<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-08T10:36:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/637219 / JE RK 22-2240</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-08T10:35:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12546 Rechtbank Den Haag , 24-11-2022 / C/09/637219 / JE RK 22-2240</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffen ondertoezichtstelling: De minderjarige verblijft bij de moeder in het buitenland, waardoor de gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling niet meer kan uitvoeren. Jeugdzorg in Engeland is op de hoogte van de zorgen, maar ziet geen aanleiding voor hun inmenging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/637219 / JE RK 22-2240</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Opheffing ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 27 oktober 2022 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">- [minderjarige]</emphasis>  geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de man] </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 november 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling; </para>
    <para>- de vader. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>- De vader is belast met het ouderlijk gezag. </para>
    <para>- [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder in Engeland. </para>
    <para>- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 maart 2022 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 25 maart 2022 tot 4 maart 2023, alsmede machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 4 maart 2022 tot 4 maart 2023.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek </title>
    <para>Het verzoek strekt tot opheffing van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft aan het einde van zijn vakantie bij de moeder in Engeland aangegeven niet meer terug te willen naar Nederland. Beide ouders stemmen in met het verblijf van [minderjarige] in Engeland. De gecertificeerde instelling heeft via de Centrale Autoriteit contact opgenomen met Birmingham Children’s Trust en de bestaande zorgen over [minderjarige] uitgelegd. Birmingham Children’s Trust is vervolgens op huisbezoek gegaan en stelt dat er geen zorgen zijn gezien in de thuissituatie en dat er ook geen zorgen zijn  over de opvoedvaardigheden van de moeder. Nu de gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling niet meer kan uitvoeren, dient deze te worden opgeheven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft ingestemd met het verzochte. De vader heeft aangegeven dat het goed gaat met [minderjarige] bij de moeder en dat zij veel contact met elkaar hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling thans niet meer aanwezig zijn. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] woont niet meer in Nederland, maar in Engeland, waardoor de gecertificeerde instelling niet in staat is uitvoering te geven aan de ondertoezichtstelling. Daarbij heeft er een huisbezoek plaatsgevonden door Birmingham Children’s Trust en hebben zij geen aanleiding gezien voor hun inmenging. Verder zijn zij op de hoogte van de zorgen die er in Nederland waren over de ontwikkeling van [minderjarige] . Mocht er in de toekomst hulpverlening noodzakelijk zijn, dan kan dat in Engeland geregeld worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2022 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 november 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>