<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:9216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-23T11:40:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL21.10621</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9216">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-23T11:39:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9216 Rechtbank Den Haag , 17-08-2021 / NL21.10621</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9216:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Duitsland, Protocol 24, interstatelijk vertrouwensbeginsel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9216:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL21.10621</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam 1], eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [Nummer]</para>
      <para>mede namens haar minderjarige kinderen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 2]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 1] 2008</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 3]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 2] 2011</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 4]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 3] 2012</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 5]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 4] 2013</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 6]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 5] 2015</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 7]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 4] 2017</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 8],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op: [Geb. datum 6] 2019</para>
      <para>(hierna: <emphasis role="italic">de kinderen</emphasis>),</para>
      <para>tezamen hieronder aangeduid als: eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.A.W.A. Vissers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.10622 op 11 augustus 2021 op zitting behandeld. Eisers en gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [Geb. datum 7] 1976 en in het bezit van de Filipijnse nationaliteit. De kinderen van eiseres zijn in het bezit van de Duitse nationaliteit. Eiseres heeft op 17 april 2021 namens haar en haar minderjarige kinderen een asielaanvraag ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Uit de overgelegde paspoorten blijkt dat de kinderen de Duitse nationaliteit bezitten. Verweerder heeft daarom de aanvraag van de kinderen niet-ontvankelijk verklaard op grond van Protocol nr. 24 inzake Asiel voor Onderdanen van Lidstaten van de Europese Unie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Protocol 24), waaruit volgt dat lidstaten van de Europese Unie elkaar als veilige landen van oorsprong beschouwen. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.<footnote-ref linkend="_63877990-ea94-4342-abd8-c78340e83fc4" /> In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om overname gedaan en Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert aan dat ten aanzien van Duitsland in haar geval niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij is vertrokken uit Duitsland vanwege de problematiek met jeugdzorg. Eiseres stelt dat zij gedwongen werd door jeugdzorg om te scheiden van haar man. Verder had zij een geschil met jeugdzorg over het vaccineren van de kinderen. Jeugdzorg dreigde hierom opnieuw de kinderen uit huis te plaatsen. Eiseres beroept zich op de artikelen 6,10 en 11 van de Grondwet en de artikelen 3,8 en 9 van het EVRM<footnote-ref linkend="_c6216817-1db8-4bcc-bc1c-b6dc06ecc392" />. Eiseres stelt tenslotte dat zij zich niet kan wenden tot de hogere instanties in Duitsland om zich daar te beklagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft terecht de asielaanvraag van de kinderen niet-ontvankelijk verklaard op grond van het enige artikel van Protocol 24, nu geen sprake is van een van de hierin genoemde uitsluitingsgronden, hetgeen ook niet door eisers is betwist. </para>
    <para />
    <para>5. Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit in haar geval niet kan. Eiseres is hierin niet geslaagd.</para>
    <para />
    <para>6. Het uitgangspunt van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_bcff646d-8fad-4229-b690-2bce8165457b" /> is dat asielzoekers in alle lidstaten dezelfde internationale bescherming zullen krijgen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland jegens haar en haar kinderen de internationale verplichtingen niet nakomt. Dat de kinderen van eiseres eerder uit huis zijn geplaatst door de Duitse Jeugdzorg en dit mogelijk weer dreigt heeft verweerder hiertoe onvoldoende kunnen achten. Immers niet is gebleken dat de Duitse autoriteiten jegens haar en de kinderen onrechtmatig hebben gehandeld. Eiseres is daarnaast in staat gesteld te reageren in de lopende procedure met de Duitse jeugdzorg en aan haar is hierbij rechtsbijstand verleend. Het niet onderbouwd beroep op de artikelen 6,10 en 11 van de Grondwet en de artikelen 3 en 9 van het EVRM slaagt dan ook niet.</para>
    <para />
    <para>7. De beroepsgrond van eiseres dat zij zich niet kan wenden tot de hogere instanties in Duitsland slaagt evenmin. Eiseres heeft haar standpunt niet met objectieve documenten aannemelijk gemaakt en verder staat haar standpunt haaks op de procedure die zij heeft kunnen voeren bij de familierechtbank in Duitsland.</para>
    <para />
    <para>8. Het bestreden besluit levert evenmin schending van artikel 8 EVRM op. Eiseres wordt door het bestreden besluit immers niet feitelijk van haar kinderen gescheiden nu zij net als eiseres naar Duitsland kunnen terugkeren. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_63877990-ea94-4342-abd8-c78340e83fc4" label="1">
    <para> Op grond van artikel 30, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6216817-1db8-4bcc-bc1c-b6dc06ecc392" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcff646d-8fad-4229-b690-2bce8165457b" label="3">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>