<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T11:07:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2022:8897</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.17106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T09:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12694 Rechtbank Den Haag , 27-09-2022 / NL22.17106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres stelt dat Nederland haar aanvraag aan zich moet trekken omdat zij een kind heeft wiens vader een verblijfsrecht in Nederlands heeft en met wie zij een gezin vormt. De rechtbank stelt vast dat de Dublinverordening een aantal specifieke bepalingen bevat die garanderen dat gezinsleden in hetzelfde land kunnen blijven en eiseres heeft niet gesteld dat deze op haar van toepassing zijn. Daarnaast is in een eerdere procedure geconcludeerd dat eiseres geen duurzame en exclusieve relatie heeft met haar gestelde partner en dat niet is gebleken van familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar gestelde partner. In deze procedure heeft eiseres enkel een akte van erkenning van hun ongeboren kind door haar gestelde partner overgelegd. De rechtbank ziet hierin geen reden om bijzondere omstandigheden aan te nemen die nopen tot toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiseres heeft evenmin concrete belangen van haar kinderen benoemd en onderbouwd die zo’n reden geven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 	NL22.17106 (beroep)</para>
      <para>		NL22.17107 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres/verzoekster, hierna: eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [# 1] , en haar minderjarige dochter</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>V-nummer: [# 2]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Chamkh).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 15 september 2022 op zitting behandeld. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling hiervan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres is geboren op [datum] 1985 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Eiseres betoogt ten eerste dat het claimverzoek van Nederland aan Duitsland niet volledig is omdat daaruit niet blijkt dat eiseres een pasgeboren zoon heeft wiens vader verblijfsrecht heeft in Nederland. Daarnaast stelt eiseres zich op het standpunt dat, nu zij recentelijk is bevallen en haar partner verblijfsrecht in Nederland heeft, Nederland haar aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling van het beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit artikel 23, vierde lid en artikel 22, derde lid, van de Dublinverordening, gelezen in samenhang met artikel 2, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsverordening volgt dat verweerder slechts gehouden is informatie in het terugnameverzoek te vermelden die de aangezochte lidstaat in staat stelt om te beoordelen of hij krachtens de in de Dublinverordening genoemde criteria verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag van de vreemdeling. Nu eiseres niet heeft gesteld en ook niet is gebleken dat Nederland verantwoordelijk zou zijn voor haar aanvraag op grond van artikel 9, 10, 11 of 16 van de Dublinverordening, is de rechtbank van oordeel dat de informatie over het verblijfsrecht van de gestelde partner van eiseres niet relevant is voor Duitsland. Hetzelfde geldt voor de recente geboorte van de zoon van eiseres. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te oordelen dat het terugnameverzoek aan Duitsland onvolledig is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van de vraag of verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de overdracht van eiseres aan Duitsland van een onevenredige hardheid getuigt. Eiseres stelt dat Nederland haar aanvraag aan zich moet trekken omdat zij een kind heeft wiens vader een verblijfsrecht in Nederlands heeft en met wie zij een gezin vormt. De Dublinverordening bevat echter een aantal specifieke bepalingen die garanderen dat gezinsleden in hetzelfde land kunnen blijven en eiseres heeft niet gesteld dat deze op haar van toepassing zijn. Bovendien is er een uitspraak van de rechtbank<footnote-ref linkend="_8be7350a-5976-4b0a-964c-52d0f58d6410" /> in een eerdere procedure waarin is geconcludeerd dat eiseres niet voldoende heeft onderbouwd dat zij een duurzame en exclusieve relatie heeft met haar gestelde partner en dat niet is gebleken van familie- of gezinsleven tussen eiseres en haar gestelde partner in de zin van artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_58daf332-c13d-4f24-87d3-30e724961d6b" /> Eiseres heeft enkel een akte van erkenning van hun ongeboren kind door haar gestelde partner overgelegd. De rechtbank ziet hierin geen reden om bijzondere omstandigheden aan te nemen die nopen tot toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiseres heeft evenmin concrete belangen van haar kinderen benoemd en onderbouwd die zo’n reden geven. </para>
      <para />
      <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het verzoek om een voorlopige voorziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Gezien de beslissing van de rechtbank over het beroep van eiseres, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat ook hierbij geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Besseling, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8be7350a-5976-4b0a-964c-52d0f58d6410" label="1">
    <para> Uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 10 januari 2022, AWB 21/4750.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58daf332-c13d-4f24-87d3-30e724961d6b" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>