt verweerder niet ten onrechte dat het ongerijmd is dat de taxichauffeur eiseres heeft vervoerd terwijl zij onder het bloed zou hebben gezeten. De enkele stelling dat verweerder niet snapt hoe het werkt in Nigeria doet daar niet aan af. Daarbij komt dat niet gebleken is dat eiseres inspanningen heeft verricht om in het bezit te raken van documenten ter ondersteuning van haar relaas. Zij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij niet met behulp van andere personen of organisaties aan stukken zou kunnen komen. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat zij nog contact heeft met haar oom in Nigeria. Hij zou haar hebben gezegd dat hij geen stukken kan krijgen omdat deze er niet zijn, maar dat het gevaarlijk is in Nigeria voor eiseres en haar kinderen. Dit betreft echter geen objectieve en verifieerbare informatie. Verweerder heeft het relaas van eiseres dan ook niet ten onrechte niet geloofwaardig geacht. </para>
    <para />
    <para>7. Uit het door eiseres aangehaalde Ambtsbericht blijkt dat vrouwen in Nigeria zich in een extra kwetsbare positie bevinden, maar dit neemt niet weg dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij voorbaat vast staat dat zij zich daar niet zal kunnen handhaven. Voor zover aangenomen kan worden dat eiseres problemen heeft gehad met een mensensmokkelaar, geldt dat in het Ambtsbericht staat dat vrouwen die slachtoffer zijn geweest van een mensenhandel bij terugkeer mogelijk problemen kunnen verwachten van de zijde van hun smokkelaar. Dat is echter niet voldoende om aannemelijk te maken dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege deze problemen. Eiseres heeft Nigeria zes jaar geleden verlaten en heeft de dreiging niet nader geconcretiseerd. Ook anderszins heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij in de negatieve aandacht staat van mensensmokkelaars. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr.A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_756baaef-ee03-48cc-aafc-1d228b992146" label="1">
    <para> Zaaknummer NL19.25649.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd0a8042-13b0-4425-b33e-8d83eb72390d" label="2">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5415e3c-b3f1-4a14-872b-e42e86cbe2af" label="3">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e11c0296-5afc-4a6d-9f37-51310e0d8619" label="4">
    <para> Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_40b6ca64-9fb6-458c-8228-0411fcdd0774" label="5">
    <para> Richtlijn 2013/32/EU.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>