<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:10328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-852081-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2023/23</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:56:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10328 Rechtbank Den Haag , 10-10-2022 / 09-852081-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM niet-ontvankelijk. terughoudendheid in rechterlijke toetsing mbt bevoegdheid voortzetting strafzaak. OM heeft zich in redelijkheid op standpunt kunnen stellen dat met voortzetting van de strafzaak thans niet langer enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Het niet langer voortzetten van de zaak is ook niet onverenigbaar met de beginselen van een goede procesorde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	09/852081-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak:	10 oktober 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verkort vonnis </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verdachte],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1948 te [geboorteplaats],</para>
      <para>	BRP-[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 15 februari 2017 en 26 september 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 15 februari 2017 de behandeling aangehouden en de zaak verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van tien getuigen en het benoemen van een deskundige op het gebied van het vastgoedverhuur in Den Haag. De getuigen zijn gehoord in de periode augustus 2017 tot 19 maart 2018. Eveneens is [naam] als deskundige benoemd. Nadien is de zaak niet meer op zitting gepland. Het Openbaar Ministerie heeft bij brief van 28 juli 2022 meegedeeld de strafzaak op 26 september 2022 opnieuw ter zitting aan te brengen en alsdan de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie te zullen vorderen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De terechtzitting van 26 september 2022</title>
    <para>De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen. Zijn raadsvrouw, mr. E. Benhaim was ter terechtzitting aanwezig en bepaaldelijk gemachtigd om hem ter terechtzitting te vertegenwoordigen.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging<?linebreak?>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:<?linebreak?></title>
    <para>1.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2011</para>
      <para>tot en met 6 mei 2014 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, als feitelijk</para>
      <para>bestuurder van een rechtspersoon (te weten [bedrijf]) welke bij</para>
      <para>vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage 19 maart 2013 in staat van</para>
      <para>faillissement is verklaard,</para>
      <para>ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van genoemde</para>
      <para>rechtspersoon niet, althans niet volledig heeft voldaan aan de op zijn</para>
      <para>rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie</para>
      <para>ingevolge artikel 10 eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of</para>
      <para>artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of</para>
      <para>tevoorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of gegevensdragers als in</para>
      <para>dat/die artikel(en) bedoeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een</para>
      <para>veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2011</para>
      <para>tot en met 6 mei 2014 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, als feitelijk</para>
      <para>bestuurder van een rechtspersoon (te weten [bedrijf]) welke bij</para>
      <para>vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage 19 maart 2013 in staat van</para>
      <para>faillissement is verklaard,</para>
      <para>niet (volledig) heeft voldaan aan de op zijn rustende verplichtingen ten</para>
      <para>opzichte het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste lid,</para>
      <para>boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i eerste lid boek 3 van het</para>
      <para>Burgerlijk Wetboek en/of</para>
      <para>de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, waarmee volgens de</para>
      <para>artikelen 10 boek twee en/of artikel 15i boek 3 administratie is gevoerd en</para>
      <para>die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat</para>
      <para>tevoorschijn heeft gebracht,</para>
      <para>terwijl dit aan hem, verdachte, te wijten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op een (of meer) tijdstip(pen) op of omstreeks 1 januari 2011 tot en met</para>
      <para>februari 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, met het oogmerk van</para>
      <para>wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (of meerdere) geldbedrag(en)</para>
      <para>(van in totaal 20.811,61 euro), in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten</para>
      <para>dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of</para>
      <para>anderen dan aan verdachte, de/het weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn</para>
      <para>bereik te hebben gebracht door middel van een valse sleutel (in die zin dat</para>
      <para>verdachte geldbedrag(en) heeft betaald en/of heeft opgenomen door daarbij (bij</para>
      <para>de betreffende (niet zakelijke) betalingen/geldopnamen) wederrechtelijk</para>
      <para>gebruik te maken van één of meerdere (van misdrijf) afkomstige) creditcard(s)</para>
      <para>en/of bankpas(sen) en bijbehorende pincode(s) van de bedrijfsrekening [bedrijf]</para>
      <para>)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een</para>
      <para>veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op een (of meer) tijdstip(pen) op of omstreeks 1 januari 2011 tot en met</para>
      <para>februari 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, opzettelijk een (of</para>
      <para>meer) geldbedrag(en) (te weten een totaalbedrag van 20.811,61. euro), in elk</para>
      <para>geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf],</para>
      <para>in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren)</para>
      <para>verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft</para>
      <para>toegeëigend, immers heeft verdachte onbevoegd gebruik gemaakt van de</para>
      <para>bankpas(sen) en/of creditcard(s) en bijbehorende pincode(s) van de</para>
      <para>bedrijfsrekening van [bedrijf] door een (of meer)</para>
      <para>privéproduct(en) van de bedrijfsrekening van [bedrijf] te betalen;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Het standpunt van de officier van justitie komt erop neer dat er geen belang meer is bij voortzetting van de eerder ingezette vervolging. De officier van justitie heeft hiertoe onder meer toegelicht dat de tenlastegelegde feiten inmiddels 8,5 tot 11 jaar oud zijn, er gelet op de omvang van de zaak veel tijd nodig is voor een inhoudelijke behandeling, de verdachte in de tussentijd niet meer met justitie in aanraking is geweest en sprake is van een relatief gering nadeel in vergelijking met andere zaken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft medegedeeld de conclusie van de officier van justitie te delen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Rechterlijke toetsing van de wijze waarop het Openbaar Ministerie is omgegaan met haar bevoegdheid om tot vervolging over te gaan geschiedt met de nodige terughoudendheid. In beginsel dient de rechter de beleidsvrijheid van het Openbaar Ministerie te respecteren. De rechter dient daarbij met name de zienswijze van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het belang bij een ingezette strafvervolging expliciet mee te wegen. (HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX4280). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie komt er in de kern op neer dat hij meent dat bij de huidige stand van zaken er geen belang meer is bij voortzetting van de ingezette strafvervolging van de verdachte. In zijn toelichting is sprake van een heroverweging van de opportuniteit van (verdere) vervolging: vervolging is niet langer meer opportuun, nu zowel de belangen van de samenleving als die van de verdachte zijn gebaat bij een afdoening zoals voorgesteld. Waar hiervoor is beschreven dat een groot gewicht toekomt aan de beslissing van de officier van justitie om te vervolgen, ziet de rechtbank niet in waarom dat anders is bij de beslissing van de officier van justitie in een geval waarin de officier van justitie meent dat er geen belang meer is bij verdere strafvervolging. Nu de officier van justitie in deze zaak gemotiveerd het standpunt heeft ingenomen dat er geen verder belang bij vervolging meer is, brengt de terughoudende toetsing met zich mee dat de rechtbank niet lichtvaardig tot een andersluidend oordeel zou kunnen komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen redenen om in deze strafzaak tot een andersluidend oordeel te komen. De officier van justitie heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat met voortzetting van de vervolging thans niet langer sprake is van enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang dat daarmee gediend kan zijn. Het niet langer voortzetten van de strafvervolging is ook niet onverenigbaar met de beginselen van een goede procesorde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. E.C. Kole,							voorzitter,</para>
      <para>mr. K.C.J. Vriend,						rechter,</para>
      <para>mr. R.J. Wortelboer,						rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Verhagen,			griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R.J. Wortelboer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>