<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:11737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T09:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.11293</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11737">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-16T10:54:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:11737 Rechtbank Den Haag , 12-05-2022 / NL21.11293</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11737:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>asiel Irak - verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de bedreigingen door de militie Djeis Al Mahdi ongerijmd, wisselend, en  daarmee  ongeloofwaardig zijn - problemen met zwager - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11737:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.11293</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, V-nummer: [v-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. de Jong).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 16 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1974 en heeft de Iraakse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij in 2008 is bedreigd door de [militante groepering] militie vanwege zijn samenwerking in het Irakese leger met de Amerikanen. Na een conflict met zijn zwager in 2018 is [militante groepering] via die zwager op de hoogte gekomen van eisers verblijfplaats te [plaats] . Eiser is vervolgens door [militante groepering] met de dood bedreigd, waarna eiser uit vrees voor zijn leven Irak heeft verlaten.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Volgens verweerder heeft eiser echter ongeloofwaardige verklaringen afgelegd over de bedreiging door [militante groepering] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eiser en verweerder in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser vindt dat verweerder in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de zienswijze niet tot een ander standpunt leidt. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser zonder problemen Irak is uitgereisd, nu eiser immers geen problemen heeft met de Iraakse autoriteiten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bedreigingen door [militante groepering]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de bedreigingen door de militie [militante groepering] ongerijmd, wisselend en – daarmee – ongeloofwaardig zijn. Nu [militante groepering] volgens eisers eigen verklaringen een machtige militie is die in de zuidelijke provincies van Irak actief is, heeft verweerder niet ten onrechte ongerijmd geacht dat eiser nooit zelf in persoon is benaderd en dat de bedreigingen ook nooit door de militie ten uitvoer zijn gebracht. Dit terwijl uit de door eiser overgelegde landeninformatie<footnote-ref linkend="_6faab6f9-e629-4eb9-a285-c496b85940ba" /> volgt dat [militante groepering] door politieke connecties en met behulp van de politie en het militair apparaat en middels het verspreiden van lijsten met gezochte personen binnen de militie en andere groepen, gezochte personen in heel Irak kan opsporen. Dat eiser na de eerste bedreiging in 2008 nog tien jaar ongestoord in een andere stad ( [plaats] ) in de zuidelijke provincies heeft kunnen leven, is in dat licht bevreemdend. Dit geldt eveneens voor het gegeven dat [militante groepering] , zoals volgt uit eisers verklaringen, twee jaar lang de verschillende smoesjes van eisers ouders zouden accepteren, zonder de bedreigingen te intensiveren. Bovendien valt hiermee niet te rijmen dat eisers achtergebleven familieleden momenteel veilig in Bagdad verblijven. Ook volgt uit de door eiser overgelegde landeninformatie<footnote-ref linkend="_c4ebf90a-e41e-40b7-b388-f8cbb3ba71b6" /> dat er geen recente rapporten zijn met betrekking tot dreiging van vervolging door milities vanwege samenwerking met westerse troepen. De meest gewelddadige periode was van 2005 tot 2008, maar momenteel hebben personen met (vermeende) betrokkenheid bij ondersteuning van westerse troepen geen gegronde vrees voor vervolging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Problemen met zwager </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de problemen met zijn zwager ongerijmd en bevreemdend zijn. Nu eiser verklaart dat zijn zwager actief lid is van de [militante groepering] militie en hij ook op de hoogte was van eisers verleden met deze militie, valt niet in te zien dat eisers zwager niet eerder aan de militie heeft doorgegeven waar eisers verblijfplaats was. Dat eisers zwager vervolgens na een conflict over de verkoop van een huis deze verblijfplaats wel aan de militie zou hebben doorgegeven, heeft verweerder gelet op de mogelijke desastreuze gevolgen van die keuze niet ten onrechte bevreemdend geacht. Temeer aangezien eiser en zijn zwager volgens eisers verklaringen tot de verkoop van het huis nooit problemen met elkaar hebben gehad.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Herhalen zienswijze</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Eiser heeft in zijn beroepsschrift veel argumenten opgenomen die hij ook al in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Verweerder heeft in het bestreden besluit op die zienswijze een gemotiveerde reactie gegeven. Voor zover eiser in beroep niet heeft aangegeven waarom de reactie van verweerder tekortschiet, kan de beroepsgrond hierom al niet slagen.</para>
    <bridgehead role="italic">Conclusie</bridgehead>
    <para />
    <para>7. De aanvraag is op goede gronden afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr.A.M. Petersen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6faab6f9-e629-4eb9-a285-c496b85940ba" label="1">
    <para> Rebwar Fatah, expert opinion, oktober 2010, bijlage 5 bij de zienswijze. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4ebf90a-e41e-40b7-b388-f8cbb3ba71b6" label="2">
    <para> EASO, Richtlijnen Irak, 9 februari 2021, bijlage 1 bij de zienswijze.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>