<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2022:10190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.11993</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:10190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T09:02:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2022:10190 Rechtbank Den Haag , 19-09-2022 / NL22.11993</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel: Nigeria: ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2022:10190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL22.11993</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Erik), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 2 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1991 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Hij heeft</para>
    <para>aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij niet terug kan keren naar Nigeria door de problemen door de lidmaatschap van zijn vader bij geheime genootschap [genootschap].</para>
    <para />
    <para>2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante</para>
    <parablock>
      <para>elementen: </para>
      <para> 	1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
      <para>	2. Lidmaatschap vader bij geheime genootschap [genootschap] en de daaruit  voortvloeiende problemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder vindt het eerste element geloofwaardig. Verweerder vindt het tweede</para>
        <para>element niet geloofwaardig. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Nigeria problemen heeft als gevolg van de lidmaatschap van zijn vader bij geheime genootschap [genootschap]. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Eiser is het niet eens met het besteden besluit. Het nader gehoor heeft onzorgvuldig</para>
      <para>plaatsgevonden, waardoor hij in zijn belangen is geschaad. De tolk was niet begrijpelijk, omdat hij niet het Pidgin-Engels sprak dat gangbaar is in Nigeria. Hij wil opnieuw gehoord worden door een tolk ‘[tolk]’. Er heeft verder ten onrechte geen Forensisch Medisch Onderzoek (FMO) plaatsgevonden. Eiser verzoekt verweerder om onderzoek te doen naar zijn littekens. Verder heeft verweerder eiser ten onrechte tegengeworpen dat hij vaag, summier en ongerijmd heeft verklaard. De door verweerder tegengeworpen verklaringen kunnen hieraan niet ten grondslag worden gelegd gezien de onzorgvuldigheid waarmee het gehoor heeft plaatsgevonden. Verder mag verweerder niet van eiser verlangen dat hij meer zou kunnen verklaren over bepaalde onderwerpen als eiser die kennis helemaal niet heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. De rechtbank stelt voorop  dat eisers beroepsgronden grotendeels een herhaling zijn</para>
      <para>van hetgeen hij reeds in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. Verweerder is in het bestreden besluit, waar het voornemen onderdeel van uitmaakt, gemotiveerd ingegaan op eisers zienswijze. Nu eiser niet heeft geconcretiseerd op welke wijze verweerders overwegingen de rechterlijke toets niet kunnen doorstaan, kan deze enkele herhaling van stellingen niet slagen.</para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank volgt het standpunt van eiser dat het gehoor onzorgvuldig heeft</para>
      <para>plaatsgevonden niet. Uit het nader gehoor blijkt weliswaar dat er op momenten sprake is geweest van miscommunicatie, maar niet op een zodanige manier dat moet worden geconcludeerd dat het gehoor onzorgvuldig is geweest. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens het gehoor meermalen is gevraagd of het gehoor goed verliep en of hij een tolk ‘[tolk]’ wilde. Eiser heeft tijdens het gehoor in reactie hierop echter uitdrukkelijk verklaard dat hij de tolk goed kan verstaan en begrijpen in het Pidgin-Engels en ook na afloop van het gehoor heeft eiser desgevraagd bevestigd dat hij de tolk goed heeft verstaan en begrepen. Daarbij hebben het aanmeldgehoor Dublin en een gedeelte van het aanmeldgehoor ook plaatsgevonden met een tolk in het Pidgin Engels. Er is dan ook niet gebleken dat eiser zich niet goed verstaanbaar kan maken in het Pidgin-Engels. Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat het nader gehoor onzorgvuldig was of dat eiser in zijn belangen is geschaad. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser in de correcties en aanvullingen zijn verklaringen tijdens het gehoor heeft kunnen verduidelijken. De stelling ter zitting dat eiser ten tijde van het gehoor nog niet wist hoe de tolk zijn verklaringen heeft vertaald leidt dan ook niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
      <para>6. Verder is de rechtbank ten aanzien van het verzoek om een FMO van oordeel dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij ten gevolge van zijn verwondingen/littekens niet heeft kunnen verklaren over de gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot zijn vertrek<emphasis role="italic">.</emphasis> Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet gehoord kon worden wegens psychische klachten. Verweerder was onder deze omstandigheden niet gehouden een FMO aan te bieden.</para>
      <para />
      <para>7. De rechtbank overweegt tot slot dat verweerder niet ten onrechte het asielrelaas van</para>
      <para>eiser ongeloofwaardig heeft gevonden. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat eiser vage, summiere en ongerijmde verklaringen heeft afgelegd over de gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot zijn vertrek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Zo heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij slechts summier en vaag heeft kunnen verklaren over de [genootschap] als geheime genootschap. Nu de problemen met de [genootschap] de directe reden is geweest om zijn land van herkomst te verlaten, mag van eiser worden verwacht dat hij hier meer over kan verklaren. Verweerder heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat het ongerijmd en vreemd is dat eiser heeft verklaard dat zijn vader een hoge positie had bij de [genootschap] en dat hij zijn zoon als opvolger wilde, maar dat zijn vader hem nooit over zijn rol/taken of meer over de [genootschap] heeft verteld. Verder is de rechtbank het met verweerder eens dat het vreemd is dat eiser lang is ondergedoken in het huis van zijn vader, terwijl hij juist daar zou worden gezocht door de [genootschap]. Dat eiser zich daar zo lang heeft kunnen schuilhouden omdat hij goed uitzicht had vanuit het huis en eventuele aanvallen zag aankomen, heeft verweerder niet als een afdoende verklaring hoeven beschouwen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Eiser komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid,</para>
      <para>aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
      <para />
      <para>9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen</para>
      <para>aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr.N.Y. Majoor, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>