<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-28T10:55:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.22905</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12648">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-28T10:54:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12648 Rechtbank Den Haag , 22-11-2022 / NL22.22905</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12648:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring – Gronden betwist – LP-aanvraag in het dossier – beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12648:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.22905</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_f6c567ef-5302-4e9a-8143-225d1ca61d26" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 november 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Er is gebruik gemaakt van een telefonische tolk in de Franse taal. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser. Verweerder heeft als zware gronden<footnote-ref linkend="_bb5df3cd-953f-4ace-9b34-09e0e970d030" /> vermeld dat eiser:</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer</emphasis>;</para>
    <para>
      <?linebreak?>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_5a262f0b-1a55-4476-b2dd-323377c178f6" /> vermeld dat eiser:</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan</emphasis>. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat, omdat hij in het kader van een Dublin overdracht Nederland is ingereisd, de zware grond 3a hem niet kan worden tegengeworpen. Ten aanzien van zware grond 3c stelt eiser dat het eerdere besluit tegen hem ook niet kan worden tegengeworpen bij een Dublin overdracht. Wat betreft de lichte grond 4b voert eiser aan dat slechts sprake is van één eerdere aanvraag. Verder is eiser van mening dat lichte gronden 4c en 4d bij een Dublin overdracht ook niet van toepassing kunnen zijn.</para>
    <para />
    <para>4. Verweerder wijst in de motivering van de maatregel terecht op eisers verklaring dat hij zonder paspoort vanuit Libië Europa, en ook Nederland, is binnen gekomen. Deze illegale inreis mag eiser dan ook worden tegengeworpen. De zware grond 3a is feitelijk juist. Ook mag de zware grond 3c aan eiser worden tegengeworpen. Aan eiser is een terugkeerbesluit opgelegd bij beschikking van 17 augustus 2022, waar hij geen gehoor aan heeft gegeven.</para>
    <para />
    <para>5. Deze zware gronden zijn voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. De rechtbank zal dan ook niet ingaan op de beroepsgronden die zijn gericht tegen de lichte gronden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">LP-aanvraag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Verder wijst eiser erop dat de LP-aanvraag niet in de dossierstukken zit. Eiser is van mening dat verweerder dient aan te tonen dat de aanvraag daadwerkelijk naar de LP-kamer is verzonden, anders kan niet gesteld worden dat er voortvarend gehandeld wordt door verweerder.</para>
    <para />
    <para>7. Eiser wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat de LP-aanvraag een op de zaak betrekking hebbend stuk is die in het dossier dient te zitten. De rechtbank ziet geen aanleiding om op voorhand te twijfelen aan de juistheid van de mededeling van verweerder dat deze aanvraag is ingediend. Er mag dan ook van de juistheid van deze mededeling worden uitgegaan.</para>
    <bridgehead role="italic">Ambtshalve toets</bridgehead>
    <para />
    <para>8. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, nu zij gehouden is de maatregel van bewaring ambtshalve op rechtmatigheid te beoordelen<footnote-ref linkend="_92b556da-05b9-4db4-a2ae-ede53abc2563" />, ook los van wat eiser zelf aanvoert, geen onregelmatigheden heeft vastgesteld die leiden tot onrechtmatigheid van de maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f6c567ef-5302-4e9a-8143-225d1ca61d26" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb5df3cd-953f-4ace-9b34-09e0e970d030" label="2">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a262f0b-1a55-4476-b2dd-323377c178f6" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92b556da-05b9-4db4-a2ae-ede53abc2563" label="4">
    <para> Zoals is bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C704/20 en C-39/21.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>