<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-08T15:50:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/635114 / FA RK 22-6042</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-18T07:51:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12246 Rechtbank Den Haag , 03-11-2022 / C/09/635114 / FA RK 22-6042</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>procedure gezamenlijke toegang ouders, herstelbeschikking, gewijzigde overeenstemming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12246:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<para>
<emphasis role="bold caps">
Rechtbank DEN HAAG
</emphasis>
</para>
<parablock>
<para>
Enkelvoudige Kamer
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
Rekestnummer: FA RK 22-6042
</para>
<para>
Zaaknummer: C/09/635114
</para>
<para>
Datum verbetering: 3 november 2022
</para>
</parablock>
<section>
<title>
Verbetering van een beschikking
</title>
<para>
<emphasis role="bold">
Bijlage bij de beschikking van 30 september 2022
</emphasis>
<emphasis role="bold italic">
,
</emphasis>
<emphasis role="bold">
gegeven op 3 november 2022
</emphasis>
</para>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak waarin op 30 september 2022 een beschikking is gegeven en uitgesproken, op het ingekomen deelnameformulier inzake de procedure gezamenlijke toegang ouders van:
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
[naam01] ,
</title>
<parablock>
<para>
de vader,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
advocaat: mr. E. Jongkoen te Zoetermeer,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
en
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
[naam02] ,
</title>
<parablock>
<para>
de moeder,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
advocaat: mr. M.M. van Wijk te Delft.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Procedure
</title>
<para>
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de brief van 5 oktober 2022 van de advocaat van de moeder;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het F9-formulier van 26 oktober 2022 van de advocaat van de vader.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</section>
<section>
<title>
Verzoek en verweer
</title>
<para>
In de brief van 5 oktober 2022 wordt verzocht om de gewijzigde afspraak tussen de ouders ten aanzien van de zomervakantie in de beschikking op te nemen. De PGTO zitting heeft partijen nader tot elkaar gebracht en een opening gecreëerd om toch met elkaar te kunnen overleggen over de punten waarover zij eerder niet in staat waren te overleggen. Na de zitting heeft er, mede daardoor, nader overleg tussen partijen plaatsgevonden over de zomervakantieregeling in de komende jaren. Zij hebben, in afwijking van hetgeen ter zitting is besproken, het volgende afgesproken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
2023: zomervakantie 2 – 1 – 1 – 2 weken (start moeder);
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
2024: zomervakantie 2 – 1 – 1 – 2 weken (start moeder);
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
vanaf 2025: indien de kinderen hieraan toe zijn, in onderling overleg vast te stellen:
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
3 – 3 weken (start moeder).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De ouders zijn overeengekomen dat deze gewijzigde afspraken in de beschikking kon worden opgenomen. De beschikking van 30 september 2022 is echter bij vervroeging door de rechtbank afgegeven. In deze beschikking is dan ook de oude afspraak met betrekking tot zomervakantieregeling opgenomen. Partijen verzoeken nu de aangepaste afspraken in de beschikking op te nemen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
In het F9-formulier van 26 oktober 2022 heeft de advocaat van de vader aangegeven dat de vader instemt met aanpassing van de beschikking zoals voorgesteld door de advocaat van de moeder.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
Beoordeling
</title>
<para>
Op grond van artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis, arrest of beschikking aan indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde of verzochte.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank overweegt dat de ouders op de zitting samen afspraken hebben gemaakt over de zomervakantie en dat zij na de zitting in onderling overleg deze afspraken hebben gewijzigd, wat zij in de beschikking opgenomen zouden willen hebben. De rechtbank begrijpt dat partijen de definitieve afspraak over de zomervakantie in de beschikking opgenomen willen hebben, in plaats van een onjuiste afspraak.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Nu de rechtbank de beschikking bij vervroeging heeft afgegeven, zal de rechtbank, hoewel strikt genomen niet is verzuimd te beslissen op een onderdeel van het verzochte, de beschikking van 30 september 2022 gelet op het voorgaande op grond van artikel 32 Rv aanvullen als volgt.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verbetert voormelde beschikking van 30 september 2022 in die zin dat het dictum komt te luiden:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
bepaalt als vakantieregeling dat de kinderen bij de ouders zijn volgens de regeling:
</para>
<para>
-
<emphasis role="italic">
zomervakantie
</emphasis>
:
</para>
<para>
- in 2023: 2 – 1 – 1 – 2 weken (start moeder);
</para>
<para>
- in 2024: 2 – 1 – 1 – 2 weken (start moeder);
</para>
<para>
- vanaf 2025: indien de kinderen hieraan toe zijn, in onderling overleg vast te stellen: 3 – 3 weken (start moeder);
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
handhaaft de beschikking van 30 september 2022 voor het overige.
</para>
</parablock>
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
De beschikking van 30 september 2022 is hersteld door mr. C.S.F. de Nijs, kinderrechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 november 2022.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>