<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2021:9177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-31T14:14:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/21/83 R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=288&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 288</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9177">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:9177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-31T14:14:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2021:9177 Rechtbank Den Haag , 21-07-2021 / C/09/21/83 R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9177:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De wet biedt geen ruimte voor het horen van betrokken crediteuren bij behandeling van een verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Sprake is van goede trouw ten aanzien van het onbetaald laten van schuldenlast? Verzoekster heeft, nadat zij eerst in 2016 van het bestaan van deze vordering op de hoogte raakte, haar aansprakelijkheid daarvoor betwist. Zij heeft in dit verband een procedure gevoerd waarbij zij in december 2019 door de rechtbank in het ongelijk is gesteld. Direct hierna is verzoekster een betalingsregeling overeengekomen, die zij is nagekomen. Toen nakoming door een misverstand aan de zijde van verzoekster eenmalig uitbleef, is namens de bank direct loonbeslag gelegd. Tegen deze achtergrond kan niet worden gezegd dat verzoekster niet te goeder trouw is bij het onbetaald laten van de schuld.’</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2021:9177:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f54d3f1e-206d-4cb2-a5fb-60981dc45731" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="062fc27a-07fd-43eb-9112-acd5e050fbf3" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: C/09/21/[00] R </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 juli 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>[postcode en woonplaats],</para>
      <para>verzoekster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <para>- De rechtbank spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit over:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster]</para>
      <para>geboren op [geboortedatum]1973 te [geboorteplaats] (Suriname),</para>
      <para>wonende te [adres, postcode en woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- De rechtbank stelt vast dat alle gelegde beslagen komen te vervallen.</para>
    <para />
    <para>- De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. R.G.C. Veneman,</para>
    <parablock>
      <para>en tot bewindvoerder: 	C.J. van der Linden (Van der Linden c.s. B.V.),</para>
      <para>Postbus 187</para>
      <para>3330 AD Zwijndrecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- De rechtbank draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden de post van verzoekster in te zien.</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zolang de schuldsaneringsregeling loopt en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als er genoeg geld op de boedelrekening staat.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <para>- De verzoekster heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).</para>
    <para />
    <para>- De verzoekster is uitgenodigd voor de zitting op 20 juli 2021. Bij die uitnodiging heeft verzoekster ook het WSNP-informatieboekje gekregen.</para>
    <para />
    <para>- Op 20 juli 2021 (en op 19 juli 2021 per fax) heeft de rechtbank een bezwaar tegen het verzoekschrift ontvangen, namens ABNAMRO Hypotheken Groep B.V. ingediend door [Z]. </para>
    <para />
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Op de zitting zijn verschenen:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verzoekster;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>[A] (budgetbeheerder),</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>[B] (schuldhulpverlener); </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het ingediende bezwaar</emphasis>
      </para>
      <para>De wet biedt, bij de behandeling van een verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, geen ruimte voor het horen van betrokken crediteuren. Het bezwaar is dan ook ter kennisgeving aangenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>De verzoekster kan alleen in de WSNP komen als verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank kijkt vooral naar schulden die in de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan. De schuldenlast van verzoekster bestaat uit één schuld die is ontstaan in 2010, dus langer dan vijf jaar geleden. De vraag of deze schuld te goeder trouw is ontstaan, is – gelet hierop – niet van belang. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat is anders voor wat betreft de vraag of verzoekster ook ten aanzien van het onbetaald laten van de vordering de afgelopen vijf jaren te goeder trouw is geweest. Ten aanzien hiervan overweegt de rechtbank als volgt. Verzoekster heeft gemotiveerd betoogd waarom zij, nadat zij eerst in 2016 van het bestaan van deze vordering op de hoogte raakte, haar aansprakelijkheid daarvoor heeft betwist. Verzoekster heeft in dit verband een procedure gevoerd waarbij zij in december 2019 door de rechtbank Utrecht in het ongelijk is gesteld. Direct hierna is verzoekster een betalingsregeling overeengekomen, die zij is nagekomen. Toen nakoming door een misverstand aan de zijde van verzoekster eenmalig uitbleef, is namens de bank direct loonbeslag gelegd. Tegen deze achtergrond kan, naar het oordeel van de rechtbank, niet worden gezegd dat verzoekster niet te goeder trouw is bij het onbetaald laten van de schuld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoekster voldoet daarmee aan alle eisen om in aanmerking te komen voor de WSNP en zal dan ook worden toegelaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoekster moet zich houden aan alle verplichtingen van de WSNP, alleen dan kan de WSNP eindigen met de zogenoemde “schone lei”. De verplichtingen staan in het WSNP-informatieboekje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. R.G.C. Veneman, rechter, en uitgesproken op 21 juli 2021 in tegenwoordigheid van A.F. Mooijman, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>