<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:10930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T08:22:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 3664 en 21 _ 3665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-24T08:22:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10930 Rechtbank Den Haag , 09-02-2022 / AWB - 21 _ 3664 en 21 _ 3665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>pv mo usp; intrekking verblijfsvergunning studie; geen student meer; geen bijzondere omstandigheden; niet onevenredig; ongegrond; vovo afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 21/3664 en 21/3665</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 15 november 2020 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van eiseres die verleend was onder de beperking ‘studie’ ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 27 mei 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 9 februari 2022 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;</para>
    <para>- bepaalt dat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding bestaat. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inleiding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting tot het betalen van het verschuldigde griffierecht. Met de toelichting van eiseres op zitting heeft zij voldoende aangetoond dat zij voldoet aan de voorwaarden voor deze vrijstelling. De voorzieningenrechter verleent eiseres daarom vrijstelling van de betaling van het griffierecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de voorzieningenrechter </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Vast staat dat eiseres sinds 15 mei 2020 niet langer aan [naam universiteit 1] studeerde. Daarmee staat vast dat eiseres niet meer voldeed aan de beperking ‘studie’ waaronder de verblijfsvergunning was verleend. Niet is gebleken dat eiseres daarna nog is gaan studeren en dat zich een nieuwe referent voor haar heeft gesteld. In het dossier zit een e-mail van eiseres over een inschrijving voor een studie bij [naam universiteit 2] . Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat deze studie niet is doorgegaan en dat zij tot op heden geen nieuwe studie volgt. Verweerder kon daarom de verblijfsvergunning van eiseres op grond van de Vreemdelingenwet 2000<footnote-ref linkend="_cad15df5-4c7e-4461-bccc-b9c6cff6ba65" /> (Vw) intrekken. </para>
    <para />
    <para>3. Het betoog van eiseres dat verweerder haar in de gelegenheid had moeten stellen om een nieuwe opleiding te zoeken, wordt niet gevolgd. Eiseres heeft dat gebaseerd op de Studierichtlijn<footnote-ref linkend="_27450079-cd80-4ee3-97d6-34eef25b9041" /> en die is geïmplementeerd in het Vreemdelingenbesluit 2000<footnote-ref linkend="_148b66c7-5929-4e4e-98af-30b615fabc58" /> (Vb). De desbetreffende artikelen hebben betrekking op de situatie dat de verblijfsvergunning van de student wordt ingetrokken, omdat de erkenning van de referent is geschorst of ingetrokken. In dat geval moet de student gedurende drie maanden in de gelegenheid worden gesteld om alsnog aan de beperking studie te voldoen. Deze situatie doet zich in het geval van eiseres niet voor. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft verder geen aanleiding hoeven zien om op grond van bijzondere omstandigheden af te zien van intrekking van de verblijfsvergunning. Dat eiseres sinds 15 mei 2020 geen andere studie volgt, komt voor haar rekening en risico. De op de zitting door eiseres toegelichte persoonlijke omstandigheden die verband houden met haar relatie zijn geen reden om op grond van bijzondere omstandigheden af te zien van de intrekking. Daarbij komt dat eiseres in het kader van haar relatie een andere verblijfsvergunning kan aanvragen. </para>
    <para />
    <para>5. Verder is het besluit van verweerder om de verblijfsvergunning in te trekken ook niet onevenredig. De voorzieningenrechter begrijpt dat het vervelend is voor eiseres dat zij nu naar India terug moet keren en dat zij kosten moet maken, maar dat maakt niet dat het besluit van verweerder onevenredig is. Ook de aangedragen persoonlijke omstandigheden die verband houden met haar relatie maken de intrekking niet onevenredig. </para>
    <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2022 door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier 								voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cad15df5-4c7e-4461-bccc-b9c6cff6ba65" label="1">
    <para> Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, in samenhang gelezen met artikel 19 van de Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_27450079-cd80-4ee3-97d6-34eef25b9041" label="2">
    <para> Op artikel 21, zesde lid, van de Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_148b66c7-5929-4e4e-98af-30b615fabc58" label="3">
    <para>In de artikelen 3.89a en 3.91a van het Vb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>