<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T10:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 22/5525</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12704">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T10:32:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12704 Rechtbank Den Haag , 23-11-2022 / AWB 22/5525</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12704:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Buiten zitting, niet-ontvankelijk, beroep te laat, adreswijziging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12704:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 22/5525 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. </bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de internationale</para>
      <para>beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser</para>
      <para>ingetrokken.<footnote-ref linkend="_e9c20a20-ab8d-49fd-b2af-a67dc45909bc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb<footnote-ref linkend="_0b9f9c13-3cdb-4681-8906-0d914c9089ed" /> zonder zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 69 van de Vw bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, vier weken. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.</para>
    <para />
    <para>2. Bekendmaking van een besluit geschiedt volgens artikel 3:41, eerste lid van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbende. Op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor afloop van de termijn is ontvangen. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheid vanwege de termijnoverschrijding achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>3. De termijn om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit is aangevangen op 24 januari 2020 en eindigde op 21 februari 2020. Het beroepschrift van 22 augustus 2022 is daarom ruim buiten de in artikel 69 van de Vw bepaalde termijn van vier weken door verweerder ontvangen, zodat het beroep te laat is ingesteld. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten is.</para>
    <para />
    <para>4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_1a770300-f1c7-4435-baf5-27c0edb05d75" /> heeft het bestuursorgaan aan zijn bekendmakingsverplichting als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb voldaan als het besluit wordt verzonden naar het laatst bekende adres van de betrokkene, ook al is dit niet meer juist, en de betrokkene heeft nagelaten het bestuursorgaan van de adreswijziging op de hoogte te stellen.</para>
    <para />
    <para>5. Op eiser rust op grond van artikel 4.37 van het Vb<footnote-ref linkend="_20ef84c1-2cd9-4004-995b-e5b6ebdb8669" /> de verantwoordelijkheid om binnen vijf dagen na verandering van zijn adres of van woon- of verblijfplaats binnen Nederland de IND<footnote-ref linkend="_ce4e94a2-4755-4dd2-b09a-8dfa92807873" /> daarvan op de hoogte te stellen.</para>
    <para />
    <para>6. Uit de door verweerder overgelegde uitdraai van 14 januari 2022 en het bestreden besluit van 24 januari 2020 blijkt dat het bestreden besluit is verzonden naar het laatst bekende adres van eiser. Eiser heeft verweerder niet op de hoogte gesteld van zijn nieuwe adres. Eiser heeft dan ook niet voldaan aan artikel 4.37 van het Vb. Eiser heeft door verweerder niet op de hoogte te brengen van zijn adreswijziging het risico genomen dat verweerder een eventueel besluit naar zijn oude adres zou versturen. De nadelige gevolgen van dit risico zijn geheel voor rekening van eiser.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan <emphasis role="bold">binnen </emphasis>zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e9c20a20-ab8d-49fd-b2af-a67dc45909bc" label="1">
    <para> Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b9f9c13-3cdb-4681-8906-0d914c9089ed" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a770300-f1c7-4435-baf5-27c0edb05d75" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1082.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20ef84c1-2cd9-4004-995b-e5b6ebdb8669" label="4">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce4e94a2-4755-4dd2-b09a-8dfa92807873" label="5">
    <para> Immigratie- en Naturalisatiedienst. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>