<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:11069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-26T09:43:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.17386</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11069">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:11069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-26T09:41:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:11069 Rechtbank Den Haag , 07-10-2022 / NL22.17386</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11069:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Frankrijk. AIDA-rapport. Kortgeding VWN over opvang. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:11069:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.17386</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.C.J. Letmaath),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Lourier).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.17387, op 7 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen W.M. Mamik. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van eiser.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>2. Met het claimakkoord hebben de Franse autoriteiten toegezegd dat zij de asielaanvraag van eiser zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn.</para>
    <para />
    <para>3. Daarbij wordt in het geval van Frankrijk tot op heden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en wordt aangenomen dat geen sprake is van zodanige tekortkomingen in het systeem van de opvangvoorzieningen in Frankrijk dat artikel 4 van het Handvest<footnote-ref linkend="_91405258-b8e3-4fbb-b324-11b20cb62d86" /> wordt geschonden. Verweerder heeft hiervoor terecht verwezen naar uitspraken van de Afdeling<footnote-ref linkend="_dd7f7981-bc4b-44db-b839-f55cb6ea34a4" /> van 21 april 2021 en 16 juni 2021.<footnote-ref linkend="_93479942-41c9-44b5-91d6-d1bb7c005bf9" /> De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft dit op 9 maart 2022 nog eens bevestigd.<footnote-ref linkend="_be96f08b-e9aa-4221-9ca0-47f16478fdcd" /> Ook de verschillende zittingsplaatsen van de rechtbank gaan hier tot op heden van uit.<footnote-ref linkend="_d3bcdd58-5b5f-491a-9c23-ac880a8156b8" /></para>
    <para />
    <para>4. Het door eiser ingeroepen landenrapport Frankrijk van AIDA<footnote-ref linkend="_8fa79f4f-e567-40f8-b25f-4d582812fc5d" /> dat dit jaar is verschenen geeft geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Zoals verweerder terecht heeft overwogen in het bestreden besluit schetst dit rapport geen ander beeld van de opvang van Dublinclaimanten in Frankrijk dan naar voren komt uit de landenrapporten in voorgaande jaren. Dat geldt zowel voor de beperking van de opvangvoorzieningen voor Dublinclaimanten en opvolgende aanvragers, als voor de praktijk in de regio Parijs waar eiser zich zal moeten melden, het aandeel asielzoekers dat in Frankrijk geen opvang geniet en het gegeven dat dit bovengemiddeld vaak alleenstaande mannen en vrouwen zijn. Door te overwegen dat het AIDA-rapport van dit jaar geen wezenlijke nieuwe informatie bevat, heeft verweerder deze door eiser genoemde algemene omstandigheden afdoende beantwoord.</para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft evenzeer afdoende gereageerd op eisers verklaringen over de omstandigheden van zijn eerder verblijf in Frankrijk door te overwegen dat eiser hierover kon klagen bij de Franse autoriteiten. Verweerder stelt terecht dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de mogelijkheden hiervoor in Frankrijk voldoende heeft benut. Eiser heeft hiervan immers geen documenten en heeft ook niet concreet inzichtelijk gemaakt waar, wanneer en hoe hij heeft geklaagd over het gebrek aan opvang. Van belang is nog dat het onthouden van opvangvoorzieningen schriftelijk wordt meegedeeld en dat men hierover ook kan klagen bij de Franse rechter.<footnote-ref linkend="_b37d178f-dc8b-44b1-8072-591cdf339f2a" /> In dat verband stelt de rechtbank vast dat de uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak van VluchtelingenWerk Nederland geen bindende betekenis heeft voor de beoordeling van de gang van zaken in andere lidstaten.<footnote-ref linkend="_88990f29-1604-4341-8ef8-ef85d513d299" /> Eiser heeft met zijn eigen verklaringen daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Frankrijk moet vrezen voor een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest, zoals uitgelegd in de arresten Jawo en Ibrahim.<footnote-ref linkend="_e6371b81-68c6-466a-9ed0-3a5d0123defb" /> Nu eiser voorts geen bijzondere opvangbehoefte heeft gesteld, wordt hij niet gevolgd in zijn standpunt dat verweerder voor de opvang van eiser in Frankrijk individuele garanties dient te verkrijgen. Verweerder hoeft dan ook niet af te zien van overdracht van eiser aan Frankrijk.</para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_91405258-b8e3-4fbb-b324-11b20cb62d86" label="1">
    <para> Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd7f7981-bc4b-44db-b839-f55cb6ea34a4" label="2">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93479942-41c9-44b5-91d6-d1bb7c005bf9" label="3">
    <para> De Afdeling 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816 en 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1256.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be96f08b-e9aa-4221-9ca0-47f16478fdcd" label="4">
    <para> De Afdeling 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:715.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d3bcdd58-5b5f-491a-9c23-ac880a8156b8" label="5">
    <para> Voorbeeld; rb Den Haag, zp. Groningen 17 augustus 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2963 en rb Den Haag 26 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9722.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8fa79f4f-e567-40f8-b25f-4d582812fc5d" label="6">
    <para> Asylum Information Database, Country Report: France van 8 april 2022. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b37d178f-dc8b-44b1-8072-591cdf339f2a" label="7">
    <para> Het AIDA-rapport, p. 103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88990f29-1604-4341-8ef8-ef85d513d299" label="8">
    <para> Rb Den Haag 6 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10210. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6371b81-68c6-466a-9ed0-3a5d0123defb" label="9">
    <para> HvJEU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218 en 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:219.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>