<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:10904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-04T09:46:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 21/4409</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10904">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-01T13:54:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10904 Rechtbank Den Haag , 19-09-2022 / SGR 21/4409</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10904:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser is voor drie jaar rijgeschikt geacht. Van deze termijn kan niet worden afgeweken, omdat de regelgeving dwingendrechtelijke bepalingen bevat. Deze termijn gaat in op moment dat besluit wordt genomen. Beroep ongegrond. art 103, 1e lid, a Reglement R.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10904:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/4409 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)</emphasis>, verweerder,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. Y.M. Wolvekamp). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 juni 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser rijgeschikt verklaard voor een periode van drie jaar en twee maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 16 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser is naar zitting gekomen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft een gezondheidsverklaring ingediend voor verlenging van zijn rijbewijs. Verweerder heeft eiser verwezen naar een keurend arts. Op basis van het rapport van de keurend arts heeft verweerder eiser rijgeschikt geacht tot en met 1 augustus 2024. <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Wat heeft verweerder besloten?</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser is voor de maximale periode van drie jaar rijgeschikt geacht. Van deze termijn kan niet worden afgeweken, omdat de regelgeving dwingendrechtelijke bepalingen bevat. Uit coulance is deze periode met twee maanden verlengd.<footnote-ref linkend="_3dd68d2d-39f4-48da-8b99-29b57f898930" /></para>
    <bridgehead role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</bridgehead>
    <para />
    <para>3. Eiser is het niet eens met verweerder en voert aan dat zijn rijbewijs nu met drie maanden is verkort. Hij vindt dat de termijn van drie jaar in had moeten gaan na de vervaldatum van zijn oude rijbewijs op 29 oktober 2021. Ook vindt hij dat zijn rijbewijs voor een periode van vijf jaar had moeten worden verlengd en niet voor drie jaar. Hij voelt zich hierdoor benadeeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De geschiktheidstermijn gaat in op het moment dat het besluit wordt genomen en niet op het moment dat het oude rijbewijs verloopt.<footnote-ref linkend="_4ae583d3-5943-47a3-b654-8cb1b369cbcf" /> In dit geval is deze termijn uit coulance met twee maanden verlengd. Eiser heeft ongeveer zes maanden voor afloop van zijn oude rijbewijs al een gezondheidsverklaring aangevraagd. Verweerder heeft eisers aanvraag vervolgens spoedig afgehandeld. Hierdoor is eisers rijbewijs in plaats van drie jaar, twee jaar en negen maanden geldig. Eiser heeft aangegeven dat hij zich hierdoor benadeeld voelt, maar de rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de geschiktheidstermijn van drie jaar direct - op het moment dat het besluit is genomen – heeft laten ingaan.<footnote-ref linkend="_6b346921-5843-4300-8fc9-894bb7d26062" /> De regelgeving die van toepassing is op de situatie van eiser bevat immers dwingendrechtelijke bepalingen. Dit betekent dat verweerder geen ruimte had (verder) van de regelgeving af te wijken. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De geschiktheidstermijn die voor eiser geldt is maximaal drie jaar.<footnote-ref linkend="_8147e6a5-3b58-422d-9667-1e06540bdeb2" /> Het staat verweerder niet vrij om in strijd met de regelgeving af te wijken van deze periode. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert daarom geen reden voor een ander oordeel.  </para>
        <para>
          <?linebreak?>5.	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.J.R. van Veen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op <?linebreak?>19 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3dd68d2d-39f4-48da-8b99-29b57f898930" label="1">
    <para> Zie artikel 25a van het Reglement rijbewijzen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ae583d3-5943-47a3-b654-8cb1b369cbcf" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van rechtbank Oost-Brabant van 21 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1548. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6b346921-5843-4300-8fc9-894bb7d26062" label="3">
    <para> Zie artikel 103, eerste lid, aanhef en onder a, van het Regelement rijbewijzen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8147e6a5-3b58-422d-9667-1e06540bdeb2" label="4">
    <para> Zie paragraaf 7.3.1.1 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>