<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:54:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/636899 / KG RK 22-1263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2023/79</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T09:23:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12840 Rechtbank Den Haag , 21-10-2022 / C/09/636899 / KG RK 22-1263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Tussenbeslissing met niet-ontvankelijkverklaring zonder zitting van wraking “op voorhand” van de wrakingskamer die de wraking gaat behandelen van de tevens gewraakte kantonrechter. Aanhouding van het tegen de kantonrechter gerichte wrakingsverzoek tot een mondelinge behandeling.</para>
        <para>Het verzoek richt zich niet tegen bepaalde rechters. Welke rechters het verzoek tot wraking van de rechter gaan behandelen, is (bij verzoeker) ook nog niet bekend. Verzoeker wraakt dus de rechters die het verzoek zullen gaan behandelen, ongeacht wie dit zijn. Daarmee is het verzoek feitelijk gericht tegen het hele college. Het verzoek wordt daarom, gelet op het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van het Wrakingsprotocol, niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingnummer 2022/68</para>
      <para>zaak- /rekestnummer: C/09/636899 / KG RK 22-1263</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 21 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de wrakingskamer</emphasis>, hierna te noemen: de behandelend wrakingskamer, die het verzoek tot wraking zal gaan behandelen van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. I.D. Bellaart</emphasis>, </para>
      <para>kantonrechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	het schriftelijke wrakingsverzoek van 17 oktober 2022;</para>
        <para>- 	de schriftelijke reactie van de kantonrechter van 20 oktober 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het schriftelijke wrakingsverzoek strekt tot </para>
        <para>- wraking van de kantonrechter in de zaak met nummer 9095506 \ RL EXPL 214630, waarin verzoeker is gedaagd door de Vereniging van Eigenaars [naam] [plaats] (hierna: de VvE); </para>
        <para>- wraking “op voorhand” van de behandelend wrakingskamer. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het verzoek tot wraking van de kantonrechter zal worden behandeld ter zitting van 31 oktober 2022 om 10.00 uur. Verzoeker en de kantonrechter zullen nog worden opgeroepen voor die zitting. De behandeling en iedere verdere beslissing op dat verzoek zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Ten aanzien van het verzoek tot wraking van de behandelend wrakingskamer wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op voorhand de behandelend wrakingskamer gewraakt, stellende dat de vorige president van de rechtbank Den Haag zich persoonlijk en eigenhandig tegen hem heeft gekeerd in deze zaak. Het is daarom volgens hem onmogelijk een eerlijke afhandeling van het verzoek te krijgen, als het niet wordt behandeld door rechters uit een ander arrondissement dan het arrondissement Den Haag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Artikel 4 lid 2 sub e van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Den Haag bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het verzoek van verzoeker tot wraking van de wrakingskamer richt zich gezien hetgeen onder 3.2. staat vermeld, niet tegen bepaalde rechters. Welke rechters het verzoek tot wraking van de rechter gaan behandelen, is (bij verzoeker) ook nog niet bekend. Verzoeker wraakt dus de rechters die het verzoek zullen gaan behandelen, ongeacht wie dit zijn. Daarmee is het verzoek feitelijk gericht tegen het hele college, zoals hiervoor onder 3.3. bedoeld. Dit verzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De wrakingskamer zal, gelet op het vorenstaande, beslissen op de wijze zoals hierna vermeld. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek voor zover dat is gericht tegen de behandelend wrakingskamer;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt de behandeling van en iedere beslissing in het tegen de kantonrechter gerichte wrakingsverzoek aan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>		•	verzoeker;</para>
        <para>•		de VvE;</para>
        <para>•	de kantonrechter.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans. J. Brandt en J.E. Bierling, in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.A.E. Scheers en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier 							de voorzitter </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>