<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:11859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T10:30:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/636788 / JE RK 22-2165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T10:29:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:11859 Rechtbank Den Haag , 18-10-2022 / C/09/636788 / JE RK 22-2165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank DEN HAAG
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd- en Zorgrecht
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zaaksgegevens: C/09/636788 / JE RK 22-2165
</para>
<para>
Datum uitspraak: 18 oktober 2022
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter
</bridgehead>
<bridgehead role="bold">
Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak naar aanleiding van het op 18 oktober 2022 ingekomen verzoekschrift van:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
</para>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
-
<emphasis role="bold">
[minderjarige01]
</emphasis>
, geboren op [geboortedatum01] 2012 te [geboorteplaats01] ,
</para>
<para>
hierna te noemen: [minderjarige01] .
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[de vrouw01] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de moeder,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] .
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
</para>
<para />
</section>
<section>
<title>
Feiten
</title>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
De moeder is belast met het ouderlijk gezag.
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[minderjarige01] woont bij de moeder.
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 september 2022 [minderjarige01] onder toezicht gesteld van 20 september 2022 tot 20 maart 2023.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</section>
<section>
<title>
Verzoek
</title>
<para>
Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de periode van vier weken.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Het verzoek strekt mede tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
Beoordeling
</title>
<para>
Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige01] in het belang van de verzorging en opvoeding, uit huis wordt geplaatst.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Het verhoor van de verzoekster en de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige01] . De reden daarvoor is dat de politie de moeder in verwarde toestand heeft meegenomen naar het politiebureau waardoor [minderjarige01] alleen thuis was en in de nacht van 18 oktober 2022 in het netwerk is geplaatst. De gecertificeerde instelling heeft geprobeerd om met de moeder in gesprek te gaan om tot een gezamenlijk plan te komen, maar vanwege de verwardheid van de moeder is dat niet gelukt. Hierdoor is er geen zicht op de thuissituatie en kan er geen inschatting worden gemaakt over de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige01] bij de moeder als zij door de politie weer wordt heengezonden. Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Daarom zal als volgt worden beslist.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing.
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 18 oktober 2022 tot 1 november 2022;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van:
</para>
<para>
28 oktober 2022 te 13:30 uur;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
</para>
</parablock>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de moeder.
<?linebreak?>
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. van der Kleijn, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2022.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
</para>
<para>
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
</para>
<para>
het gerechtshof Den Haag.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>