<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:9667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-14T10:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 21/5333</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-13T17:15:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9667 Rechtbank Den Haag , 02-09-2021 / SGR 21/5333</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening. Herhaald verzoek. Afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 21/5333</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding; ISNO- Yunus Emre Den Haag</emphasis>, te Den Haag, verzoekster</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.P. van Galen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 3 november 2020, verzonden 1 december 2020, (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor opname in het programma onderwijshuisvestiging 2021 buiten behandeling gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft op 2 april 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 10 augustus 2021 (met kenmerk SGR 21/2672) het verzoek om een voorlopige voorziening deels afgewezen en deels nietontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Over dat verzoek gaat deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien het verzoek kennelijk ongegrond is.<footnote-ref linkend="_f29ea01d-fd93-4e25-8aeb-35a01636762b" /> De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoekster wil worden opgenomen in het programma onderwijshuisvestiging 2021. Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster buiten behandeling gesteld omdat de aanvraag te laat is ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vraagt verzoekster?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om verweerder te bevelen om binnen drie dagen na de uitspraak verzoekster uit te nodigen voor een overleg<footnote-ref linkend="_f333d247-f21a-4894-b942-2e5ac24a4dd5" /> over de uitvoering van haar aanvraag en te bevelen dat het gesprek plaatsvindt binnen zeven dagen na de uitspraak. In haar verzoekschrift, tevens beroepschrift, heeft verzoekster de achtergrond van de zaak geschetst en gemotiveerd gronden aangevoerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In de uitspraak van 10 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek van verzoekster al behandeld. In die uitspraak is overwogen dat het verzoek om een constructief overleg tussen verweerder en verzoekster ziet op de vervolgfase van de vaststelling van het huisvestigingsprogramma. Hiervoor dient eerst de aanvraag van verzoekster in behandeling te worden genomen, die verweerder echter buiten behandeling heeft gesteld. De vervolgfase van een constructief gesprek lag daarom niet in de procedure van een voorlopige voorziening voor en de voorzieningenrechter zag geen mogelijkheid een voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>5. Verzoekster heeft in deze procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Ze heeft om hetzelfde verzocht en in haar gronden dezelfde stellingen naar voren gebracht. Het standpunt van verweerder is met het bestreden besluit niet gewijzigd. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om van de vorige uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijken en wijst het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van 10 augustus 2021, af.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_f29ea01d-fd93-4e25-8aeb-35a01636762b" label="1">
    <para> Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f333d247-f21a-4894-b942-2e5ac24a4dd5" label="2">
    <para> Als bedoeld in artikel 95, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>