<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:10432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-17T09:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.1067</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10432">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-12T09:23:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10432 Rechtbank Den Haag , 23-08-2022 / NL22.1067</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10432:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>uitstel van vertrek art. 64 Vw - China - geen medische noodsituatie - vergewisplicht BMA - geen contra-expertise  - geen aanvullend spreekuuronderzoek - beschikbaarheid en feitelijke toegankelijkheid van de zorg n.v.t. - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10432:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL22.1067 (beroep) en NL21.14501 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T.Y. Tsang),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Scholtens).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 augustus 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor uitstel van vertrek afgewezen. Ook heeft hij aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw Y. Chow. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1955 en heeft de Chinese nationaliteit. Eiseres heeft uitstel van vertrek aangevraagd vanwege medische omstandigheden, omdat zij lijdt aan lichamelijk letsel door een verkeersongeluk in 2020.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat uit het rapport van het BMA<footnote-ref linkend="_a5be45ef-d9b7-4255-aaef-8209fb801503" />  blijkt dat eiseres medisch gezien kan reizen en een medische noodsituatie op korte termijn niet wordt verwacht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eiseres en verweerder in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres vindt dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. De BMA-arts had eiseres persoonlijk moeten onderzoeken om de actuele medische situatie zorgvuldig te kunnen inschatten. Volgens eiseres is de enkele verwijzing naar opgevraagde informatie van de behandelaar niet voldoende. Daarnaast stelt eiseres dat zij vanwege haar ziekte niet zelfstandig in haar bestaansmiddelen kan voorzien en dat zij bij terugkeer naar China geen toegang kan krijgen tot de noodzakelijke medische zorg. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft gemotiveerd op de beroepsgronden gereageerd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk en overweegt daarover het volgende.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter is een BMA-advies aan te merken als een deskundigenadvies aan verweerder ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden.<footnote-ref linkend="_2915f8d4-1689-4739-b6b1-bed1ed74e5f2" /> Verweerder moet volgens artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zich ervan vergewissen dat een door hem gebruikt deskundigenrapport naar de wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als dit het geval is, dan mag verweerder in beginsel van de juistheid van het advies uitgaan. Eiseres kan met een contra-expertise deze inhoudelijke juistheid betwisten. Met stukken van haar behandelaars kan zij de zorgvuldigheid, inzichtelijkheid en concludentie van een deskundigenadvies aan de orde stellen, dan wel concrete aanknopingspunten aanvoeren voor twijfel aan de inhoud daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De rechtbank is het met verweerder eens dat het betoog van eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om aan de juistheid van het BMA-advies te twijfelen. Eiseres heeft de inhoudelijke juistheid van het advies niet met een contra-expertise bestreden. Wel heeft zij in beroep actuele stukken van behandelaars overgelegd, maar die stukken bevatten geen nieuwe medische gegevens die niet al in het BMA-advies zijn betrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Voor zover eiseres de zorgvuldigheid van het BMA-advies betwist, omdat het BMA alleen de informatie van de behandelend arts heeft bekeken, slaagt ook dit betoog niet. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter mag de BMA-arts in zijn advies namelijk volstaan met verwijzing naar schriftelijke of mondelinge informatie die bij de behandelaar van de vreemdeling is opgevraagd.<footnote-ref linkend="_284b1a41-50d1-4a6e-b201-18360d03aa1b" /> Het behoort tot de deskundigheid van de BMA-arts om te beoordelen of aanvullend medisch onderzoek noodzakelijk is. Uit het BMA-advies blijkt hier geen aanleiding voor en eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende met stukken onderbouwd waarom zij door de BMA-arts gezien had moeten worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande op het standpunt kunnen stellen dat het BMA-advies naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is en daarom aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd mocht worden. Nu uit het BMA-advies volgt dat eiseres kan reizen en uitzetting van eiseres geen medische noodsituatie op korte termijn oplevert, heeft verweerder op goede gronden de aanvraag van eiseres afgewezen en dit besluit in bezwaar terecht gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Voor zover eiseres stelt dat de medische zorg in China voor haar feitelijk niet toegankelijk is, overweegt de rechtbank dat uit het beleid van verweerder<footnote-ref linkend="_f753974d-3944-43aa-b74c-01dfe7603c2c" /> volgt dat wanneer wordt geconcludeerd dat bij terugkeer naar het land van herkomst geen medische noodsituatie ontstaat, niet wordt toegekomen aan de beoordeling van de beschikbaarheid en feitelijke toegankelijkheid van medische zorg. Dit beleid vindt de rechtbank niet onredelijk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is de conclusie?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>7. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van de vereiste connexiteit.<footnote-ref linkend="_633f9d51-da86-45cd-a2ff-13c963aedcf3" /></para>
      <para />
      <para>8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. </para>
      <para>Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a5be45ef-d9b7-4255-aaef-8209fb801503" label="1">
    <para> Bureau Medische Advisering (vaste deskundige voor verweerder over medische kwesties in vreemdelingenzaken). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2915f8d4-1689-4739-b6b1-bed1ed74e5f2" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 30 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1674 en de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3852.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_284b1a41-50d1-4a6e-b201-18360d03aa1b" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:826, rechtsoverweging 5. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f753974d-3944-43aa-b74c-01dfe7603c2c" label="4">
    <para> Zie paragraaf A3/7.1.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_633f9d51-da86-45cd-a2ff-13c963aedcf3" label="5">
    <para> Op grond van artikel 8:81 van de Awb en artikel 8:83, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>