<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T09:00:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.3957 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12096">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-28T14:26:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12096 Rechtbank Den Haag , 29-07-2022 / NL20.3957 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12096:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel: Verzet: ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12096:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.3957 V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [opposant], opposant</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]  </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 12 februari 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 3 maart 2020 heeft de rechtbank het beroep zonder zitting ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzet op 21 juni 2022 op zitting behandeld. Opposant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De staatssecretaris was aanwezig bij zijn gemachtigde, mr. [A].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54</para>
    <para>van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als – voor zover hier van belang – het beroep kennelijk ongegrond is. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond geacht. </para>
    <para />
    <para>2. In deze verzet zaak beoordeelt de rechtbank of zij terecht toepassing heeft gegeven</para>
    <para>aan artikel 8:54 van de Awb. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt opposant in verzet?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Opposant betoogt dat de rechtbank zijn beroep ten onrechte kennelijk ongegrond</para>
    <para>heeft geacht. Hij is statushouder in Griekenland en niet is de voorgeschreven procedure doorlopen die hoort bij bescherming in een andere lidstaat. Hij is slechts summier bevraagd over de situatie in Griekenland en er zijn ten onrechte aannames gedaan door verweerder over de situatie en leefomstandigheden in Griekenland, waardoor hij in zijn belangen is geschaad en de besluitvorming onzorgvuldig tot stand is gekomen. Hij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 28 juli 2021 en is van mening dat in onderhavige procedure onvoldoende is onderkend dat er sprake is van een situatie van materiele deprivatie zoals bedoeld in het Ibrahim-arrest voor statushouders bij terugkeer naar Griekenland. Er is ten onrechte niet getoetst is aan artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In wat opposant aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen</para>
    <para>dan in de uitspraak van 3 maart 2020. De in verzet overgelegde informatie levert geen twijfel op over het oordeel dat de staatssecretaris ten aanzien van Griekenland ten tijde van het bestreden besluit kon uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ook al was er destijds sprake van een slechte situatie in Griekenland. De staatsecretaris heeft opposant voldoende gevraagd over zijn leefomstandigheden in Griekenland.<footnote-ref linkend="_fd05ff0c-d417-4575-b87c-3d8cdf65effd" /></para>
    <para />
    <para>5. Toen de rechtbank op 3 maart 2020 uitspraak deed was de Afdelingsuitspraak nog</para>
    <para>niet bekend. Nu dit informatie betreft die pas na de uitspraak bekend is geworden heeft de staatssecretaris zich op het standpunt kunnen stellen dat de rechtbank hier in de onderhavige zaak geen rekening mee heeft hoeven en kunnen houden.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet hierop hoefde de rechtbank ook niet te beoordelen of opposant in aanmerking</para>
    <para>kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, tweede lid, Vw 2000.</para>
    <para />
    <para>7. Het bovenstaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat in de uitspraak van 3 </para>
    <para>maart 2020 op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat het beroep buiten redelijke twijfel ongegrond is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Dit betekent </para>
    <para>dat de buiten-zittingsuitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. N.Y. Majoor, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fd05ff0c-d417-4575-b87c-3d8cdf65effd" label="1">
    <para> Aanmeldgehoor, pagina 11, 12 en 23. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>