<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12713</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T10:28:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/857090-19 (straf)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12713">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12713</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T13:42:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12713 Rechtbank Den Haag , 29-11-2022 / 09/857090-19 (straf)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12713:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak opzet- en schuldwitwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12713:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 09/857090-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(Promisvonnis)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>	[geboortedatum] 1980 [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	[adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 15 november 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. I.G.M. Oostrom en van hetgeen door de verdachte en haar raadsman mr. P.M. Rombouts naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 november 2022 - ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 9 maart 2016 tot en met 15 april 2019, te Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 29.520,- euro, althans enig geldbedrag,</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, </para>
    <para>en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Inleiding</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vraag die aan de rechtbank ter beantwoording voorligt, is of de verdachte zich samen met haar [ex-partner] schuldig heeft gemaakt aan het (schuld)witwassen van geldbedragen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het impliciet primair ten laste gelegde opzetwitwassen en tot bewezenverklaring van het impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldwitwassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit.	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Het witwasonderzoek naar de verdachte is gestart nadat [benadeelde] aangifte had gedaan van fraude, verduistering en oplichting tegen de [ex-partner] die bij haar in dienst was als (financieel) administrateur. Naar aanleiding van deze aangifte is de politie een onderzoek gestart naar [ex-partner] en naar de verdachte die een relatie in de betreffende periode met hem heeft gehad. Uit dit onderzoek bleek dat in de periode van 1 januari 2015 tot 3 januari 2019 in totaal € 29.520,00 contant was gestort op de bankrekening van de verdachte, waarna dit bedrag gedeeltelijk is overgemaakt naar de bankrekening van [ex-partner] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Voor een bewezenverklaring van (schuld)witwassen is vereist dat komt vast te staan dat het in de tenlastelegging vermelde geldbedrag middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dat ook wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden. Niet ter discussie staat dat het geld dat op de bankrekening van de verdachte werd gestort [ex-partner] toebehoorde en van het door hem gepleegde misdrijf (verduistering in dienstbetrekking) afkomstig was. De vraag die voorligt, is of de verdachte dit wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat [ex-partner] haar had verteld dat hij financieel directeur was. Zij ging er daarom van uit dat hij een goed salaris verdiende en daarmee zijn luxueuze levensstijl bekostigde. De verdachte heeft [ex-partner] gevraagd naar de (hoge) contante geldbedragen die op haar bankrekening werden gestort. Deze geldbedragen waren volgens [ex-partner] gewonnen in het casino en wilde hij gebruiken voor zijn woning. De verdachte zocht hier niets achter, omdat zij wist dat [ex-partner] het casino bezocht. Zij was wel eens met hem meegegaan naar het casino.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de door [ex-partner] gestorte geldbedragen een criminele herkomst hadden. Zij heeft [ex-partner] gevraagd naar de herkomst van de contante geldbedragen en kreeg van hem een antwoord dat paste bij zijn levensstijl. Tegen deze achtergrond hoefde van de verdachte niet te worden verwacht dat zij nader onderzoek deed naar de verklaring van [ex-partner] over de herkomst van het geld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht gelet op het voorgaande niet bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. F.X. Cozijn,						voorzitter,</para>
      <para>mr. P. Burgers,							rechter,</para>
      <para>mr. F.M. Guljé,							rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.N.D. Snel,			griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>