<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:12085</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-28T10:11:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 21/7800</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12085">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:12085</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-28T10:11:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:12085 Rechtbank Den Haag , 04-11-2022 / SGR 21/7800</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12085:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>subsidieaanvraag: ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:12085:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/7800 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C. Daniels).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de subsidieaanvraag van eiser afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2022 op zitting behandeld via een beeldverbinding. Eiser was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft een subsidie aangevraagd voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen (als bedoeld in de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH)) voor zijn woning aan de [adres] [huisnummer] te [plaats] , zoals dakisolatie en gevelisolatie, voor in totaal een bedrag van € 4.792,-.</para>
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag bekeken en vindt dat de energie besparende maatregelen niet aan de regels voor subsidieverlening voldoet. De aanvraag voor subsidie voor dakisolatie is afgewezen, omdat het isolatiemateriaal niet voldoet aan de vereiste minimale Rd-waarde.<footnote-ref linkend="_8a887df9-705f-46dd-bb28-46bf8bd55153" /> De aanvraag voor subsidie voor gevelisolatie is afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan artikel 7 lid 1 sub a van de SEEH, waarin staat dat subsidie wordt verstrekt voor het laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen. </para>
    <bridgehead role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</bridgehead>
    <para>3. Eiser stelt dat hij de dupe is geworden van de onzorgvuldigheid en gebrekkig informatie van de zijde van verweerder. Er zijn er een groot aantal aanvragen waarbij dezelfde isolatie techniek is gebruikt die eerder wel zijn goedgekeurd. Hij heeft ter goeder trouw gehandeld en hij heeft vertrouwd dat de subsidie zou worden toegekend. Verweerder heeft het beleid met betrekking tot het goedkeuren en afkeuren van de door VDS gebruikte techniek van dakisolatie gewijzigd en geen overgangstermijn gehanteerd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat verweerder een eigenaar-bewoner ten behoeve van zijn woning subsidie kan verstrekken voor onder andere het na 14 augustus 2019 (peildatum) door een bouwbedrijf laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen als aan de voorwaarden wordt voldaan. </para>
    <para />
    <para>5. Het is niet in geschil dat er dakisolatie is aangebracht. Het betreft HR+++EPS parels. Eiser bestrijdt niet dat de dakisolatie niet voldoet aan de minimale Rd-waarde van 3,5 m2k/W. </para>
    <para />
    <para>6. Voor verweerder vormt de onjuiste informatie die het bouwbedrijf aan eiser heeft verstrekt geen aanleiding voor het toekennen van de subsidie. Er wordt niet aan de voorwaarden van de subsidie voldaan. Het voorgaande betekent dat verweerder de subsidieaanvraag van eiser voor energiebesparende maatregelen voor zijn woning heeft kunnen afwijzen. </para>
    <para />
    <para>7. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de afwijzing in het geval van eiser een gevolg is van een gewijzigd beleidsinzicht of van het ontdekken van een onjuistheid in de aanvraag en wijze van behandeling. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft op de zitting uiteengezet dat hij eerder een aantal met die van eiser vergelijkbare aanvragen heeft gehonoreerd. Daarbij ging hij er - na later bleek ten onrechte -van uit dat het ook door eiser ingeschakelde bouwbedrijf op het aanvraagformulier de juiste informatie had vermeld. Nadat verweerder met de onjuistheid van die informatie bekend werd, heeft hij volgende aanvragen afgewezen omdat verweerder niet gehouden is om gemaakte fouten te blijven herhalen. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank volgt verweerder dat eiser geen vertrouwen kon ontlenen aan een beleidsbepaling van verweerder. Verweerder heeft een aantal aanvragen gehonoreerd op grond van verkeerde informatie, maar aan die omstandigheid kon eiser niet het vertrouwen ontlenen dat verweerder positief op zijn aanvraag diende te beslissen. Daaraan kan ook niet afdoen dat eiser geen mogelijkheid heeft tot schadeverhaal op het bouwbedrijf omdat dit failliet is verklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. N.Y. Majoor, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8a887df9-705f-46dd-bb28-46bf8bd55153" label="1">
    <para>Artikel 4, lid 1 SEEH.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>