<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:9404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-26T09:22:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.9891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-26T09:19:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9404 Rechtbank Den Haag , 13-07-2021 / NL21.9891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vreemdelingenbewaring. Hoewel het terugkeerbesluit dat aan vreemdeling is opgelegd niet voldoet aan de daaraan te stellen voorwaarden, in die zin dat het niet expliciet benoemt naar welk land de vreemdeling terug moest keren, was dit, gelet op de context waarin het besluit is genomen, voor de vreemdeling wel duidelijk. Verweerder heeft daarom geen nieuw terugkeerbesluit hoeven nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.9891</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I.M. Genee).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 5 april 2021 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 april 2021, zaaknummers NL21.5110 en NL21.5214, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt (op 14 april 2021), rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert als beroepsgrond aan dat de bewaring onrechtmatig heeft voortgeduurd omdat daaraan geen terugkeerbesluit ten grondslag heeft gelegen dat het land noemt waarnaar eiseres volgens verweerder terug moet keren. Zij verwijst naar de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 mei 2020, ECLI:EU:C:2020:367 en 14 februari 2021, ECLI:EU:C:2021:127 en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155. Deze beroepsgrond faalt, om de volgende reden.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021 volgt dat een terugkeerbesluit het land van terugkeer moet noemen, om het voor de vreemdeling mogelijk te maken eventuele belangen die aan terugkeer naar dat land in de weg staan, zo goed mogelijk naar voren te brengen. Uit deze uitspraak volgt ook dat de rechtsbescherming van de vreemdeling op dit punt niet in gevaar is, wanneer uit de motivering van het besluit ondubbelzinnig blijkt naar welk land verweerder terugkeer beoogt. De context waarin dat besluit tot stand is gekomen, met name het voorafgaand gehoor, mag daar naar het oordeel van de rechtbank ook bij betrokken worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Hoewel het terugkeerbesluit niet expliciet noemt naar welk land eiseres geacht wordt terug te keren, was dat voor haar wel ondubbelzinnig duidelijk. Zo staat in het terugkeerbesluit vermeld dat het geboorteland van eiseres Vietnam is, dat zij de Vietnamese nationaliteit heeft en is tijdens het gehoor voorafgaand aan het terugkeerbesluit en de inbewaringstelling met eiseres besproken hoe zij aankijkt tegen vertrek uit Europa, waarbij zij blijkens haar antwoorden er steeds van bewust was dat van haar verwacht wordt dat zij naar Vietnam terugkeert. Verweerder hoefde daarom geen nieuw terugkeerbesluit te nemen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Eiseres voert als beroepsgrond aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering omdat de Vietnamese autoriteiten een nationaliteitsbevestiging hebben afgegeven en hebben toegezegd een laissez-passer (lp) voor eiseres zullen afgeven, maar de lp nog niet is opgehaald en er nog geen vlucht is geboekt. Zij wijst er in dit verband op dat er twee weken eerder wel een vlucht is aangevraagd voor een andere Vietnamese vreemdeling die op dezelfde dag als eiseres in bewaring is gesteld. Deze beroepsgrond faalt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit een brief van verweerder van 6 juli 2021 blijkt dat hij op 30 juni 2021 een lp voor eiseres heeft ontvangen en op 1 juli 2021 een vlucht is aangevraagd bij bureau boekingen. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat de regievoerder in de zaak van eiseres – anders dan de regievoerder in de zaak waarnaar eiseres heeft verwezen – ervoor heeft gekozen om een laissez-passer af te wachten alvorens een vlucht aan te vragen, maar deze handelswijze niet maakt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld nu eiseres niet zonder lp had kunnen vertrekken. Hij heeft er verder op gewezen dat er feitelijk geen verschil is tussen de twee handelswijzen omdat het daadwerkelijk boeken van een ticket afhing van de beschikbaarheid van het Vietnamese luchtruim. Dit is vanwege corona maar beperkt geopend. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1141, en 20 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1238, heeft hij zich op het standpunt gesteld dat dit evenwel een tijdelijke belemmering betreft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Gelet op de schriftelijke toelichting van verweerder, zijn nadere toelichting ter zitting, de rappels van verweerder in verband met de lp-aanvraag voor eiseres op 12 mei en 2 juni 2021 en de vertrekgesprekken die met eiseres zijn gehouden op 19 mei en 17 juni 2021 is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Met verweerder is de rechtbank hierbij van oordeel dat de beperkte toegang tot het Vietnamese luchtruim een tijdelijke belemmering betreft. Dat de uitspraken waarnaar verweerder heeft verwezen – zoals eiseres ter zitting heeft betoogd – inmiddels ruim een jaar geleden gedaan zijn doet niet af aan de tijdelijke aard van de belemmeringen in verband met de uitbraak van het coronavirus.</para>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Faulborn, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>